Henk verloor zijn halve gezicht aan kanker. 'Ik ben ook Henk, niet alleen de man met de pleister' Foto: Harry Tielman
Nadat Henk Bijl uit Veendam zijn halve gezicht aan kanker verloor, hoefde het van hem niet meer. Tot hij het hardlopen weer oppakte. Inmiddels deelt hij over zijn ziekte én over zijn hardloopvorderingen op Facebook. „Ik ben Henk, niet alleen de man met die enorme pleister.
„Dat verandert de zaak.” Henk Bijl (37) uit Veendam was de spreekkamer al bijna weer uit, ruim acht jaar geleden, toen de kno-arts in Winschoten die woorden sprak.
Bijl was gekomen voor zijn verstopte neus, die maar niet overging. Na één keer leegspuiten en drie antibioticakuren wist zijn huisarts het ook niet meer, en stuurde hij Bijl door naar de kno-arts voor een punctie.
Maar ook daarop was niets geks te zien. Dus was Bijl bijna weer naar huis gegaan met het idee dat hij het maar weer aan moest kijken. Tot hij bij de deur van de spreekkamer bedacht en zei dat hij óók twee bultjes in zijn nek had. „Een kleine zes weken later ging ik onder het mes.”
Halve gezicht weg
Het was kanker. Een tumor in een bijholte met uitzaaiingen naar zijn lymfeklieren. Na een 14 uur-durende operatie in het UMCG, waarin onder meer de onderkant van zijn oogkas werd verwijderd, leek de ziekte in het voorjaar van 2018 weg.
Maar een jaar later kwam de kanker terug. Tijdens een tweede operatie, dit keer in het Antoni van Leeuwenhoek (AVL) in Amsterdam, werd zijn bovenkaak, oogkas, een stuk neus en een deel van zijn wang weggehaald.
De operatie slaagde, maar een huidtransplantatie niet. De huid, die van zijn been naar zijn gezicht werd gebracht, stierf af. Bijl draagt daarom altijd een pleister die de rechterkant van zijn gezicht bedekt. Hij heeft ook een prothese, maar die blijft door de schade van de bestralingen niet altijd goed zitten en heeft nét niet de goede kleur.
Bijl heeft ook een prothese, maar die blijft door de schade van de bestralingen niet altijd goed zitten. Foto: Harry Tielman
‘Mensen staren me aan, maar vragen niks’
Bijl krabbelde – en krabbelt – in de loop van de jaren langzaam op, maar er was nog altijd één heikel punt: naar buiten gaan, onder de mensen komen. Bijl kwam wel in de supermarkt en bij voetbalwedstrijden van zijn zoontje: „Maar overal waar ik kom staren mensen me aan. Als ze ernaar zouden vragen, zou ik ze gerust vertellen wat er aan de hand is. Maar ze vragen niet, ze kijken alleen.”
Een paar keer is Bijl op straat uitgelachen. „Het weerhoudt me ervan een praatje te maken op straat of om wat drinken te bestellen in de voetbalkantine.”
Het weerhield hem ook van zijn grote hobby: hardlopen. „Voor ik ziek werd, rende ik vier keer per week. Ik heb de marathon van Rotterdam gerend.” Maar sinds zijn ziekte lukte het niet meer. „Elke keer als ik het weer probeerde op te pakken, stopte ik na een week of twee weer. Ik kwam liever niet buiten, durfde letterlijk de drempel niet over.”
‘Wat voor vader was ik nog?’
Meer dan eens heeft hij overwogen of hij er liever niet meer zou zijn. „Ik kan een mooi verhaal over vechtlust houden, maar ik had al zoveel gevochten. En waarvoor? Een leven waarin ik vooral binnen zat? Wat voor vader was ik nog voor mijn zoontje?”
Tot zijn hoofdbehandelaar hem via zijn huisarts koppelde aan een hardloopcoach: Marian Slim uit Veendam. Het bleek een gouden match. Waar Bijl in z’n eentje de deur niet uitkwam, zegt Slim elke training: ik zie je over twee dagen weer. Slim denkt de trainingen uit, fietst met hem mee, motiveert hem om door te zetten. „Precies wat ik nodig had”, zegt Bijl, die zijn hardlooprondjes langer en langer ziet worden.
Het hardlopen bezorgt hem niet alleen meer energie en plezier, maar ook zelfvertrouwen. „Ik ga er weer vaker op uit, durf vaker met de pleister over straat, kom weer onder de mensen. Alsof ik over een drempel over ben.”
Hoofd omhoog
Nog steeds is Bijl soms geneigd zijn hoofd weg te draaien als hij mensen tegenkomt tijdens het hardlopen. Slim: „Dan zeg ik: hoofd omhoog Henk, ze mogen je wel zien.”
Sinds kort deelt Bijl zijn verhaal over zijn ziekte én zijn hardloopprogressie ook op Facebook en Instagram, onder de naam TeamHenkie. In eerste instantie om te vertellen waarom hij die pleister draagt. „Ik vind het een fijn idee dat mensen me kennen als Henk, niet als de man met die enorme pleister. Een paar maanden geleden bedacht ik: half Veendam zit op Facebook. Wat als ik het daar gewoon deel?”
De reacties zijn overweldigend. Nog geen drie weken geleden zette hij de pagina op en inmiddels heeft Bijl al meer dan 800 volgers. „Ik krijg veel positieve reacties, uit het hele land. Veendammers reageren: wat leuk, ik zag je al rennen. Nu weet ik wie je bent. Dat doet me heel goed.”
Zijn doel is een marathon. Dat moet in 2027 wel lukken, denkt hij. „Er is altijd een kans dat de kanker terugkomt, maar als ik gezond blijf moet het lukken.” Rennen met één oog is hetzelfde als met twee. „Ik moet alleen iets verder vooruitkijken en mijn hoofd meer heen en weer bewegen bij het oversteken.”
Slim kocht als verrassing – en motivatie - alvast een startbewijs voor de halve marathon van Groningen voor aanstaande juni, om in de stemming te komen. Slim: „Hij had de tranen in zijn ogen. Oog.”