Groningse actievoerders in 2014 tijdens een actie tegen de gaswinning. Foto: Archief/Kees van de Veen
Na zeven jaar betaalt de NAM tientallen miljoenen voor psychisch leed aan vijfduizend Groningers. Advocaat Pieter Huitema is blij met de voor elkaar gebokste regeling. „De NAM deed alles om de zaak uit te stellen.”
In 2018 begon DeHaan Advocaten de rechtszaak namens vijfduizend Groningers. Die wilden dat de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) hen compenseerde voor mentale ellende als gevolg van de gaswinning. In 2021 oordeelde de Hoge Raad dat de NAM daar inderdaad voor moest lappen. Na twee jaar stevig onderhandelen is het DeHaan gelukt om er met de NAM uit te komen. De totale vergoeding kan oplopen tot meer dan honderd miljoen euro.
Maar niet iedereen zal blij op de zaak terugkijken. Het vinden van een oplossing met de NAM duurde zo lang, dat zo’n 500 mensen het wachten zat waren. Zij zochten hun heil bij de schaderegeling van het Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG) en lopen nu mogelijk duizenden euro’s smartengeld mis. Advocaat Pieter Huitema (47) van DeHaan blikt terug en vertelt waarom alles zo lang duurde.
Wat vindt u van de regeling?
„Ik ben tevreden met het resultaat. Het bedrag kan zomaar over de honderd miljoen gaan omdat ook partners en kinderen een vergoeding krijgen. Er belde net iemand op, die komt straks op ons kantoor trakteren op een grote doos gebak. Fantastisch als je die blijdschap ziet. Mensen zijn dankbaar dat ze het boek straks eindelijk kunnen sluiten.”
Een massazaak voor vijfduizend mensen, hoe is dat ooit zo gekomen?
„We startten in 2014 met een eerste zaak over immateriële schade tegen de NAM, voor een groep van honderd mensen. Die zaak wonnen we uiteindelijk, maar die belandde eerst bij de Hoge Raad. Inmiddels hadden veel meer mensen zich bij ons gemeld. We wilden druk zetten vóór de uitspraak van de Hoge Raad en begonnen nieuwe losse procedures voor die vijfduizend mensen.”
Zo veel losse zaken, dat was toch ondoenlijk?
„Dat had anders gekund, maar in dit geval vonden wij het de beste oplossing. We wilden doorpakken. Op dat moment vonden we het een tactische zet. Toen kwam de hoogste rechter in 2021 met een uitspraak: de NAM moest betalen. In 2023 zijn we met de NAM gaan onderhandelen.”
Waarom dan voor vijfduizend mensen individueel?
„In 2018 hadden zich na de eerste uitspraak van de rechter dus opeens héél veel mensen bij ons aangemeld. Het onderwerp leefde enorm. Door daar losse zaken van te maken, konden wij juist druk zetten, was onze inschatting. We hebben drie dagvaardingen achter elkaar ingediend met ruim 1500 eisers per dagvaarding.”
Hoe komt het dat het zo lang duurde?
„De NAM werkte niet mee. Die deed er alles aan om de zaak uit te stellen. Daar waren wij van afhankelijk. Overigens is het bij massaclaims niet ongebruikelijk dat het jaren duurt. De belangen zijn groot, en dit is complexe materie. Als het om zo’n grote groep gaat, duurt het nóg langer.”
Doordat de zaak zo lang sleepte, zijn vijfhonderd mensen afgehaakt. Die vissen nu achter het net. Nemen jullie dat jezelf kwalijk?
„Er was jarenlang veel onduidelijkheid. Die mensen kozen voor zekerheid bij het IMG. Dat kan, die vrijheid hadden ze. Wij konden hen geen duidelijkheid bieden omdat we in onderhandeling zaten. Ik snap dat je een andere keuze maakt. Dus nee, ik neem het ons niet kwalijk. Kijk, wij waren afhankelijk van een traag, log bedrijf dat steeds aan het traineren was. Dan is het voor ons moeilijk om de vaart erin te houden. Tegelijk wil je ook een goede uitkomst bereiken.”
Waren jullie de NAM op een gegeven moment zat?
„Uiteindelijk hadden we hetzelfde doel: er samen uitkomen. Maar ik vond het absoluut een lastige wederpartij. Je moet je voorstellen dat immateriële schade een ongrijpbaar iets is. Je zit met vijfduizend verschillende gevallen, geen mens is hetzelfde. Grote gezinnen, echtscheidingen, stiefkinderen. Over al die zaken moet je nadenken. Wij wilden het beste voor onze cliënten, voor de Groningers. De NAM had haar eigen belangen.”
Welk gevoel houdt u zelf aan de zaak over?
„Ik deed dit niet alleen, ik heb een team advocaten waar ik supertrots op ben. Mooi om te zien dat je samen zoiets voor elkaar krijgt. Dit was een kostbare zaak, maar we wilden geen half werk leveren. We werden uitgelachen toen we eraan begonnen, concullega’s verklaarden ons voor gek. Maar het is eindelijk gelukt voor de Groningers.”
Hoe zit het met deze regeling?
Deze maand begint de afhandeling van de 5000 schadezaken. DeHaan en de NAM maken alle dossiers compleet en stellen de hoogte van de vergoedingen vast. Schadebureau RIFF neemt het uitbetalen voor zijn rekening. Dat gebeurt in groepen; de eerste honderd mensen zijn dit najaar aan de beurt. Betrokkenen krijgen daarover persoonlijk bericht. In 2026 moeten alle claims in behandeling zijn, binnen een paar jaar moet iedereen zijn betaald.
De regeling geldt alleen voor de vijfduizend mensen die vanaf 2018 meededen. Gedupeerden die in de tussentijd afhaakten, kunnen alsnog de regeling krijgen als zij zich niet al hebben aangemeld bij het Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG) voor een immateriële schadevergoeding.