Hoe een baksteen het verhaal van het verdwenen Overschild vertelt. Conservator Edgar (27) houdt met ‘Bakstain’ zijn eerste expositie in Groninger Museum
Conservator Edgar Pelupessy uit Warffum maakte de tentoonstelling 'Bakstain' die tot en met 23 augustus in het Groninger Museum is te zien. Foto Dennis Venema
De band tussen Groningers en baksteen is robuust en emotioneel beladen. De tentoonstelling Bakstain in het Groninger Museum stelt deze relatie centraal.
Baksteen is meer dan een bundeling van klei, zand en ijzeroxide. Baksteen beschermt: houdt kou, regen en vijanden buiten en de warmte binnen. De steen koestert gestolde herinneringen van hen die hij omringt, gebakken in zware, vette klei die eeuwen later nog steeds oranjerood nagloeit. Het Groninger Museum brengt met Bakstain een ode aan deze ruim 800 jaar oude band tussen steen en Groninger.
Kunstenaar Bariș Halit Ipek maakte voor de tentoonstelling het kunstwerk Urban Artifact van steen, plastic en metaal. Foto Dennis Venema
Het voorportaal van de expositieruimte omvat een tafel waarop – zo lijkt het - lukraak enkele bakstenen zijn gesmeten. De stenen vormden ooit huizen van inwoners van Overschild. Huizen die zijn afgebroken vanwege bevingsschade. Maar zelfs nu, gebroken en met verkruimelde restanten mortel, vertellen ze het verhaal van het dorp en de mensen die er woonden. Kunstenaar Gus Drake brengt dat dorp van toen met een VR-installatie tot leven. De bril toont spiralen die vonkend uiteenvallen en zich lichtvoetig samenvoegen tot een dorp dat ooit was en in de herinnering van velen nog steeds is.
Sinds 2019 werken families uit Overschild mee aan het project van Drake door hun persoonlijke verhalen te delen en hun huizen open te stellen. Foto’s, herinneringen en geluidsopnames vormen het uitgangspunt van het werk. Met behulp van gedetailleerde 3D-scans, ruimtelijk geluid en animaties worden de interieurs digitaal gereconstrueerd en opnieuw voelbaar gemaakt. „Bezoekers worden als het ware meegenomen in het dorp”, legt conservator Edgar Pelupessy (27) uit. „De mensen vertellen wat ze is aangedaan en hoe ze dat verwerken.”
Gus Drake uit Seattle schiep Corridors of Memory, een VR-installatie waarmee bezoekers de gevolgen van de sloop en versterking door de gaswinning voor mens en dorp in Overschild ervaren. Foto Dennis Venema
De tentoonstelling is heel passend ondergebracht in het bakstenen De Lucchi Paviljoen van het Groninger Museum, ontworpen door de Italiaanse architect Michele de Lucchi. Pelupessy: „Hij ontwierp het paviljoen voor archeologie en geschiedenis van Groningen als een vesting van baksteen. Zo verwijst het bouwwerk als geheel naar de historie van de stad. Op deze plek lagen namelijk vestingwerken die vanaf de zeventiende eeuw een belangrijke rol speelden in de geschiedenis.”
Bakstain is zijn eerste expositie. De entree van de expositieruimte wordt geflankeerd door een geologische kaart van de provincie Groningen en een prent met bakstenen gebouwen uit Groningen, getekend door architect Cornelis Hendrik Peters (1847 – 1932) uit Groningen.
„Hij was heel belangrijk voor de baksteenarchitectuur in Groningen. Hij bracht talloze oude kerken, huizen en gebouwen in kaart. Hij ontwierp onder meer het oude Groninger Museum en het postkantoor aan de Munnekeholm, waar nu een fitnesscentrum in zit. Naar mijn weten staan er in het land bijna honderd postkantoren die door hem zijn ontworpen.”
Het portret van Cornelis Hendrik Peters, geschilderd door Ids Wiersma in 1908. Foto Dennis Venema
Schilder Ids Wiersma portretteerde hem in 1908; Peters kijkt vanaf een van de wanden in de expositieruimte ietwat peinzend de zaal in. Naast hem hangt collega J.A. Mulock Houwer, die als directeur Gemeentewerken onder meer de muziekkoepel en de vijver in het Noorderplantsoen creëerde. „Hij was de grote regisseur van het Plan van Uitleg, de eerste stadsuitbreiding in de twintigste eeuw.” Houwer legde straten, wegen, waterwegen en pleintjes rondom de bestaande stad aan, en ontwierp talloze monumentale gebouwen, zoals de watertoren aan de Hofstede de Grootkade. „Ook was hij de drijvende kracht achter het Stadspark.”
