Aardappelboer Dirk Jan Beuling uit 1e Exloërmond heeft steeds vaker last van weersextremen. Sommige aardappelen zijn verrot. Foto: Boudewijn Benting
Steeds vaker weerextremen zorgen bij akkerbouwers en fruittelers voor hogere risico’s. Dat merken appelteler Peter Smid en aardappelboer Dirk Jan Beuling als geen ander.
Fruitteler Peter Smid (51) loopt over zijn land. Zijn bramen- en frambozenstruiken zitten bomvol dit jaar. Dan wijst hij op de bomen waar een handjevol vruchten aan hangt. „De appeloogst is aanzienlijk minder.” De eigenaar van Fruitbedrijf de Marwijkshof, dichtbij Grolloo, merkt steeds meer invloed van weersextremen op zijn bedrijf.
Peter Smid van fruitbedrijf De Marwijkshof bij de rijen met frambozen, een gewas dat dit jaar wél goed gaat. Foto: Peter Wassing
Dit jaar was het extreem nat, met vrij plotselinge warme dagen. Niet alleen de appeloogst viel tegen, ook de struiken met zwarte, rode en witte bessen gaven dit jaar weinig opbrengst. En wat denk je van de dahlia’s in zijn bloemenpluktuin? Een rampjaar: alles kon vorig jaar op de composthoop. Dit jaar zijn er nieuwe bollen geplant.
Zijn zoontje Julian (6) speelt op zijn gele regenlaarzen tussen de appelbomen. Die laarzen zijn dit seizoen hard nodig geweest, want tussen de paden stonden soms dagenlang plassen water. Smid: „Dat is niet goed voor de struiken en bomen. Dan krijgen de wortels zuurstoftekort.” Naast de blijvende plassen kwam ook de bestuiving dit voorjaar amper van de grond door aanhoudende regen.
Grote schommelingen
Volgens Ron Mulders, woordvoerder van de Nederlandse Fruittelers Organisatie, heeft klimaatverandering steeds meer impact op de oogstzekerheid. Dat uit zich in grote schommelingen in de jaarlijkse productie. Dit jaar is de appeloogst in Europa veel minder dan normaal, in het bijzonder in Oost-Europa, door het extreme weer in die regio. Tegelijk knijpen Italiaanse perentelers dit jaar in hun knuistjes. Vorig jaar een misoogst, dit jaar 220 procent meer volume aan de bomen.
Het zijn enorme schommelingen die volgens Mulders niet wenselijk zijn voor zowel consument als boer. „De consument kan het ene jaar heel veel kopen en ziet het jaar erop bij wijze van spreken lege schappen. En de teler kan geen redelijke inschatting maken van zijn oogst en heeft daardoor onzekerheid over de toekomst van zijn bedrijf.”
Alles in één keer klaar
Natuurlijk: in de landbouw is áltijd jaarlijkse variatie. Maar toenemende schommelingen zijn lastig om rekening mee te houden, vindt Drentse fruitteler Smid. „De blauwebessenstruiken zijn vorige week vrijwel allemaal tegelijk gerijpt, omdat het na kou en regen vrij plotseling 30 graden was. Normaliter kan het seizoen voor blauwe bessen wel tot september duren.”
Peter Smid van fruitbedrijf De Marwijkshof ziet in de boomgaard met appels (Santana's) meer het groen van het loof, dan de rode kleur van de appels. Foto: Peter Wassing
Niet ideaal voor Smid, want in de pluktuin mag iedereen zelf een emmertje fruit vullen. Hoe geleidelijker de groei, hoe langer hij klanten kan ontvangen.
Frans klimaat
De toenemende oogstonzekerheid zorgt ervoor dat hij als ondernemer minder goed kan inschatten wat hij kan telen en verdienen. Hij moet flexibel zijn. „We krijgen steeds meer het klimaat van Frankrijk.”
