Natuurgids Lex Wierenga van Staatsbosbeheer wijst als een dirigent alle zangers en fluiters van het vogelkoor aan in het Drents-Friese Wold: "Een tapuit, daar. En nog één, en verrek daar nog ééntje." Foto: Rens Hooyenga
In het vroege ochtendgloren barst een uitbundig vogelorkest los in het donkere Appelschaster bos. Gevederde sopranen jubelen het hoogste lied, slagwerkers roffelen erop los en solisten pakken hoog op een tak de bühne. Zelfs de Vijfde van Beethoven schettert door het Drents-Friese Wold.
Het is kwart over vijf zondagochtend als autolichten het donkere terrein bij het Buitencentrum in Terwisscha op flitsen. Dof geklap van autodeuren klinkt tussen reuzenbeuken. Een merel fladdert kwetterend op, in het tere groen jubelt een zanglijster.
Een groepje fanatieke vogelaars - een actieve grijzaard, een fit VUT-stel, een natuurfanaat en een moeder met een vrolijk wakkere dochter - verzamelt stilletjes aan de rand van het bos. Daar wacht natuurgids Lex Wierenga van Staatsbosbeheer. Hij gaat deze zondagochtend op pad voor een Vroege Vogelwandeling, een initiatief van de Vogelbescherming Nederland tijdens de Nationale Vogelweek.
Als een vakkundige dirigent zal hij deze ochtend de gevederde solisten in het Appelschaster boskoor aanwijzen. En de zang- en percussiesecties voorstellen die luidkeels van zich laten horen op de heide en het stuifzand van de Kale Duinen. Het broedseizoen is een heerlijke tijd om te genieten van alle zangers, fluiters en trommelaars die wonen in het uitgestrekte Drents-Friese Wold.
In de verte rolt een roffel door het bos. De slagwerker van het orkest meldt zich. Foto: Rens Hooyenga
De aangetreden wandelaars onderdrukken een gaap en wrijven de slaap nog uit de ogen, wanneer Wierenga checkt wat voor vlees hij in de kuip heeft. „Wie van jullie zou zich vogelaar willen noemen?” Een paar vingers gaan omhoog. „Mooi. En zijn er nog wensen?”, besluit hij zijn compacte introductiepraatje.
„Nou, de wielewaal, dat zou leuk zijn”, zegt een dame met een loeier van een kijker om de nek. Wierenga lacht. „We gaan het zien”, zegt hij, en stapt met ferme pas het langzaam lichter wordende woud in.
Luisteren naar wie er zingt
De groep heeft amper een paar stappen gezet of de eerste solist pakt het podium. De zanglijster die zich al had gemeld, hipt met een snavel vol rupsjes over het betonpad. Gids Wierenga blijft staan en vertelt op gedempte toon. „Hij lijkt op een merel, maar dan met spikkels. Als-ie zingt, herhaalt hij drie keer en begint dan met een nieuw liedje.”
Dan klinkt dichtbij een andere tsjilp. „Hoog laag, hoog laag en dan een riedeltje. Wie herkent hem?” Twintig luisteraars loeren met hun hoofd in de nek naar een boom. „De bonte vliegenvanger”, klinkt het achter uit de groep. „Maar ik speel vals hoor”, geeft de ‘kenner’ gelijk toe, wijzend op de vogelzangapp die oplicht op haar telefoon.
Slagwerkers en solisten
Een houtduif gooit zijn lage zware gekoer in de kwettersymfonie. Een merel gooit er een heftige melodielijn in en dan melden ook de roodborst, de pimpelmees en de bonte vliegenvanger zich in het grote vogeltheater. Een heel helder liedje. Wiek-wiek. „Chic hè”, vindt dirigent Wierenga. „Zwart-wit, prachtig vogeltje.”
De veldleeuwerik en de boomleeuwerik klimmen metershoog de lucht in en laten zich al zingend als een parachute naar beneden dwarrelen. "Cool." Foto: Rens Hooyenga
In de verte rolt een roffel door het bos. De slagwerker van het orkest meldt zich. De grote bonte specht. Onmiskenbaar. Het is de neef van de lolbroek van het Wold; de groene specht. „Die lacht je vierkant uit”, zegt Wierenga over de kenmerkende baltsroep van die vogel.
