Sociaalpsychiatrisch verpleegkundige Roberto Murillo helpt wijkagent Siard Heidanus bij meldingen over verwarde personen. Foto: Siese Veenstra
Mensen die stemmen in hun hoofd horen, urenlang schreeuwen of dreigen met een delict. De politie heeft haar handen vol aan meldingen over mensen met verward gedrag. In Groningen krijgen agenten daar nu hulp bij.
Een man uit Groningen schreeuwde continu in huis. Zijn buren wisten zich er geen raad mee. Ze belden in een paar maanden tijd tien keer de politie: doe er iets aan. Maar de politie kan in dit soort gevallen niet zoveel. De overlast is een gegeven en vervelend, maar er is niets strafbaars aan de hand. De man is in de war en heeft vooral zorg nodig. De situatie is alleen vaak niet acuut genoeg om iemand gedwongen te laten opnemen.
Agenten hebben hier dagelijks mee te maken. In de hele gemeente Groningen kreeg de politie afgelopen jaar 3401 meldingen van overlast door een verward persoon. Dat zijn er bijna tien per dag. Meer dan tweederde van deze meldingen komen uit het stadscentrum en Groningen-Noord.
Harde schijf aangestuurd door sterren
Het verhaal over de schreeuwende man is waargebeurd, vertelt wijkagent Siard Heidanus (54) van het basisteam Groningen-Noord. Hij is bij de politie in de stad de expert als het gaat om mensen met verward gedrag. „Hij liet hulpverleners niet makkelijk binnen”, legt hij uit. „Wij kloppen net wat harder op de deur. Hij had het over een harde schijf en processor in zijn hoofd, die werden aangestuurd door een ster.”
Heidanus haalt zijn schoudersop en kijkt opzij. Daar zit sociaalpsychiatrisch verpleegkundige Roberto Murillo (50) van de forensisch-psychiatrische zorgorganisatie Mesdag. Sinds oktober vorig jaar ondersteunt hij bij wijze van proef de politie in Groningen-Noord en Centrum bij meldingen van verward gedrag. „Roberto kreeg contact met de man, die bekend bleek bij Lentis. Hij heeft een afspraak voor hem gemaakt en vanaf dat moment hebben we geen meldingen meer over hem gehad.”
Sociaalpsychiatrisch verpleegkundige Roberto Murillo helpt de politie bij meldingen van verward gedrag. Foto: Siese Veenstra
Bij Murillo, achteroverleunend in zijn stoel, verschijnt een lichte grijns op het gezicht. Wat hij anders doet dan de wijkagent? „Ik voer op zo’n moment verschillende gesprekken tegelijkertijd met iemand”, vertelt hij. „Ik praat met de psychose én met de persoon. Door begrip en interesse te tonen, kan hij mij zijn belevingswereld laten zien. Zo kom ik achter de ideeën die hij heeft en hoe hij denkt over gevaar. Ik bemoei me niet met of iets waar is of niet, maar wil weten wat diegene ziet. Zo beoordeel ik hoe erg de psychiatrische toestand is en wat de gevaren zijn.”
Zorg belangrijker dan veiligheid
„Roberto weet betere hulpvragen te stellen dan ik”, vult Heidanus aan. „En hij kan het beter duiden dan ik. Dat is ongelofelijk helpend om te voorkomen dat dingen gebeuren.” Het maakt dat de twee elkaar goed aanvullen, zeggen ze. De politie is er voor de veiligheid, de sociaalpsychiatrisch verpleegkundige voor de zorg. Bij mensen met verward gedrag kan het een niet zonder het ander en is het zorg-aspect misschien nog wel belangrijker.
Onder de agressie van een verward persoon zit volgens Murillo altijd iets dat de persoon meemaakt. „Hij gelooft heel erg in wat hij ziet, hoort en ervaart.” Daar komt volgens hem bij dat 90 procent van de verwarde mensen bang is voor datgene wat ze in hun psychose ervaren. „Deze man dacht aangestuurd te worden door allerlei fenomenen en vertoont daardoor onbegrepen gedrag. Zo ontstaan risico’s.”
