Het begon met een foto van een grafsteen en een oproep op de Facebookpagina van Uithuizermeeden: „Zijn er 90-plussers die nog scherp van geest zijn en iets weten?” Onderzoeker Teun Juk (69) dook in het verhaal van een Drentse verzetsman die net niet thuiskwam.
Het is 24 april 1945. De boerderij van de familie Mijnheer in het Drentse Drijber is versierd: vader keert terug uit een kamp voor politieke gevangenen in Duitsland. Zijn vijf kinderen blijven die dag thuis van school om hem op te wachten. Maar dan komt het bericht dat Jacob Mijnheer (39) het niet heeft gered. Hij sterft totaal verzwakt in Uithuizermeeden, onderweg naar huis, drie dagen nadat het dorp is bevrijd.
Slechts drie maanden eerder is hij gearresteerd, omdat hij onderduikers in huis had.
Het blijft stil als Teun Juk uit Hattem dit verhaal vertelt. In kerk Het Anker, in zijn geboortedorp Uithuizermeeden, zijn tientallen dorpsbewoners en andere geïnteresseerden samengekomen voor zijn lezing. Het is de aftrap van het herdenkingsprogramma Open Joodse Huizen / Huizen van Verzet in het Noorden.
Verzetsman Jacob Mijnheer uit het Drentse Drijber Foto: via Teun Juk
Juk schetst hoe Mijnheer in april 1945 met een groep politieke gevangenen min of meer toevallig in Uithuizermeeden belandt. Ze worden vanuit een kamp bij Wilhelmshaven op transport gezet naar Delfzijl, omdat de Duitsers steeds meer grondgebied verliezen. Vandaaruit worden ze naar dorpen in Noord-Groningen gebracht.
„Ze werden op boerenwagens het dorp binnengereden”, vertelt Juk. „Uitgemergeld en ziek, onder de luizen, met kleren die van het vuil aan hun lichaam plakten.” In het dorp worden de mannen verzorgd door bewoners, onder meer in een noodhospitaal. Hoewel er eerst nog Duitse begeleiding is, wordt hulp oogluikend toegestaan.
Grafsteen, Google, gesprekken
Hoe waren die dagen in Uithuizermeeden voor de doodzieke mannen en voor de bewoners? Juk puzzelde het verhaal bij elkaar nadat een kennis hem in 2025 een foto mailde van de grafsteen van Mijnheer. „Dan word ik nieuwsgierig”, zegt de gepensioneerd leidinggevende bij gemeenten, die als onderzoeker de lokale geschiedenis uitpluist.
Het was een onbekend verhaal voor hem, terwijl hij veel over de geschiedenis van Uithuizermeeden heeft geschreven. „Mijn startpunt was simpel: Google”, legt Juk uit. Via krantenartikelen, archieven en boeken bouwde hij het verhaal stap voor stap op. Daarbij sprak hij ook met dorpsbewoners en de familie Mijnheer. „Zonder hen had ik dit verhaal niet kunnen vertellen. Zij wisten zelf al veel, maar ik kon het verhaal van Uithuizermeeden aanvullen.”
Het onderzoek kostte hem ‘heel wat uren’, vertelt hij. „Ik denk wel: had ik dit maar in 2000 geweten, dan had ik meer ooggetuigen gehad.”
Onderzoeker Teun Juk vertelt over de arrestatie van Jacob Mijnheer. Foto: Anjo de Haan
‘Had ik maar beter geluisterd’
„Dat is mijn vader”, fluistert Eza Werkman-Wietsma (72) tijdens de lezing, als de naam Klaas Anne Wietsma valt. Haar vader was verpleger en zat een deel van de oorlog ondergedoken. In de laatste weken hielp hij in Uithuizermeeden bij de verzorging van Mijnheer.
„Er waren gewonden, dus hij ging helpen. Dat deed je toen gewoon”, vertelt Werkman-Wietsma. Waarschijnlijk verzorgde haar vader Mijnheer in het huis van haar oma, waar de verzetsman vermoedelijk zijn laatste dagen doorbracht. Na diens overlijden schreef Wietsma zijn weduwe brieven, waarin hij beschreef hoe die periode was verlopen.
Eza Werkman-Wietsma Foto: Anjo de Haan
Werkman-Wietsma werd benaderd door Juk voor zijn onderzoek. „Sindsdien is het verhaal weer helemaal gaan leven bij mij”, vertelt ze. „Soms denk ik: had ik maar beter geluisterd naar de verhalen van mijn vader. Maar je was jong en als kind had je niet zoveel gevoel bij verhalen uit de oorlog.”
Oorlog aan de keukentafel
Voor Juk is het onderzoek geen hobby zonder doel. Hij wil verhalen blijven vastleggen nu het nog kan en ze zo vertellen dat ze blijven hangen. „Het gaat niet alleen om getallen en geschiedenis. Mensen moeten het verhaal voelen.”
Juist daarom zoomt hij in op details: dat versierde huis, de wachtende kinderen, de man van 39 die de bevrijding nog meemaakt, maar toch niet thuiskomt. „Dan komt het dichtbij”, zegt hij. „Als je dezelfde leeftijd hebt, of zelf kinderen, dan kijk je er anders naar. Dan is dit geen oud verhaal meer.”
Volgens Juk dienen de verhalen ook als waarschuwing. „Vandaag de dag schuift de oorlog weer bij ons aan de keukentafel. En wij maken ons vooral druk over de olieprijs. Ik denk dat we ons om andere dingen druk moeten maken.”
Open Joodse Huizen / Huizen van Verzet
Tot en met 4 mei 2026 openen in Nederland zo’n 200 huizen, winkels en scholen hun deuren. Op deze locaties worden verhalen uit de Tweede Wereldoorlog verteld.
Groningen: Appingedam, Delfzijl, Leens, Groningen-stad, Usquert, Uithuizen, Warffum, Winschoten, Winsum. Drenthe: Assen. Het programma is te vinden via: www.jck.nl/open-joodse-huizen.