Mensen aan de onderkant van de samenleving hebben niets te kiezen als ze op zoek zijn naar onderdak. Illustratie: Coen Berkhout|Midjourney
In het afvoerputje van de Nederlandse woningmarkt wonen junkies samen met psychiatrische patiënten en arbeidsmigranten. Verhuurders laten de huizen en hun bewoners verpieteren.
Van een afstand is ‘mijn’ huis best mooi. Het is een statig pand, gebouwd in 1920. Aan de voorkant zit een erker en op de eerste verdieping kleine glas-in-lood vensters. Wie via de voordeur naar binnen wil moet eerst vijf treden op. Die liggen vol gebroken glas.
Het is 22 november en ik ben in Stadskanaal voor een onderzoek naar de absolute onderkant van de woningmarkt: kamerverhuur. En dan gaat het hier niet over de studentenkamers in de stad. In de provincie Groningen staan tientallen van dit soort huizen met honderden bewoners, maar organisaties in het hele land kennen het fenomeen. In Nederland moet het gaan om duizenden huurders.
Ik wil met eigen ogen zien waar de mensen wonen die nergens anders terecht kunnen. Daarom heb ik me voorgedaan als een jongeman met relatieproblemen die snel een huis nodig heeft.
Ik loop het trappetje op naar de voordeur. Ter hoogte van het slot is de deurpost beschadigd. Waarschijnlijk is er ooit een koevoet in gestoken. Binnen hangt een muffe geur. Verrot hout?
Foto's: Corné Sparidaens
De klusjesman die me rondleidt heeft snel door dat ik wat beters gewend ben. Bij het washok merk ik op dat er een centimeter water in een hoek op de grond staat. „Dit is niet goed aangesloten”, moppert hij. De afvoerslang van de wasmachine hangt met een paar slordige strengen tape in de afvoerpijp.
We lopen naar de eerste verdieping. In het trappenhuis hangen tekeningen van negentiende eeuwse soldaten op hun paard.
Hoe hoger we komen, hoe sterker de lucht. De schrootjes aan het plafond zijn rot. Sommige bewoners blowen stevig en de deur van de wc staat open. Ik ruik schimmel, wiet en een beetje poep.
„Hier is je kamer.” De klusjesman wijst naar een deur direct boven de trap. Die staat op een kier. Ik vraag of ik binnen kan kijken. Het antwoord is nee. De huidige bewoner ziet het niet zitten.
Beneden werpt de klusjesman me een bemoedigende glimlach toe. „Je hebt wel de mooiste kamer van het pand met uitzicht op het kanaal.” We nemen afscheid. Ik zeg dat ik zo snel mogelijk laat weten of ik de kamer neem.
Ik zeg ‘ja’. In december en januari heb ik een kamer in het voorheen zo statige pand in Stadskanaal.
Krakkemikkige kamertjes
In Nederland is lang niet altijd woonruimte voor ‘onaangepaste’ mensen. Zij belanden in krakkemikkige kamertjes, bijvoorbeeld in een oud winkelpand of een oud hotel zoals het pand in Stadskanaal. Af en toe komt iemand langs van verslavingszorg of de reclassering.
Gemeentes hebben geen idee hoeveel van dit soort panden er zijn. „Wij hebben zó weinig zicht op die kamerwoningen”, verzucht een woordvoerder.
Foto's: Corné Sparidaens
Een makelaar (hij wil niet met zijn naam in de krant) legt uit hoe dit kan. Iemand die kamers wil verhuren moet dat eigenlijk melden bij de gemeente. „Sommige verhuurders”, hij noemt ze ‘vrije jongens’, „doen dat niet”. Dat levert maar gezeur op. Ze kopen een pand, bouwen hier kamertjes in en beginnen met verhuren.
Het pand in Stadskanaal bijvoorbeeld, staat in de boeken als hotel, maar in werkelijkheid worden er kamers verhuurd. Dit is geen geheim. Gemeentes hebben niet genoeg mankracht (lees: geld) om alles te controleren. En dan is er nóg een probleem: de huurders. Als hun huis ‘illegaal’ wordt verklaard belanden zij hoogstwaarschijnlijk op straat. Daar heeft geen enkele gemeente belang bij.
