De Groningse onderzoeker Joop Roebroek sprak met tientallen ouders die zeggen slachtoffer te zijn geworden van Jeugdbescherming Noord. Hij roept op om de organisatie af te bouwen. Foto: Jaspar Moulijn
De Groningse onderzoeker Joop Roebroek nam in zijn loopbaan talloze overheidsinstanties onder de loep. Maar nog nooit zag hij een organisatie zoveel schade aanrichten bij mensen als Jeugdbescherming Noord.
Joop Roebroek heeft veel meegemaakt in zijn loopbaan. Maar wat hij bij Jeugdbescherming Noord heeft gezien, is volgens hem zo verwoestend voor ouders. Nee, zo’n groot onrecht zag hij nog niet eerder. Hij schreef het maandag verschenen rapport Niet gehoord en niet gezien naar aanleiding van meer dan honderd ouders.
De geboren Limburger is socioloog en gedragswetenschapper. Hij werkte als universitair docent aan de Universiteit Tilburg en schreef boeken over de verzorgingsstaat. Hij was voor het ministerie van Sociale Zaken lid van een denktank over het basisinkomen en evalueerde voor minister Ad Melkert eind jaren negentig de sociale conferenties. Inmiddels is Roebroek allang met pensioen, op zijn manier.
Hij werkte de afgelopen jaren onder meer nog als voorzitter van de rekenkamers van Apeldoorn, Leeuwarden, Noord-Oost Friesland en Dantumadeel. Op dit moment is Roebroek, die sinds 2013 in Groningen-stad woont, voorzitter van de rekenkamers van Westerwolde en Pekela.
En daarnaast werd hij deze zomer door vier kleine raadsfracties in Assen en Groningen gevraagd de meldingen van ouders te analyseren die zich bij hen hadden gemeld met hun verhalen over Jeugdbescherming Noord.
De jeugdbeschermingsorganisatie ligt onder het vergrootglas van de Inspecties Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) en Justitie en Veiligheid (JenV). Er is vaak geen vaste jeugdbeschermer voor gezinnen, plannen van aanpak komen te laat en de hulpverlening sluit vaak niet aan. De inspecties plaatsten JB Noord daarom onder verscherpt toezicht, in ieder geval tot begin volgend jaar.
De organisatie werkte ook tijdelijk onder een overbruggingscertificaat, omdat het Keurmerkinstituut vond dat de JB Noord te weinig deed om te voldoen aan wettelijke normen voor goede jeugdbescherming. Inmiddels het JB Noord weer een regulier certificaat.
Ondertussen hadden de raadsleden ouders opgeroepen om hun ervaringen te delen. Vertrouwenspersonen Marga de Groot en Kalinka Schouten waren ingeschakeld om gesprekken met de ouders te voeren en hen waar mogelijk te adviseren. Het liep storm, ruim honderd ouders meldden zich. En daarnaast trokken ook huisartsen, therapeuten, pleegouders en oud-medewerkers van JB Noord aan de bel.
Al die verhalen moesten systematisch geanalyseerd worden. Niet door de raadsleden zelf, was de gedachte, maar door een onderzoeker. Zo kwamen ze bij Roebroek uit.
Nou, dat wilde hij wel.
Maar wat hij daarna te horen en te zien kreeg, raakt hem nog steeds zichtbaar. Hij schiet vol als hij de schrijnende verhalen beschrijft die hij hoorde, van jonge kinderen die door jeugdbeschermers weg worden gehaald bij hun ouders. Uit huis geplaatst, noemen ze dat in kinderbeschermingsjargon.
„Zonder duidelijke onderbouwing”, zegt Roebroek met trillende stem. „Ouders worden onder druk gezet.” Hij kan zijn tranen niet bedwingen. ,,Het verlies van kinderen.”, vervolgt hij. „Ik word er emotioneel van.”
Maar het gesprek begon anders. We willen van hem weten hoe hij met de ervaringen en emoties van ouders een wetenschappelijke onderbouwd rapport kan schrijven over de misstanden bij JB Noord?
Hij glimlacht op een eigenwijze manier, zoals hij wel vaker in het gesprek zal doen. „Ik wilde in het begin alleen het verhaal van de ouders vertellen. Dat leek me de opdracht. Maar gaandeweg werd duidelijk dat ik ook de bredere context moest meenemen.”