Architect Cornelis Hendrik Peters tekende deze kerken en gebouwen in Groningen. Bron: Architectuur in Groningen, 1880-1920, Collectie Groningen Archieven
Boven hen hangt Siebe Jan Bouma, die de schitterende Vensterschool Stadspark, het Kantoor Gemeentewerken aan het Gedempte Zuiderdiep en – jawel – Madurodam ontwierp. Meesters van baksteen die het gezicht van Groningen boetseerden en de grens tussen ambacht en kunst deden vervagen.
De arbeiders die de klei uit de grond haalden, de stenen bakten en stapelden, bleven veelal naamloos. Toch lieten ook zij soms een teken achter. De conservator wijst naar een kloostermop die tussen circa 1400 en 1500 is gemaakt. In de steen is de afbeelding van een hand gekerfd die met een schrijfstift de woorden ‘Ave Maria’ lijkt te hebben genoteerd.
Wie maakte deze kloostermop? Zijn naam blijft voor altijd onbekend. Foto Dennis Venema
Die fysieke inspanning bleef door de eeuwen heen een constante; de arbeiders verrichtten zwaar werk, vaak tegen een mager loon. In het centrum van Winsum staat het beeld van kunstenares Jozephine Wortelboer. Een ‘tiggeljongen’ rust met gebogen rug even uit van het spitten in de klei. Aan het Winsumerdiep stond steenfabriek Lombok, die in 1984 de deuren sloot. Groningen telde ooit tachtig steenfabrieken die in de negentiende eeuw jaarlijks zestig miljoen stenen produceerden. Alleen Strating in Oude Pekela bestaat nog; de rest is verdwenen. In de eerste helft van de jaren tachtig kwamen door de tweede oliecrisis in het hele land veel steenfabrieken in zwaar weer terecht.
Het is een stilmakende gedachte dat al het oranjerood van huizen, wijken en dorpen voortkomt uit klei, afgezet door water, fijngewalst door ijstijden en bedolven onder lagen sediment. Omstreeks de twaalfde en dertiende eeuw begonnen inwoners van deze regio de klei te bakken, die door het hoge ijzergehalte die typische warme oranjerode kleur kreeg.
Speciale troffels die werden gemaakt voor de eerste steenlegging van huizen en gebouwen. Het exemplaar uiterst rechts herinnert aan de bouw van het Sichtermanhuis in Groningen, genoemd naar Jan Albert Sichterman (1692–1764), die bekendstond als ‘de Koning van Groningen’. Hij vergaarde als koopman van de VOC een enorm vermogen en bouwde na zijn terugkeer in Groningen een stadspaleis aan de Ossenmarkt. Foto Dennis Venema
Pelupessy ziet het resultaat in zijn woonplaats Warffum. „Daar staan echt prachtige huizen in de stijl van de Groningse School. Maar ook oudere stenen gebouwen, zoals de pastorie van de hervormde kerk en de Sebastiaankerk, hebben die karakteristieke kleur. Jammer dat het schip met een pleisterlaag is bedekt. Als je die zou weghalen…” Een glimlach. „… dan zie je iets schitterends.”
Oranjerood.
De tentoonstelling Bakstain is nog tot en met 23 augustus te zien. Het Groninger Museum werkte hierbij samen met het Alfa-college Groningen, het Frank Mohr Instituut, de master-opleiding van Academie Minerva, de Rijksuniversiteit Groningen en diverse lokale experts en ondernemers.
Tichel
Vermoedelijk namen bouwmeesters uit West-Duitsland, Noord-Italië en Frankrijk in de middeleeuwen nieuwe bouwtechnieken mee naar Groningen, waarmee ook de eerste baksteenovens ontstonden. Rond steden, dorpen, kloosters en steenhuizen verschenen vervolgens kleine baksteenfabrieken, de zogenoemde ‘tichelwerken’. Het woord ‘tichel’ is een oude benaming voor baksteen en verwant aan het Duitse Ziegel en het Latijnse tegula, dat dakpan betekent.
Veel objecten die in de tentoonstelling zijn te zien komen uit het depot van het Groninger Museum. Foto Dennis Venema