Arend van Wijngaarde is parlementair verslaggever van Dagblad van het Noorden Foto: Marcel Jurian de Jong
De bomaanslag op het D66-kantoor van afgelopen donderdagavond heeft opvallend weinig opschudding veroorzaakt. Dat is zorgelijk. Gaan we dit soort geweld normaal vinden?
Willekeurige voorbijgangers ontkwamen ternauwernood aan de gevolgen. Ook zo’n dertig jonge D66-leden die binnen waren, bleven ongedeerd. Het had met de vuurwerkbom veel erger kunnen aflopen.
De aanslag werd weliswaar veroordeeld door politici als Yeşilgöz, Bontenbal en uiteraard Rob Jetten. Opvallend was echter dat Geert Wilders, Caroline van der Plas, Mona Keijzer en Joost Eerdmans zich niet lieten horen, terwijl zij doorgaans snel zijn met felle veroordelingen.
Ook de relatieve stilte in de media springt in het oog. Het wekt de indruk dat er een zekere gewenning ontstaat aan dit soort aanslagen. Dat is uiterst zorgelijk. Het gaat immers om een aanval op de grootste partij van Nederland — en bovendien de partij van de premier. Bovendien is het al de tweede keer dat het D66-kantoor doelwit is.
De bomaanslag past helaas in een bredere trend. De afgelopen weken was de sfeer bij anti-asielprotesten in onder meer Loosdrecht grimmig en explosief — al is onduidelijk of er een direct verband is. Ook lokale politici in het Noorden krijgen steeds vaker te maken met agressie en intimidatie.
Wie naar verklaringen zoekt, komt al snel uit bij toenemende polarisatie. In de hele westerse wereld staat het politieke midden onder druk. Dat blijkt uit verkiezingsuitslagen, zoals recent in het Verenigd Koninkrijk, maar ook uit de tanende populariteit van leiders als Merz in Duitsland en Macron in Frankrijk. Steeds meer kiezers zoeken de randen op. Rechts én links.
Geweld vanwege de ‘wil van het volk’ is een miskenning van de grote verdeeldheid.
Tegelijkertijd laten diezelfde uitslagen zien dat er zelden een meerderheid is voor de uitersten. Wie geweld gebruikt en dat rechtvaardigt met een beroep op ‘de wil van het volk’, miskent hoe verdeeld dat volk in werkelijkheid is. In Groot-Brittannië boekte Nigel Farage bijvoorbeeld winst, maar bleef zijn partij met zo’n 25 procent ver verwijderd van een meerderheid.
Het politieke midden manoeuvreert dus in een versplinterd landschap. Dat maakt besturen complex en compromissen noodzakelijk. Geweld en intimidatie maken dat niet alleen moeilijker, ze ondermijnen de democratische rechtsorde zelf.