De beoogde nieuwe dagopvang van daklozen aan de Nieuwe Boteringestraat in Groningen. Foto: Corné Sparidaens
De verhuizing van de dagopvang voor daklozen in Groningen is ongewis. De rechter verbiedt de gemeente er de komende vier weken een definitief besluit over te nemen omdat ze in strijd met de participatieregels heeft gehandeld.
De gemeente verzuimde in eerste instantie omwonenden van het beoogde nieuwe pand aan de Nieuwe Boteringestraat te betrekken bij de besluitvorming. Zij werden op de hoogte gebracht van de plannen toen de keuze al op dat adres was gevallen.
Dat was de omwonenden een doorn in het oog en zij spanden een kort geding aan tegen de gemeente. Ze benadrukten niet tegen de opvang van daklozen te zijn, maar tegen de handelwijze van de gemeente. Die zou haar eigen participatieregels niet naleven en hen te laat en onvoldoende hebben geïnformeerd over de verhuizing.
Rechter: gemeente Groningen handelde onzorgvuldig
Daarin geeft de rechter de omwonenden gelijk. Die stelt dat de omwonenden onvoldoende kans hebben gekregen hun mening over de verhuizing van de opvang kenbaar te maken. De gemeente heeft in de ogen van de rechter onzorgvuldig gehandeld.
De rechter verbiedt de gemeente om vóór 17 februari een definitief besluit over de verhuizing te nemen. Voor die tijd moeten omwonenden de kans krijgen om hun zienswijzen in te dienen. Ook moeten ze hun zorgen over veiligheid en leefbaarheid in de buurt kunnen uiten.
350 meter verderop
De dagopvang voor daklozen van het Leger des Heils is nu gevestigd aan de Spilsluizen, op 350 meter afstand van de beoogde nieuwe locatie. De gemeente heeft meerdere adressen onder de loep genomen, waaruit de Nieuwe Boteringestraat als meest geschikt uit de bus kwam.
De huidige dagopvang is te klein voor de 50 tot 60 daklozen die er dagelijks gebruik van maken. Ze drinken er koffie, ontmoeten elkaar en kunnen er opwarmen. Het Leger des Heils huurt de locatie. De eigenaar verkoopt het pand waardoor het Leger des Heils er per 1 januari 2027 uit moet.
De gemeente Groningen wilde nauwelijks reageren op het besluit van de rechter. ,,We bestuderen het vonnis en beraden ons’’, aldus de woordvoerder.