„We hebben een gigantisch woonprobleem”, vat Ronald Schilperoort de situatie samen. Schilperoort is welzijnswerker in de gemeente Midden-Groningen waar onder meer Hoogezand onder valt.
Sinds een aantal jaar raakt het woningtekort ook de ‘gewone’ mensen, „maar het probleem was er altijd al”. Mensen die afwijken van de norm, bijvoorbeeld omdat ze veel drugs gebruiken of in de war zijn konden altijd al moeilijk aan passende woningen komen. „Zij zijn aangewezen op dit soort deplorabele panden.”
Het zijn ook mensen die het domweg niet voor elkaar krijgen om zich in te schrijven bij een woningcorporatie. Doen ze het wel, dan belanden ze gemakkelijk op de zwarte lijst, bijvoorbeeld omdat ze de huur niet betalen, veel drugs gebruiken of overlast veroorzaken in de buurt.
Bovendien heeft niet iedereen tijd om jaren op een wachtlijst te staan. Wie uit een kliniek of de gevangenis komt heeft acuut onderdak nodig. Een ambtenaar van de gemeente Stadskanaal bezoekt wel eens panden waar 90 procent van de bewoners op één of andere manier in contact staat met instanties als verslavingszorg.
Er is, kortom, geen beter alternatief. Daarom geven hulpverleners af en toe de nummers van huisjesmelkers aan hun cliënten. Dit gebeurt in meer gemeentes. Robert-Jan Bier is zo’n huisjesmelker. Hij heeft een aantal panden in de gemeente Midden-Groningen en verhuurt aan deze doelgroep.
Deze zomer vertelde hij hoe de gemeente hem aan tenminste honderd huurders heeft geholpen. Eén van hen woonde in een kamer met houten platen voor de ramen en een groot gat in het plafond. „Dat vind ik zelf ook ongemakkelijk”, zei een wethouder daar toentertijd over.
Foto's: Corné Sparidaens
Bier vertelde ook over de andere kant. Hoe zijn huurders de cv-ketel uit het pand hadden gesloopt en wilden inleveren bij de oud ijzerboer in Foxham (ook een huisjesmelker). Dat de bewoners zélf hun ruiten ingooiden. Was het gek dat hij er op een gegeven moment een houten plaat voor had gezet?
Bruine aanslag
De dag dat ik mijn spullen (een matras, een bureau, een koelbox en twee stoelen) naar Stadskanaal verhuis zie ik dat het allemaal wat erger is dan ik aanvankelijk dacht. Eén van de ramen in mijn kamer is afgetimmerd met een houten plaat, de kit in één van de kozijnen brokkelt af en alleen de stopcontacten bij het keukenblokje zijn geaard. Bovendien ruik ik constant de joints van mijn buurman.
Op mijn verdieping zijn twee wc’s. Op de deur van eentje zit geen klink of slot. De toiletpot is geel van de kalkaanslag. Er ligt een grauwe waas over het rood-geel geruite linoleum. Ik denk dat het as is want aan de peukjes te zien roken mijn huisgenoten graag een joint op de wc. Dit toilet is het schoonst van de twee, maar op het andere zit een slot.
Na het verhuizen stap ik onder de douche. Binnen 1 minuut is de lucht in het hokje dik van het stoom. De douche is een hok van ongeveer 1,20 bij 1,20. Ik denk dat het vroeger een toilet was. Voor de deur hangt een douchegordijn. Aan de deur knaapjes voor kleding en een handdoek. Mijn shampoo zet ik op de grond.
‘De onderkant van de samenleving’
Veel mensen die in dit soort panden wonen hebben één alternatief: de straat. Neem Iris*. Ze is 31, heeft lang haar en draagt een paarse legging. Het leven was niet altijd gemakkelijk. Ze raakte verslaafd en belandde in de afkickkliniek. „Daar was ik uitbehandeld dus ik moest ergens anders gaan wonen.”
Een kennis uit de kliniek gaf haar een nummer van een verhuurder. „Ik had weinig keuze: op straat of in een kamer.” De keuze was eenvoudig. Binnen no time had ze onderdak.
