Een groepje Duitse studenten geniet in het Noorderplantsoen van het lenteweer. Foto: Peter Wassing
Studenten uit het buitenland blijven vaker in Nederland nadat ze hun diploma hebben behaald. Een groot deel heeft betaald werk en verdient goed, blijkt uit onderzoek van Nuffic.
Ze had weleens van Groningen gehoord, vertelt Ece Aydın (24). „Ik kom uit Turkije. De economische situatie werd daar slechter en slechter. Je hebt er weinig kans op een goede baan. Nederland had ik al eens bezocht en ik kende iemand die in Groningen was gaan studeren. Zij was er heel positief over, dus besloot ik hier mijn bachelor te gaan doen.”
Aydın begon in 2019 aan haar studie Liberal Arts and Sciences aan de University College Groningen, een faculteit van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG). „Toen ik hier net kwam was alles natuurlijk nieuw, onbekend en spannend. Op mijn studie zaten gelukkig een heleboel internationale studenten. Ik woonde met veel internationals in een studentenhuis. Heel fijn, want we zaten allemaal in hetzelfde schuitje.”
Aantal blijvers groeit
Onderzoeker Ece Arat van Nuffic, de organisatie voor internationalisering in het onderwijs, becijferde dat vijf jaar na het behalen van hun diploma, een kwart van de internationale afgestudeerden nog in Nederland is. Bij de vorige meting in 2022 was dit ruim 24 procent. Geen groot verschil.
Kijk je naar een kortere periode, dan is het verschil groter: 57 procent van de internationals die hier in 2023 afstudeerden, waren in 2024 nog in Nederland. In 2018 was dat 40 procent. Daarom verwacht Arat dat het aantal internationale afgestudeerden dat blijft plakken de komende jaren toe gaat nemen.
De meerderheid van de blijvers heeft hier een goede baan gevonden. Studenten uit Suriname blijven het vaakst, gevolgd door Iran, Oekraïne, Turkije en Rusland. Vooral Amsterdam en Eindhoven zijn magneten voor internationale afgestudeerden. Amsterdam is het populairst om te werken en wonen. Afgestudeerden uit Eindhoven blijven het vaakst. 22 procent van de afgestudeerden die in Groningen een diploma haalde, is na 5 jaar nog in het land. In Leeuwarden gaat dat om 14 procent.
Aydın is gesetteld in Groningen. Een handjevol studenten waar ze mee studeerde ook. De rest is vertrokken. „Veel medestudenten wilden naar Amsterdam of Utrecht waar ze meer kans hadden op een baan. Of ze wilden simpelweg in grotere steden wonen.”
Ece Aydın (24) uit Turkije blijft nog wel een tijdje in Groningen. Foto: eigen foto
Daar is ‘ie weer: de Wet Internationalisering in Balans
Internationale studenten zijn al geruime tijd onderwerp van discussie in Den Haag. De Wet Internationalisering in Balans die boven de markt hangt, moet het aantal uit het buitenland afkomstige studenten terugdringen. De groep levert problemen op, stelt het kabinet. Denk aan overvolle collegezalen, de Nederlandse taal die wordt verdrongen door het Engels en kamertekorten.
Onderwijsinstellingen zoals de Hanze en de RUG zien de wet liever van tafel gaan. Ja, het aantal internationale studenten mag wel een onsje minder, stellen zij. Maar niet zo rigoreus. Zeker met bijvoorbeeld het oog op de krimp in de regio.
Arat legt uit dat internationale studenten veel voor Nederland kunnen betekenen. „Ze leveren geld op en gaan aan het werk in sectoren waar nu grote tekorten zijn, zoals de zorg en het onderwijs.” Nuffic-woordvoerder Juriaan Beuk: „Nederland heeft een kenniseconomie. We hebben er als land baat bij als knappe koppen hier blijven.”
Onderzoekers in het Noorden kijken ook naar de internationale studenten
Onderwijsinstellingen nemen zelf ook de internationale studentenpopulatie onder de loep. Universitair hoofddocent Viktor Venhorst doet bij de RUG onderzoek naar de ‘stayrate’ van studenten. De cijfers die Nuffic publiceerde, en de conclusies die het bureau daaraan hangt, komen overeen met die van Venhorst.
„Wij hebben gekeken naar masterstudenten. Nuffic heeft naar hbo-, bachelor- en masterstudenten gekeken. Maar de conclusies lijken op elkaar. In corona zagen we een dip en sindsdien zien we het aantal blijvers weer toenemen.”
In het onderzoek van Nuffic komt naar voren dat van de blijvende internationale afgestudeerden (of kortweg blijvers) ongeveer 3 procent in de regio Groningen werkt. Venhorst: „Maar doordat zij de percentages afzetten tegenover de rest van Nederland, lijkt het alsof we hier erg achterblijven. Dat is niet zo. We blijven ietsje achter, maar niet dramatisch.”
Venhorst ziet dat het grootste probleem in Groningen de arbeidsmarkt is. Die moet beter aansluiten op de studenten die hier worden opgeleid. Als daar meer kansen zijn, blijven meer mensen hier wonen, denkt hij. „Dat blijkt niet alleen uit de statistiek. Dat hoor ik ook van mensen uit die Groningse arbeidsmarkt.”
Venhorst pleit ervoor dat het kabinet de internationale studenten koestert. „Het ging echt de goede kant op. Gooi het kind niet met het badwater weg door de Wet Internationalisering in Balans in te voeren.”
Voor nu van plan om te blijven
Aydın heeft inmiddels een baan gevonden in Groningen. Ze doet onderzoek naar gezondheidssystemen bij Health-Ecore in Groningen en volgt daarnaast een traineeship aan de Radboud Universiteit in Nijmegen.„Ik heb hier een sociaal leven opgebouwd, een relatie en ik vind het hier fijn. Voor nu zijn we van plan om hier te blijven. Maar je weet nooit wat de toekomst precies brengt.”