Uiteindelijk legde hij in het rapport vier perspectieven naast elkaar: de verhalen van ouders, zijn interpretatie daarvan, het oordeel van de inspectie en uitspraken van kinderrechters. „Die versterken elkaar”, stelt hij. „Er is geen ruis, geen tegenstrijdigheid. Dat maakt het beeld krachtig.”
U stelt in het rapport dat de ouders gelijk hebben. Hoe komt u tot die conclusie?
„Dat is een belangrijke vraag. Vaak wordt gezegd: ‘Het zijn maar emoties.’ Maar als je ziet dat mensen keer op keer dezelfde emoties ervaren – boosheid, verdriet, machteloosheid – dan krijgt dat betekenis. Mensen geven betekenis aan wat hen overkomt. Dat wordt enorm onderschat, ook in de wetenschap. In mijn eerdere onderzoek naar de Participatiewet zag ik hetzelfde: mensen aan de onderkant van de samenleving begrijpen heel goed wat er gebeurt, ook al hebben ze niet altijd de woorden om het uit te leggen.”
Wat zeggen die emoties over de jeugdbescherming in Drenthe en Groningen?
„Ze laten zien dat het systeem niet werkt zoals het zou moeten. Ouders voelen zich genegeerd, gekleineerd, buitengesloten. Ze verliezen hun kinderen, soms zonder uitleg. Ze weten niet waar hun kinderen zijn, of wanneer ze hen weer mogen zien. Dat is geen incident, dat is een patroon. En dat patroon zie je terug in de dossiers, in de rechtspraak, in de inspectierapporten.”
U noemt ook het begrip ‘liefde’ als iets wat ontbreekt. Kunt u dat uitleggen?
„Jeugdzorg heeft drie dingen nodig: liefde, liefde en nog meer liefde. Dat zei iemand ooit tegen mij, en ik geloof dat dat klopt. Maar in de praktijk zie je dat liefde geen rol speelt in de jeugdbescherming. Alles draait om veiligheid, ontwikkeling, risico’s. Maar wat is de essentie van een gezin? Hechting en liefde. Die begrippen komen nergens terug in beleid of dossiers. En dat is een groot gemis.”
En in die dossiers staan wel andere dingen, concludeert u.
„Ja, die dossiers kloppen vaak niet. Een jeugdbeschermer komt in een gezin, spreekt in het beste geval de ouders, en noteert vervolgens haar verhaal, vaak met aannames en vermoedens. Een volgende jeugdbeschermer, en ook die daarna, nemen het dossier uitgangspunt waarbij aannames en vermoedens stap voor tot feiten worden. Vrijwel zonder uitzondering en zonder toetsing op basis van een nieuw gesprek met de ouders. Zo ontstaat een beeld dat niet meer klopt. Ouders herkennen hun eigen verhaal niet meer wanneer de rechter hun dossier in de rechtszaal verwoordt.”
En wat zeggen rechters daarover?
„Ik heb dertien uitspraken geanalyseerd waarin Jeugdbescherming Noord betrokken was. De kinderrechters constateren dat maatregelen niet goed zijn onderbouwd, dat dossiers niet op orde zijn. Maar de uitvoering volgt vaak niet. Rechters stellen voorwaarden, maar die worden niet nageleefd.”
Hoe zit het met de rol van gemeenten?
„Gemeenten zijn juridisch verantwoordelijk voor de jeugdbescherming, maar hebben nauwelijks invloed. Door de decentralisatie is de zorg naar regionaal niveau verplaatst. Gemeenteraden weten vaak niet welke kinderen onder jeugdbescherming vallen. In Groningen, als centrumgemeente, ligt dat anders. Daar is wél verantwoordelijkheid. Maar ik vind het onbegrijpelijk dat Groningen stil is gebleven. De signalen zijn duidelijk, de inspectie heeft haar oordeel gegeven. Dan moet je als wethouder je raad informeren en actie ondernemen.”
Wat zou er moeten gebeuren?