„Mijn kamer was niet meer dan 15 vierkante meter. Er zat schimmel op de muren en de deuren hingen los in de sponning. Soms was er niet eens gas. Bovendien vond er prostitutie plaats op de kamers.”
Ze belde de huisbaas om te klagen. Die stuurde haar door naar een website met een contactformulier. „Dat snap ik natuurlijk niet.”
Iris had naar de huurcommissie kunnen stappen om te klagen. Ze had naar de politie kunnen gaan om te vertellen over de prostitutie. Ze had zich kunnen inschrijven bij een woningcorporatie. Zo’n type is ze niet.
Huisjesmelkers in het onderste segment weten wie hun huurders zijn. „Het klopt dat mensen die een kamer huren vaak een uitdaging in het leven hebben of hebben gehad”, zegt Gal Peled. Hij is de eigenaar van het pand in Stadskanaal.
Rob* werd twee jaar geleden weggestuurd uit de verslavingskliniek. Hij kreeg een conflict met de leiding. „Zij regelden een kamer voor me.”
Maar die kamer ziet er niet uit. De ramen zijn kapot en soms is er dagenlang geen internet. Bovendien is het onveilig. Begin 2024 zette een huisgenoot een mes op zijn keel. „Dit helpt mij natuurlijk niet als ik clean wil blijven”, zegt hij.
En soms gaat het gruwelijk mis.
Op een regenachtige vrijdagochtend in februari hangen politielinten aan een pand aan de Stationsstraat in Hoogezand. Rechercheurs doen sporenonderzoek.
Twee mannen scharrelen rond het pand, één van hen sjouwt een rolkoffer achter zich aan. De ander heeft een zwarte hond aan de lijn. Ze delen een jointje in de vroege morgen. Weten zij wat hier gebeurd is? Hun ogen schieten schichtig heen en weer. „Geen idee.”
Later wordt het duidelijk. De Kroatische gastarbeider Ivan is die nacht doodgestoken in zijn eigen huis. Hij en een 53-jarige huisgenoot zouden ruzie hebben gekregen over drugs.
Buurtbewoners zijn niet verbaasd dat het een keer mis ging. „Er was vaak politie aan de deur”, zegt één van hen. Bewoners van het pand gebruikten stevig. „Het is de onderkant van de samenleving”
*De namen van Iris en Rob zijn gefingeerd uit privacy-overwegingen. Ook hun woonplaatsen vermelden we niet vanwege die reden.
Koevoet
Ik woon net een paar dagen in mijn kamer en kom terug van de supermarkt. Er staan zes mensen voor de deur: twee agenten, twee psychiaters en twee medewerkers van de psycholance, een ambulance voor verwarde mensen. Ik laat ze binnen.
Ze komen voor mijn buurvrouw. Het gaat niet goed en ze wil de hulpverleners niet haar kamer inlaten. Na een half uur breken de agenten de kamerdeur open met een koevoet. Het geschreeuw gaat door merg en been.
Ik kijk uit mijn raam en zie dat ze is vastgebonden op een brancard en de ambulance wordt ingeschoven. Ik woon al dagen naast haar, maar op die brancard zie ik haar voor het eerst.
In het pand zijn elf kamers en die zijn allemaal bezet, maar sociale controle is er nauwelijks. We groeten elkaar met een knikje of ‘moi’. Daar blijft het bij. Alleen de Arabisch ogende man van de begane grond zwaait vrolijk als ik binnenkom.
Eén keer heb ik een echt gesprek met een huisgenoot. Als ik hem op de gang zie rondlopen vraag ik waar ik mijn afval kwijt moet.
Hij loopt voor me uit. In zijn hand een grote magnetronlasagne en een chocoladetoetje. Hij is duidelijk onder invloed en wankelt op zijn benen.
Hij woont er inmiddels vier jaar. „Het overkomt je”, zegt hij daarover. „Jij hebt geluk”, zegt hij. „Je hebt een grote kamer en de vorige bewoner heeft er mooi laminaat in gelegd.” Zijn kamer is 11 vierkante meter zegt hij. Daarvoor betaalt hij 380 euro per maand. In de deur van zijn kamer zitten gaten. Die zijn dichtgestopt met plastic tassen van de Jumbo.