Krachtpatser met bescheiden roep
De groep grijpt naar de verrekijkers als de dirigent een andere ritmische gast ontwaart. Eentje die zich niet zomaar laat zien en weinig indruk maakt met zijn bescheiden roepje: tik tsiii. De appelvink; de krachtpatser onder de vinken. Met zijn sterke snavel kan hij een drukkracht van wel 50 kilo uitoefenen. Een kersenpit kraken is voor hem appeltje-eitje.
De solisten volgen elkaar op. De tjiftjaf komt voorbij. In het naaldbos duikt de goudhaan op en de kuifmees met zijn coole coupe. De mosgroene fluiter meldt zich als een stuiterende knikker: tjip-tjip-tjip-tjip-tjip-tjip-tsjirrrrrrrr, en in de verte klinkt koekoek, koekoek, koekoek. De indrukwekkend oranje gekraagde roodstaart duikt op in het vizier van de kijkers. „Daar hebben we onze Afrikaganger. Die komt helemaal hierheen om te broeden.”
Waarom de geelgors als Beethoven klinkt
Dan schalt de Vijfde van Beethoven tussen de bomen. Het di-dzi-dzi-dzi-dzèèèè, van de geelgors lijkt sprekend op de openingsmelodie van de wereldberoemde symfonie.
De indrukwekkend oranje gekraagde roodstaart duikt op in het vizier van de kijkers. „Daar hebben we onze Afrikaganger. Die komt helemaal hierheen om te broeden.” Foto: Rens Hooyenga
De veldleeuwerik en de boomleeuwerik laten zien dat zij de musicalsterren van het vogeltheater zijn. De mannetjes klimmen metershoog de lucht in en laten zich al zingend als een parachute naar beneden dwarrelen. Hoe hoger ze komen, hoe cooler ze zijn. Wierenga: „Ik kan me voorstellen dat je als vrouwtje op de grond zit, dat dat best aantrekkelijk is.”
Op zoek naar paradepaardje
Dan komen de vroege wandelaars vanaf de heide op de open vlakte van de Kale Duinen. Als ze mazzel hebben kunnen ze hier het paradepaardje van het Drents-Friese Wold bewonderen: de tapuit. Het uiterst kwetsbare vogeltje broedt in Nederland alleen nog in de kustprovincies en hier in het Aekingerzand.
Ze maken nesten in verlaten konijnenholen en zijn heel gevoelig voor verstoring. Daarom mogen honden hier nu absoluut niet komen. Sinds de jaren 80, toen konijnen massaal het loodje legden door de virusziekte myxomatose, heeft de tapuit het heel moeilijk.
„Tsjonge”, zegt Lex verbluft. „Dit zie je niet vaak. Dit is wel écht een cadeautje.” Foto: Rens Hooyenga
Zeldzaam cadeau
Wierenga speurt door zijn kijker, en verduld als niet waar is: daar zit er eentje. En verrek, nog een en zelfs een derde. De grijze mannetjes met hun zwarte maskers strijken steeds weer neer in de top van een den. „Tjonge”, zegt Wierenga verbluft. „Dit zie je niet vaak. Dit is wel écht een cadeautje.” Als dan even later ook nog een enorme rode wouw met zijn vorkstaart over de groep zeilt, is het feest helemaal compleet.
De vogelpracht heeft alle slaap verdreven. Het boskoor heeft de toeschouwers beloond voor het vroege opstaan. Dertig keer bingo in twee uurtjes wandelen. „Poeh”, zegt dirigent Lex Wierenga aan het eind van de tocht, wanneer de zanglijster het slotakkoord zingt. „Wat een cadeaus vandaag. Echt bijzonder.”
Dertig keer bingo in twee uurtjes wandelen door het Drents-Friese Wold
Tijdens de Vroege Vogelwandeling, die de Vogelbescherming Nederland organiseerde tijdens de Nationale Vogelweek, spotte de groep in Appelscha in twee uren tijd dertig verschillende soorten. „Jeetje, wat een cadeautjes”, jubelde natuurgids Lex Wierenga van Staatsbosbeheer. De volgende vogels werden gehoord en/of gezien.