Dick Pouwels, bestuursvoorzitter van Hanze. Foto Jan Willem van Vliet
Het hoger onderwijs heeft het moeilijk. De regering wil bezuinigen door minder internationale studenten naar Nederland te laten komen. Wat zijn de gevolgen voor Groningen?
Geworteld zijn in Groningen en tegelijkertijd wereldwijd je vleugels uitslaan. Kan dat? De Rijksuniversiteit Groningen en hogeschool Hanze hebben die ambitie in elk geval wel.
In zijn werkkamer laat Dick Pouwels, bestuursvoorzitter van de Hanze, zijn band met de regio zien. Eén wand hangt vol met prenten van de Chassidische legenden -joodse vertellingen- van grafisch kunstenaar Hendrik Nicolaas Werkman (1882-1945). Hij is geboren in Leens en woonde zijn hele leven in Groningen.
Werkman was een van de vooraanstaande leden van de Groningse kunstenaarskring De Ploeg. Die kreeg internationaal aanzien onder andere door het contact met de Duitse kunstkring Die Brücke. Ook kunstacademie Minerva, waarvan de wortels teruggaan tot 1797, stimuleerde de Ploeg.
Kunst is internationaal
Op Minerva gonst het momenteel van de studenten uit allerlei landen, vertelt Pouwels. „Kunst is nog veel internationaler geworden. Voor het conservatorium geldt hetzelfde.”
Wat honderd jaar geleden gold voor de jonge Ploegkunstenaars, geldt nu voor Nederlandse studenten. Internationale contacten zijn een enorme verrijking. Pouwels: „We willen studenten opleiden tot wereldburger. Dat is belangrijk, omdat velen later in hun werk met internationale contacten te maken zullen krijgen. En het is goed voor onze eigen arbeidsmarkt dat hier internationals komen. In de zorg, techniek enzovoorts hebben we veel goed opgeleide mensen nodig.”
Negatief sentiment
Het kan niemand in Groningen ontgaan: veel buitenlandse jongeren brengen hier hun hele studententijd door, of althans een deel daarvan. En bepaald niet alleen voor de kunstenopleidingen. „Denk maar aan de techniek. Zeker voor de ICT bestaan geen grenzen meer. Een opleiding in die richting moet dus ook internationaal zijn”, zegt Pouwels.
Niet iedereen in de stad is daar onverdeeld blij mee. De internationale studenten zouden een groot beslag leggen op de schaarse woonruimte. Het Engels lijkt hier en daar het Nederlands te verdringen.
Dit negatieve sentiment leeft ook in andere studentensteden en lijkt tot aan de regering door te dringen. De Wet internationalisering in balans moet paal en perk stellen aan de internationalisering. Weliswaar heeft de Tweede Kamer middels een amendement een uitzondering bedongen voor Noord-Nederland, Twente, Limburg en Zeeland, maar de toon is gezet.
Het hoger onderwijs is een essentiële pijler onder de noordelijke economie. Kunnen de Rijksuniversiteit en de Hanze zich wel handhaven als de internationals wegblijven, of als hun aantal drastisch terugloopt?
Iets meer dan een kwart van de 34.000 RUG-studenten komt uit het buitenland. Het gaat dan om zowel de bachelor- als masteropleidingen, vertelt voorzitter Jouke de Vries van het college van bestuur. De Hanze trekt ‘slechts’ 10 procent van de circa 30.000 studenten uit andere landen. Het belang van de internationals is echter groter, stelt Pouwels. „We hebben diverse internationale opleidingen, zoals de international business school. Die trekken doorgaans de helft van de studenten uit Nederland, de andere helft zijn internationals. Zonder die laatste groep zouden die studierichtingen hier niet zijn.”
De Vries schudt moeiteloos een aantal bedrijven en instellingen uit zijn mouw die zich laven aan kennis uit Groningen. „Denk aan de Greenwise Campus in Emmen. Datamaran in Leeuwarden, dat zich bezig houdt met kunstmatige intelligentie.”
U-bocht
„We hebben samen met de overheid lange tijd daarop ingezet”, zegt De Vries. „Door de demografische ontwikkelingen daalt het aantal jongeren in Noord-Nederland, dat vangen we op met de instroom van jongeren uit andere landen. Ik heb daarom eigenlijk nog nooit zo’n ‘U-bocht’ in het beleid meegemaakt. Het lijkt nu helemaal de andere kant op te gaan.”
Toch erkennen De Vries en Pouwels dat hun instellingen wellicht wat te veel voorbij zijn gegaan aan wat de ‘gewone’ Stadjers ondervinden door de internationalisering. Het is de afgelopen tien jaar ook heel hard gegaan. „Ik kwam laatst van een concert en hoorde overal Engels op straat”, zegt Pouwels. „Aan de andere kant: Groningse winkeliers adverteren tegenwoordig ook met een sale in plaats van uitverkoop”, voegt De Vries eraan toe.