Hoe kan dit bestaan?
In de hele provincie staan huizen waar junkies, psychiatrische patiënten en gastarbeiders op kamers wonen. Soms verkeren de huizen in erbarmelijke staat. In zo’n huis werd Ivan doodgestoken. Iedereen weet het, maar waarom grijpt niemand in?
Het antwoord is kort en simpel. In veel gevallen mág dit. Een huis met schimmel mag gewoon verhuurd worden, ook aan mensen die misschien beter af zijn in een beschermde omgeving. Sterker nog: gemeentes sturen probleemgevallen door naar huisjesmelkers. Alles beter dan op straat.
Foto's: Corné Sparidaens
Dit betekent niet dat huisjesmelkers overal mee wegkomen. Elke gemeente heeft een team Openbare Orde en Veiligheid (OOV). Is een woning onveilig, is er een illegaal bordeel of wordt er bijvoorbeeld drugs gedeald, dan komen zij in actie.
Maar deze teams zijn soms zwaar onderbezet. „Het is op dit moment niet te doen”, verzucht Simone. Samen met Frank* vormt ze het team OOV van de gemeente Stadskanaal. Hij is een stoere 60’er, type ruwe bolster, blanke pit. Zij is 33, draagt een bril en is de georganiseerde van het stel.
Vorig jaar controleerden ze drie panden waar kamers werden verhuurd. Twee werden gesloten vanwege brandgevaar. In het derde pand werd drugs gevonden. De eigenaar kreeg een waarschuwing.
Ze zijn blij met de acties, maar weten ook: die drie panden zijn het topje van de ijsberg. Simone schat dat er zo’n vijftien kamerverhuurpanden in de gemeente staan. Liefst zouden ze elk pand twee keer per jaar bezoeken, maar waar halen ze de tijd vandaan? Ze hebben meer te doen en zijn maar met zijn tweeën. Ter vergelijking: in de gemeente Groningen telt het OOV-team 44 leden.
Neem het kamerverhuurpand in Stadskanaal. Het staat in de boeken als hotel, maar er worden kamers verhuurd. In theorie kunnen Frank en Simone ingrijpen als een pand wordt gebruikt in strijd met de bestemming. „Maar zo’n procedure kost maanden”, zegt Simone. Ondertussen kunnen huurders zich gewoon op het adres inschrijven bij de gemeente.
Nieuwe regelgeving gaat helpen, hopen de twee. Al is het maar een beetje. Volgend jaar moet er een nieuw vergunningsstelsel liggen. Dan moeten verhuurders voor élke kamer of studio die ze verhuren een vergunning aanvragen. Is dit niet in orde, dan kunnen Frank en Simone ingrijpen. Het team is dan nog steeds onderbezet, maar als er dan iets niet in de haak is, kost het minder tijd om in te grijpen.
* Vanwege hun werk willen Frank en Simone niet met hun echte namen in de krant. De namen hebben we gefingeerd.
Wietgeur
Alles went, ook de wietgeur die constant in mijn kamer hangt. Maar als ik twee weken later de trap op loop ben ik toch nog verbaasd. Ik hoor een tikkend geluid. Even later voel ik een druppel in mijn nek. Terwijl ik zoek waar het vandaan komt landen overal op mijn hoofd en schouders druppels. Het plafond lekt. Ik snap direct waarom de schrootjes rot zijn.
Ik loop het pand door. In het washok staat een lege emmer van groothandel Deli XL: Eieren gekookt en gepeld in water. Ik zet hem eronder. Probleem opgelost.
Diezelfde dag komt Yoeri Delfstra langs. Hij werkt bij juridisch adviesbureau Robin Hood en helpt huurders die overhoop liggen met hun huisbaas. Dit soort panden heeft hij vaker gezien. De verhuurder kent hij nog van een eerdere zaak.