Wijkagent Siard Heidanus is binnen de politie in Groningen de expert als het gaat om personen met verward gedrag. Foto: Siese Veenstra
Zo zijn er tig verhalen, aldus de wijkagent. Hij geeft een ander voorbeeld waarbij een man zijn eigen huis bevuilde. Heidanus en Murillo gingen samen op huisbezoek. „De man vertelde wat hij meemaakte, Roberto zocht dat op zijn telefoon op en zo werd al snel duidelijk wat hij qua realiteit meemaakte in zijn hoofd. Roberto ging vragen stellen die ik nooit gesteld zou hebben, waardoor een klik ontstond tussen Roberto en de man.”
De nadruk van de samenwerking tussen politie en sociaalpsychiatrisch verpleegkundige ligt op de meest gevaarlijke meldingen. Een dementerend persoon die naakt door de straat rent, maar geen gevaar vormt voor zichzelf of de omgeving valt daar niet onder. Iemand die dreigt agressief te worden wel. De man wiens harde schijf in zijn hoofd naar eigen zeggen werd aangestuurd door een ster duwde eens zijn buurman van de trap, vertelt Heidanus. „Dat ging net goed, maar de volgende keer gaat het misschien niet goed. Dat maakt het acuut.”
‘Soms blijf ik even praten’
In het verleden werden deze mensen meegenomen naar het bureau en niet veel later weer vrijgelaten. Dat gebeurt al jaren niet meer, zegt Heidanus. Tegenwoordig is het gebruikelijk dat een agent de inschatting maakt of iemand acute zorg nodig heeft of niet. Zo ja, dan brengt de politie die persoon naar een speciale crisisbeoordelingslocatie van Lentis aan de Hereweg in de stad. In de meeste gevallen blijkt daar echter ook dat de situatie niet acuut genoeg is en wordt iemand niet opgenomen, maar weer naar huis gebracht.
Met Roberto Murillo ter plaatse, wordt meteen een inschatting van de situatie gemaakt. Van de meer dan zestig keer dat hij tot nu toe is ingeschakeld, was slechts in een handvol situaties direct zorg nodig. Maar niet zo acuut dat een gedwongen opname volgde. „Soms kan de politie ook weer gaan en blijf ik nog even praten”, zegt hij. Indien nodig wordt ook het sociale wijkteam van de gemeente ingeschakeld.
Proef nu al succesvol
Hoe de proef tot nu toe uitpakt, is precies waar zorg- en veiligheidsadviseur Mary Jane Latuheru (48) van de gemeente Groningen op hoopte. Groningen keek het trucje af in Twente, waar sinds 2019 op een soortgelijke manier wordt gewerkt. „We willen dat een betrokkene snel goede zorg krijgt en dat gaat nu veel beter”, zegt Latuheru. „De lijntjes zijn ook korter. Eerder was er nog wel eens onderling onbegrip: waarom doe je dit wel of niet? Door met elkaar te werken, ontstaat begrip.”
Mary Jane Latuheru werkt vanuit de gemeente Groningen samen met Heidanus en Murillo. Foto: Siese Veenstra
Het verschil in benadering tussen nu en eerder, is volgens Heidanus dat de nadruk lag op het oplossen van een melding en dat er nu wordt gekeken naar het oplossen van een probleem. „Het schaap met de vijf poten bestaat niet, maar door Roberto zijn expertise en kennis ontstaat dat wel”, zegt hij.
De proef loopt tot 2027. Na een paar maanden zijn alle betrokkenen positief. „We moeten het even de tijd geven, maar we denken dat het werkt”, zegt Latuheru. „Daarna moeten we kijken of en hoe we dit kunnen uitbreiden en voortzetten.”