„Problemen met huisvesting hebben we gewoon op te lossen”, vervolgt Pouwels. „We hebben al 400 studentenkamers gerealiseerd op campus Zernike, speciaal voor internationals. In augustus kunnen we deze capaciteit verhogen tot 800. Tot 2030 moeten er op Zernike nog 1500 kamers bij komen.”
Mede door die piekcapaciteit waren er bij het begin van het studiejaar weinig problemen met huisvesting van de internationals. De Vries wijst er op dat het aantal internationale studenten dit jaar ook behoorlijk is gekrompen, met 14 procent. „Dit komt onder andere doordat we niet meer op beurzen in het buitenland staan om studeren in Groningen onder de aandacht te brengen. We zijn daarmee gestopt vanwege de geluiden dat het wel erg storm liep.”
Stageplek of baan
„We moeten ons ook meer inspannen om de internationals in contact te brengen met de Groningse samenleving”, zegt Pouwels. „Zo zijn we gestart met een career service center. Hier kunnen studenten terecht die een stageplek zoeken of een baan naast of na hun studie. Daarbij hebben ook bedrijven in de regio baat. De vergrijzing leidt tot problemen met het vinden van personeel. Wist je dat er ‘s avonds busjes rijden van de binnenstad naar restaurants in de regio? Die vervoeren studenten die daar in de bediening werken.”
Een andere verandering: er ligt veel meer nadruk op het leren van de Nederlandse taal. Een paar jaar geleden vonden weinig mensen dit belangrijk. „Nu bieden we toch meer vakken in het Nederlands aan”, zegt Pouwels. „En wij hebben het talencentrum”, vult De Vries aan. „Daar leren we heel wat studenten Nederlands, maar je kunt er ook andere talen leren.”
Wat zowel De Vries als Pouwels opvalt: juist de internationale studenten kiezen er na hun afstuderen opvallend vaak voor om hun loopbaan hier voort te zetten. De Vries: „Wij hebben onderzocht dat van de internationals 36 procent twee jaar na het afronden van hun master nog in Noord-Nederland woont en werkt. Dat is voor Nederlandse studenten minder. Kennelijk vinden mensen het prettig om zich hier te settelen, nadat ze de grote stap hebben gemaakt om hier te gaan studeren.”
'We voeren een stevige lobby voor het hoger onderwijs'
De bezuinigingen op het hoger onderwijs en de rem op internationale studenten kunnen een stevige economische domper betekenen voor de hele noordelijke regio. Dit geldt ook voor andere gebieden buiten de Randstad, zoals Limburg, Zeeland en Twente.
Maar waar bijvoorbeeld de Limburgse gedeputeerde Elianne Demolin (BBB) uitgebreid de trom roerde en in het televisieprogramma Buitenhof kwam vertellen waarom deze maatregelen voor haar provincie desastreus zijn, bleef het vanaf het Martinikerkhof en de Grote Markt stil.
„Dit wil niet zeggen dat we niets gedaan hebben”, verzekert gedeputeerde en voormalig Tweede Kamerlid Tjeerd van Dekken (PvdA). „Integendeel. We hebben alleen gekozen voor een stille lobby.” De vergrijzing treft het Noorden hard, dus hebben we alle talenten hard nodig, zegt Van Dekken. „Waarom zouden we dan mensen gaan weren die hier graag willen studeren?”
Daarnaast maakt hij zich grote zorgen over de toegankelijkheid en de kwaliteit van het hoger onderwijs. „Mensen die tijdens hun studie pech hebben, of die een wat langere weg nodig hebben, dreigen door de bezuinigingen hard te worden getroffen.”
Wat kosten al die buitenlandse studenten?
Het overgrote deel van de internationale studenten komt uit de EER-landen: de Europese Economische Ruimte. Dat zijn de Europese Unie plus IJsland, Noorwegen en een paar andere kleine Europese landen. Afspraak is dat deze landen elkaars studenten als ‘binnenlands’ beschouwen.
De RUG en de Hanze mogen een student uit Barcelona daarom niet anders behandelen dan eentje uit Appelscha. EER-studenten betalen hetzelfde collegegeld als Nederlandse studenten. Ze krijgen alleen Nederlandse studiefinanciering als ze al vijf jaar in Nederland wonen of als hun partner of een van hun ouders in Nederland is komen werken. Voor studenten uit het Verenigd Koninkrijk gelden dezelfde regels.
Het collegegeld bedraagt ruim 2500 euro per jaar. Studenten van buiten de EER moeten de volledige kosten van hun opleidingen betalen. Dan komt er 10.000 tot 15.000 euro bij het collegegeld op.