Hij meet de ruimtes op, ziet dat de deur van de douche onder de schimmel zit en berekent de maximaal toegestane huurprijs: 345 euro exclusief servicekosten. Ik betaal 409,40 euro. „Maar”, zegt hij erbij, „dit zou gelden voor een woning zonder onderhoudsgebreken.” Dat zijn in mijn geval nogal veel. „Ik denk dat ik wel 60 procent van je huurprijs af kan krijgen.”
Passief inkomen
In 2021 dook een filmpje op van Ryan Babel, een oud-speler van Ajax. Hij laat zijn Rolex-horloge zien. In beeld staat de tekst: Mooie Rolex toch? Maar hoe kocht ik em? Het antwoord: door huizen te kopen en die te verhuren voor een hoger bedrag dan de hypotheek. De video sluit hij af met de tekst: Nu hebben jou huurders betaald voor je Rolex.
Tiktok wemelt van dit soort filmpjes. Ze beloven één ding: met vastgoed kun je geld verdienen en je hoeft er weinig voor te doen.
Simone en Frank uit Stadskanaal zien de filmpjes ook. „Ik zou die mensen wel eens willen vragen wanneer ze voor het laatst in hun pand zijn geweest”, zegt Frank.
Het antwoord op deze vraag kan best zijn: ‘nooit’.
Gal Peled, de eigenaar van het pand in Stadskanaal, kocht het in oktober 2021 voor 220.000 euro. Elke maand strijkt hij een paar duizend euro op aan huur. Daarvan betaalt hij onder meer een conciërge en iemand die contact heeft met de huurders. Ook het onderhoud besteedt hij uit. Zelf hoeft hij niet langs te komen.
Een ander voorbeeld: in 2022 koopt een groep van vier jongens een oud hotel in Stadskanaal. Ze zijn allemaal rond de 30 en volgens de koopakte wonen twee van de vier in Albufeira. Een andere zegt in Lissabon te wonen. Zijn bedrijf heeft een kantoor op Malta. Een land met mooi weer en lage belastingen.
Ze reageren niet op mails en Linkedin-berichtjes. Een zakenpartner van één van de heren neemt wél de telefoon op. Hij zegt dat de jongens weliswaar eigenaar zijn van het pand, maar er weinig mee te maken hebben. „Je moet bij Gruno Vastgoed zijn.”
Dit Groningse bedrijf zorgt voor onderhoud en regelt de verhuur van de kamers. Eigenaren worden ontzorgd. Op de website schrijft het bedrijf:
Wij verzorgen de verhuur van uw woning, verstrekken verhuurdersverklaringen aan huurders en kijken naar de mogelijkheden om uw rendement te verhogen.
Verderop staat te lezen hoe ze klanten helpen belasting te ontwijken.
Gruno Vastgoed biedt de optie om uw vastgoedinvesteringen actief te beheren, zodat u er zeker van bent dat uw inkomsten op vastgoed niet in box 1 terecht zullen komen. Door actief beheer op uw vastgoedinvesteringen uit te voeren zorgen wij dat u meer rendement heeft.
Kortom, de jongens kunnen vanuit het buitenland een oud hotel in Stadskanaal kopen en verhuren. Hiervoor hoeven ze geen stap in Stadskanaal te zetten. Belasting betalen is overbodig.
Een deel van de huur gaat naar Gruno Vastgoed en deel naar de beheerder. Een ander deel gaat op aan vaste lasten en belastingen. Wat over is wordt verdeeld onder de eigenaren van het pand. Het enige wat zij hiervoor hebben gedaan is het pand kopen.
Hoe kan het ook?
Wat vindt hij van dit soort huizen? Welzijnswerker Ronald Schilperoort denkt een poos na. „Het is beter dan onder de brug”, zegt hij peinzend. En daarna: „Maar als je stappen wilt zetten in je leven dan zit je daar niet goed. Alles in die panden straalt uit: jij bent niets waard.”
Maar hoe moet het dan wel? Vorig jaar deed de gemeente Midden-Groningen mee aan een pilot van Housing First, vertelt Schilperoort. „Mensen krijgen eerst een woning en daarna komt de rest, zoals afkicken.” In 2023 kregen drie mensen een woning van een woningcorporatie toegewezen.
De proef was een succes. „Het is de bedoeling dat we dit jaar nog beginnen, liefst voor de zomer en dan met tien tot twaalf woningen.”