Smid denkt erover om in de toekomst de zwartebessenstruiken die aan vervanging toe zijn te vervangen voor druiven. Die planten kunnen tegen warmer weer en groeien later in het seizoen. Voor zulke vernieuwingen draait hij zijn hand niet om. Niet voor niets was hij tussen 2002 en 2020 aardappelboer in Rusland. „Dus zo’n avontuurtje met druiven durf ik wel aan.”
Om de aardappels groot te krijgen, is dit jaar heel wat kunst-en-vliegwerk nodig. Dirk Jan Beuling (60) uit 1e Exloërmond heeft nog geluk dat hij zetmeelaardappelen teelt: piepers die verwerkt worden tot pasta, koekjes of chips. Sommige telers van consumptieaardappelen hebben delen van hun oogst verloren zien gaan.
Aardappelboer Dirk Jan Beuling uit 1e Exloërmond heeft steeds vaker last van weersextremen. Foto: Boudewijn Benting
In totaal rijdt Beuling elke vijf dagen wel gewasbeschermingsmiddelen over zijn gewas, een stuk vaker dan anders. Het vochtige weer zorgt voor veel schimmeldruk door onder andere fytoftora. Het bezorgde hem een factuur van 80.000 euro. „’Potverdorie’, zei mijn vrouw. Zij doet de boekhouding. ‘Dit wordt een duur jaar’.”
Van biologisch naar gangbaar
Niemand spuit gewasbeschermingsmiddelen voor zijn lol, maar het kan vaak gewoon niet anders, zegt Tineke de Vries, voorzitter van de vakgroep akkerbouw bij LTO. Zij weet van 200 hectare biologisch aardappelland dat al is overgeschakeld op ‘gangbare teelt’ met bestrijdingsmiddelen, omdat anders de hele oogst zou mislukken.
Extra chemische middelen spuiten is niet de enige ingreep die dit jaar nodig is. Er moet ook veel water afgevoerd worden. Op een nat stukje akker trekt Beuling een aardappel uit de grond. Er zitten witte puntjes op: opgezwollen lenticellen. „Deze staat op het punt om te verrotten.” Niet overal is het zo nat, omdat Beuling veel geld heeft gestoken in het vlak maken van zijn akkers en aanleggen van drainagebuizen. De akkerbouwer verwacht geen erg slechte opbrengst, maar wel minder winst: de kosten zijn een stuk hoger.
Naast afvoerbuizen heeft Beuling de afgelopen jaren ook stevig geïnvesteerd in een uitgebreid waterleidingstelsel onder zijn land. Hij kan sinds enkele jaren met één klik op telefoon zijn planten besproeien. Door de vaker voorkomende droogte is dat bepaald geen sinecure.
Op sommige plekken blijft het water staan. Foto: Boudewijn Benting
Calamiteitenfonds
Vanwege de toenemende weersextremen denkt De Vries bij LTO na over een soort calamiteitenfonds. Een potje, vergelijkbaar met een pensioenverzekering, waar de boer eigen geld op stort in een jaar met hoge winst. Daarnaast bestaat wel een verzekering voor weerschade, maar dat kan voor boeren niet gauw uit. Een eigen buffer waar geen hoge belastingen over geheven wordt, is dan wenselijk, zegt De Vries. „Nu koopt een boer een apparaat of machine om zijn winst te drukken, maar je zou dat geld eigenlijk wel opzij willen zetten.”
Beuling voelt wel wat voor zo’n calamiteitenfonds. „Anticiperen en alert zijn hoor bij ons vak”, stelt hij nuchter. „Maar vooruitkijken is moeilijker.”
Nuance: onzekerheden en voordelen
Al wil hij daar gelijk een nuance aan toe voegen. „We hebben ook onzekerheid over investeringen, rente, marktprijzen, regelgeving en maatschappij. En die laatste is nog het minst grijpbaar. Toen Poetin bommen op Oekraïne gooide, ging onze winst omhoog.”
En nog een nuance: klimaatverandering biedt ook kansen. „Nachtvorst in mei komt amper meer voor en extra zon maakt de suikerbieten lekker zoet.”