Lamert Kieft döt verslag van de gebeurtenissen in zien woonplaots, argens in Zuudwest-Drenthe. Beeld: Coen Berkhout | Midjourney
Deze keer zo maar wat verstrooide berichtjes uit ons dorp, daar er verder niet veel gebeurd is alhier; de nieuwsboog kan niet altijd ontspannen zijn.
Zo kwam het nieuws binnen dat Willem Zoer de scheper van de Brummelheugt’ en diens trouwe hond Willem II met hartklachten naar het ziekenhuis in Meppelt geweest hebt, waar beide manlui gedotterd zijn. Willem Zoer aan diens linker kransslagader, Willem II aan diens rechter.
Beide ingrepen zijn prima verlopen en weer thuis op de heide, doch nog wel enige tijd rustig aan. Wel schijnt het ziekenhuis nog dagenlang zeer penitrant naar schaap geroken te hebben, vanwege beide gedotterde manlui. „Ie konden op cardiologie gewoonweg niet verkeren”, aldus een oog- en neusgetuige, „zo allemachtig stunk het naor schaop daor. ’t Was net of der een bende van die biesten in secties deur de gangen kuierde. Een lócht man, ’t wordde oe groot in de mond”, aldus deze oog- en neusgetuige, welke anoniem blijven te wenste.
Breiwarkie
Voorts werd bekend dat de oude opperwachtmeester Jalving van de plaatsenlijke politie alhier op ernstige doch niet mis te verstane wijze brommen gehad heeft van de Korpsleiding. Daar de opper resoluut verplichte deelname aan een serie Thematische Kringgesprekken voor Polities geweigerd heeft.
„Kringgesprekken bint veur mietjes, vrouwluu en aander rapallie, mar niet veur opperwachtmeisters van de olde stempel, hold der gloeiende garriet goed rekenschup mit”, aldus de opper Jalving, vervolgende: „’t Zul mij niet verbaozen as alleman verplicht een breiwarkie mitnimmen mut, gezellig veur under ’t kringesprek en dat de commissaris thee mit zelfgebakken botterkrakelings serveert, zodat ik mij gloeiende glunige garriet wel ies serieus ofvraoge: in wat veur wereld lèeve wij toch”, aldus de opper Jalving.
Veredeld klappertiespistole
Deze en andere wederspannige uitspraken hebt de opper een officiële beripsing opgeleverd. „Jalving, nou nog íén keer zun geintie en ik mut oen dienstpistool invördern, op last van de Korpsleiding”, aldus de Materialenman van het Korps, hoofdinspecteur (hip) Wolter Waninge. „Nou, dat ding maj gerust hebben”, meende de opper Jalving op honende wijze, „veule meer as ’n veredeld klappertiespistole, meer is ’t niet heur; ie kunt der op meer dan twei mèeter gloeiende garriet nog gien deliekwint mit uut de pantoffels plèeren. Niksteweerd, dat hiele ding niet”, aldus de opper Jalving, welke nog een Persoonlijke Boodschap had voor de hip Wolter Waninge.
„Waninge, ie mussen oe de ogen uut de konte schamen daj oe veur dit soort misselijke spellegies van ’t Korps gebruken laot”, aldus de opper, „ik hebbe eerder oen va nog ekend, de olde adjudant Waninge. Hij was mien chef toen ik net van de plietsieschoele kwame; een geweldige kerel. ‘Lubbert mien jongie, even íén ding hein’, zee e seins, ‘as de Korspsleiding begunt te mauwen en te blaten aover kringgesprekken en rommelpot, dan waart oe, want ’t ende der tieden is gloeiende garriet nabij’. As oen va nog eleefd hadde, Waninge, dan had e zuk in zien graf ummedreeid, dèenkt der goed umme”, en de opper Jalving dit bijzonder nare doch onaangename gesprek afkapte. Daar het hem gewoonweg finaal uit de hals hangen kwam.
Magere Hein
Tevens kwam er ergens uit Drenthe een reactie binnen op mijn vorige stukje, waarin ik pres. Donald J. Trump van Amerika beste maatjes geheten heb met Magere Hein. ‘Hr. Kieft mijn naam is mevr. Kroeze’, aldus de reactie, ‘en mijn broer heeft Hein Kroeze de naam, welke slager is en vanwege diens 100% keimagere spek-, varkens- en runderlappen ook wel Magere Hein genoemd wordt! Singelier, hein? Groetjes hoor van mevr. Kroeze en mijn broer keurslager Magere Hein Kroeze; doei!’ Zo ziet men waar weer dat een naam veel kan doen seins, als men daar een stukje over schrijft!