In Muntendam verhuurt Lith dertien kamers en één appartement aan mensen die nergens anders terecht kunnen. Foto: Corné Sparidaens
En ondertussen gebeurt er iets bijzonders in Muntendam. Daar staat ook een kamerverhuurpand in het centrum.
Een gedrongen Turkse man en een spichtige blonde jongen zijn buiten aan het werk. „Binnen kijken? Ik haal de baas.”
Een stevige, kale man komt naar buiten en biedt zijn kaartje aan: Barry Lith.
„Koffie?”
Barry Lith: 'Ik heb panden gezien waar de ratten rondlopen.' Foto: Corné Sparidaens
In de keuken en later, rokend, op de binnenplaats vertelt hij over zichzelf en zijn huis. Lith (51) is maatschappelijk werker in Oost-Groningen. Hij bezocht vaak cliënten die in slechte kamers woonden. Sterker, hij hielp ze weleens aan zo’n kamer.
„Ik heb panden gezien waar de ratten rondlopen”, zegt hij. Als hij er mensen plaatste waren die in eerste instantie blij. Ze hadden immers een dak boven hun hoofd. „Maar na een half jaar begonnen ze zich te ergeren aan hun medebewoners. Dan beginnen de problemen.”
Dit kan beter dacht hij. Hij nam contact op met een huisjesmelker en huurde een volledig pand in het centrum van Muntendam. Daar zit hij nu een jaar of acht. „Per maand betaal ik 5 duizend euro huur, exclusief gas, water en licht.” In het pand zitten dertien kamers één appartement. Die verhuurt hij weer voor 550 euro per maand aan zijn doelgroep.
Zelf heeft hij een kantoor in het pand. Daar helpt hij de bewoners met lastige brieven en boetes. Hij houdt dealers en pooiers buiten de deur en zorgt dat zijn huurders geen misbruik maken van elkaar. „Als één een kratje bier heeft, dan heeft hij plotseling heel veel vrienden.”
Bovendien zorgt hij ervoor dat het pand een beetje netjes blijft. „Hier is het goed omdat ik er ben. Als ik een half jaar weg ga, gaat het mis.”
Dirk houdt nogal van jenever, daarom kan hij niet overal aarden. Foto: Corné Sparidaens
Dirk woont er inmiddels vier jaar. Hij is 46 jaar en geboren in Oosterwolde. Hij zit op een bank voor een enorme flatscreentelevisie. Hierop zijn non-stop hiphop-clips te zien. Op tafel staat een fles bier en zijn telefoon leunt tegen de armleuning van de bank. Tijdens het gesprek is hij aan het videobellen met zijn moeder.
Voor hij in Muntendam kwam woonde hij bij zorgverlener Cosis in Assen. Daar moest hij weg. Waarom dat precies was wordt niet helemaal duidelijk, maar het lijkt iets te maken te hebben met zijn drankgebruik. „Ik drink graag jenever”, zegt hij en neemt een slok uit een fles die op de grond staat.
Dirk woont wel prima bij Barry. Het leven is overzichtelijk en dat was het niet altijd.
Dirk wordt onrustig en vertrekt. Foto: Corné Sparidaens
Hoewel, na een paar minuten wordt hij onrustig. Hij moet ergens heen. Waar is onduidelijk maar het heeft te maken met een straf die hij nog moet uitzitten. „Nu moet ik weg hoor.” Hij pakt zijn boeltje bij elkaar en loopt de deur uit.
Onderdanig
De huurders van Lith hebben geluk. Het pand is netjes en als het leven tegenzit geeft Lith ze een duw in de goede richting. Maar in de provincie Groningen wonen honderden mensen als Dirk. En veel van hen hebben minder geluk. Voor hen is geen plek in een gewone huurwoning.
Het pand van Lith hangt vol met camera's. De bewoners trekken nog wel eens problemen aan. Foto: Corné Sparidaens
Huisjesmelkers weten dit. Zij kopen pandjes en wachten tot er weer iemand aanklopt. Ondertussen investeren ze zo weinig mogelijk in het onderhoud. Waarom zouden ze ook? Hun huurders zijn geen mondige types die naar de huurcommissie stappen. Bovendien, waar kunnen ze heen? Wie moet kiezen tussen een bushokje en een beschimmelde kamer kiest altijd de tweede.