„Er moet een onafhankelijke commissie komen die fundamenteel onderzoekt wat er misgaat. Dus echt dossieronderzoek. Herstelplannen zijn niet genoeg. Die zie je overal, maar ze lossen het probleem niet op. Het is geen kwestie van personeel of capaciteit. Het is een cultuurkwestie. Een cultuur waarin ouders en kinderen niet worden gehoord, waarin dossiers leidend zijn en waarin liefde en nabijheid ontbreken.”
Hoe ontstaat volgens u die cultuur?
„Veel medewerkers komen uit middenklasse milieus en hebben weinig ervaring met de leefwereld van de gezinnen waarmee ze werken. Ze begrijpen die context onvoldoende. Daarbij hanteert JB Noord een soort disciplinair regime: alles wat ouders doen wordt bekeken en geanalyseerd. En de jeugdbeschermer bepaalt hoe je moet leven. Als het een beetje rommelig in huis is, is dat al negatief. Ze trekken de ijskast open, kijken op slaapkamers. Mensen zijn daardoor voortdurend op hun hoede. Dat is historisch gegroeid en de laatste twintig jaar versterkt door neoliberale hervormingen. Daar wil ik nog een nadere publicatie aan wijden. Dat moet doorbroken worden. Als ze bij mij zouden komen, zou JB Noord ook kritisch zijn.”
U zegt zelfs dat kinderen beter af zijn zonder JB Noord.
„Ja. Dat durf ik te stellen. Als je ziet wat het met kinderen doet – trauma, verlies, isolatie – dan moet je je afvragen of het systeem nog beschermt. Ik zeg: begin met de ouders die zich hebben gemeld en zoek voor hen een alternatief. Laat ze niet langer vastzitten in een systeem dat hen niet helpt.”
Wat is de rol van de gemeenschap hierin?
„Kinderen groeien op in hun huis, hun wijk, hun gemeenschap. Daar horen ook grootouders bij, sportverenigingen, maatschappelijk werk. Die worden nu vaak buitenspel gezet. Maar waarom zou iemand met een pedagogische opleiding beter zijn dan een grootouder die zelf kinderen heeft grootgebracht? Voor specialistische zorg heb je deskundigen nodig, maar voor het gewone leven heb je de directe omgeving nodig.”
Wat is uw boodschap aan de politiek?
„De gemeenteraad stuurt miljoenen naar jeugdzorg. Dan is het hun plicht om te vragen: wat gebeurt er met dat geld? Wat zijn de effecten? Wat zijn de uitkomsten? Als je meer in de community werkt, worden die effecten zichtbaar. Dan kun je leren van wat er misgaat. Maar dat vraagt om een andere manier van denken. Niet vanuit controle en protocollen, maar vanuit vertrouwen en nabijheid.”
Tot slot: wat moet er nú gebeuren?
„De gemeente Groningen moet een taskforce oprichten. Zet mensen bij elkaar die weten wat er speelt, laat ze een analyse maken en kom met concrete voorstellen. Kijk naar Denemarken, waar men veel dichter bij gezinnen werkt. Want kinderen zijn het hoogste goed dat een samenleving heeft. Als we hen niet goed beschermen, faalt het systeem. En dat mogen we niet laten gebeuren.”
Reactie bestuurder JB Noord
Bestuurder Hemmala Sheerbahadoersing laat in een schriftelijke verklaring weten dat ze het rapport van Roebroek heeft ontvangen en de inhoud ‘zeer serieus’ neemt: ‘Het is duidelijk dat ons werk beter moet en beter kan. Bij zaken uit dit rapport die we zelf kunnen verbeteren, zijn we er al of gaan we ermee aan de slag en nemen we het mee in het herstel- en verbetertraject waar we sinds maart van dit jaar volop aan werken. Inmiddels lopen er – met de mensen die zich bij ons gemeld hebben en die dit willen -gesprekken om te kijken wat er in hun geval anders en beter kan. Wij gaan de stem van jongeren en gezinnen beter betrekken bij de stappen die wij zetten in ons werk, zowel in individuele gevallen als voor verbetering in de kwaliteit van ons werk.’
Sheerbahadoersing stelt dat het gezamenlijke doel van alle medewerkers van Jeugdbescherming Noord is en blijft om de jeugdigen en gezinnen die aan JB Noord zijn toevertrouwd de zorg en bescherming te geven die ze verdienen.