Goede oogst, weinig winst: boer Sjaak van 't Westeinde uit Nieuwolda kan erover meepraten. Corné Sparidaens
Aardappelen zo groot als kokosnoten, bakken vol uien stevig als kasseien. Boeren hebben dit jaar een topopbrengst. Toch brengen gewassen dit jaar bijna niks op. De akkerbouwers teren in op de spaarrekening.
Er is een gezegde in de boerenwereld. ‘Als je in het teeltseizoen geen ramp krijgt, heb je een ramp.’
Dit is zo’n jaar. Boeren in Noord-Nederland konden zich het hele jaar verkneukelen om de geweldige opbrengst. Het was hier – in tegenstelling tot het zuiden des lands – nat genoeg en tegelijk flink zonnig. Nu de voorraadschuren goed gevuld zijn, blijken de gewassen echter maar een schijntje waard. Wereldwijd is de voedselproductie hoog en dat drukt de prijs.
„Zon is suiker”, weet Sjaak van ’t Westeinde uit Nieuwolda die als akkerbouwer kan meepraten over het probleem. Zijn suikerbieten kennen dit jaar een hoog percentage suiker. Hij heeft honderden bakken vol uien, aardappels, tarwe en gerst. De ironie geldt ook bij hem: hij verdient er maar een spreekwoordelijke grijpstuiver aan. „Vrijwel alle akkerbouwers teren dit jaar in.”
Het spel: wachten op het juiste moment
Van ’t Westeinde heeft geluk met zijn grote opslagschuren. Tienduizenden aardappelen, gele en rode uien wachten tot de prijs beter wordt. Ondertussen blaast een mechanisch ventilatiesysteem de oogst koel en droog, zodat de piepers en siepels niet vergaan in de opgestapelde flatgebouwen van houten kisten. In de schuur ernaast liggen bergen graan – ook momenteel niks waard – in de wachtstand.
Je weet nooit óf die prijs ook daadwerkelijk beter wordt. De vooruitzichten lijken niet geweldig. Honderd kisten vol uien heeft Van ’t Westeinde daarom alvast tegen bodemprijzen verkocht. Hij hoopt dat dat de slechtste deal is die hij dit seizoen doet. „Maar dat weet je nooit. Dat is het spel. Je hebt domweg geen invloed op de prijzen van de wereldmarkt. En ook niet op wat er aan de andere kant van de wereld wordt geproduceerd.”
Boer Sjaak van 't Westeinde tussen zijn mooie oogst aan uien die liggen te wachten tot de prijzen stijgen. Corné Sparidaens
Aardappeltelers grote pech
Je moet er maar tegen kunnen. Telers van consumptieaardappelen hebben dit jaar het meeste pech. Boer Joost Rijk uit Biddinghuizen plaatste deze maand een bericht op X met de tekst ‘Gegokt en verloren.’ 300 ton aardappels voert hij af als veevoer. Deze boer had geen prijsafspraken voor deze partij piepers, de vooruitzichten zijn slecht en dus gaan de aardappels – bij gebrek aan opslagruimte – naar de varkens.
Boeren zijn niet zielig als ze eens een slecht jaar draaien.
Maar zelfs mét prijsafspraken is je winst dit jaar niet verzekerd. Volgens Van ’t Westeinde doen aardappelafnemers bij het extreme overschot dit jaar meer hun best om een partij af te keuren.
Soms proberen ze zelfs onder hun contract uit te komen, vertelt Tineke de Vries, akkerbouwdeskundige bij LTO Noord. „Ik ken daar verhalen van.”
Slechte aardappeloogst
Er zijn volgens De Vries veel redenen waarom er dit jaar zo’n overschot is aan consumptieaardappelen. „Alles wat mis kon gaan, ging mis.” Er waren meer boeren die aardappels teelden vanwege de goede prijs eerdere jaren. Er kwamen importheffingen door Trump. China exporteert steeds meer friet. De lage dollarkoers is slecht voor export. En het faillissement van aardappelverwerker Cêlavíta zorgt voor een extra overschot aan piepers.
„En dan zit de oogst ook nog eens mee”, verzucht De Vries.
Ze kent veel boeren die dit jaar wat extra doneren aan de Voedselbank of proberen lokaal meer te verkopen via een boerderijwinkel. „Allemaal mooi, maar het zet geen zoden aan dijk.”
Niet zielig, werk zorgelijk
„Bij ondernemen hoort ook dat je een keer het deksel op de neus krijgt”, vindt De Vries. Akkerbouwers draaiden afgelopen jaren goede winsten. De aardappelteelt verliep vorig jaar moeizaam door nattigheid, maar de prijs was grandioos. „Boeren zijn dus niet zielig als ze eens een slecht jaar draaien. Waar ik me wel zorgen over maak, is de onzekere toekomst van de Nederlandse akkerbouw.”
De kostprijs van een gewas stijgt enorm door hoge energieprijzen in ons land, gestegen waterschapsbelasting en hoge kosten van kunstmest, gewasbeschermingsmiddelen en personeel. Tegelijkertijd gaat de vergoeding voor gewassen niet omhoog.
Voor akkerbouwer Van ’t Westeinde is dat frustrerend. „Ik ben al zelfstandig boer sinds 1981. Ik heb nog tijden gekend toen ik 58 guldencent voor een kilo tarwe kreeg. Nu is dat 18 eurocent. Waar is de inflatiecorrectie voor onze vergoeding?”
Omdat de winstmarges steeds kleiner worden, zoekt de sector zijn toevlucht tot schaalvergroting. Dat daar zo hevig tegen wordt geageerd vindt Van ’t Westeinde niet juist. „Mensen denken niet constructief over de toekomst van de voedselproductie in Nederland. Ze roepen van alles, niet gehinderd door enige kennis van zaken.”
„We moeten goed beseffen: voedselvoorziening is de meest basale levensbehoefte die er is. Als we de akkerbouw saneren, hebben we geen enkele invloed meer op de prijs van voedsel. En we weten allemaal wat er met de energieprijs is gebeurd, sinds we met de gaswinning zijn gestopt.”
Sjaak van 't Westeinde: „Vrijwel alle akkerbouwers teren dit jaar in.” Corné Sparidaens