Maar niemand loopt met opgeheven hoofd een pand in waar de glasscherven voor de deur liggen. Over het krot waar zij werd weggestopt zei Iris: „Het was de enige plek die mensen zoals ik aannam.”
Verantwoording
Verslaggevers van Dagblad van het Noorden doen hun werk met ‘open vizier’. Dat betekent bijvoorbeeld dat geïnterviewden moeten weten dat zij tegenover een journalist staan. In dit geval zijn we hiervan afgeweken. De redacteur heeft een valse naam gebruikt om een kamer te huren in Stadskanaal. Waarom hebben we deze keuze gemaakt?
De mensen die op kamers wonen en de verhuurders zitten vaak niet te wachten op aandacht van een journalist. Het is daarom niet altijd mogelijk binnen te kijken terwijl dat wél belangrijk was voor het artikel. Door een kamer te huren kon de redacteur zien, ruiken en horen wat er gebeurt in zo’n pand. De lekkage, de schimmel en de speciale ambulance voor mensen met verward gedrag had hij niet opgemerkt bij een praatje aan de deur.
Hij gebruikte een valse naam, omdat een redacteur van een regionale krant natuurlijk zeer herkenbaar is. In de communicatie met de verhuurder heeft hij de naam Matthijs Smit gebruikt. Daarbij gaf hij aan dat hij vanwege relatieproblemen op korte termijn een kamer nodig had. Het contact met de verhuurder verliep goed en adequaat.
In het verhaal komen ook andere bewoners van het pand aan het woord. Van beiden zijn de echte namen bij de redactie bekend.
Reactie Peled
DVHN heeft telefonisch contact gezocht met Gal Peled. Hij is (via een andere BV) de enige aandeelhouder van Peled Vastgoed en Beheer. Dit bedrijf is eigenaar van de panden en regelt dat de kamers en appartementen verhuurd worden.
Peled wilde niet telefonisch ingaan op de vragen. Per mail kregen we wél antwoorden van het verhuurbedrijf. Wie deze antwoorden gaf werd niet duidelijk.
‘We spreken hier over een pand van ruim een eeuw oud’, mailt een woordvoerder. Het bedrijf heeft concrete plannen voor een grote opknapbeurt, ‘maar het is zeker geen zeer slecht pand’.
De lekkage is snel verholpen en de woordvoerder weet niets van schimmel in het pand (‘geen melding van gemaakt’). Het sanitair is weliswaar oud, ‘maar functioneert goed’. Over de deurklink: ‘Dat er geen deurklink aanwezig is in één van de toiletten, is niet gemeld door u of een andere bewoner. Het zou fijn zijn geweest als u dit tijdens uw verblijf had gemeld. Ik heb het klussenbedrijf opdracht gegeven de klink te herstellen.’
Bovendien, zegt de woordvoerder, komt er maandelijks een schoonmaakbedrijf langs. ‘Die maakt de algemene ruimten en ook de toiletten goed schoon.’ In de periode dat ik in het pand woonde heb ik het schoonmaakbedrijf niet gezien en ook niets gemerkt van een stevige schoonmaakbeurt. Dit kan te maken hebben met de periode: rond kerst en de jaarwisseling.
‘Het klopt dat mensen die een kamer huren, vaak een uitdaging in het leven hebben of hebben gehad. Daar houden we rekening mee’, zegt de woordvoerder. Het bedrijf zegt in contact te staan met de gemeente Stadskanaal. Als een bewoner zijn of haar huur niet kan betalen neemt het bedrijf contact op met de gemeente. ‘Die probeert dan met hen in gesprek te komen en hulp te bieden.’
Wanneer de eigenaar voor het laatst in het pand is geweest wordt niet duidelijk. De woordvoerder geeft aan dat er twee tot drie keer per maand mensen langskomen om schoon te maken of klusjes te doen. ‘Naast dat ze de taken uitvoeren waartoe ze opdracht hebben gekregen houden deze mensen natuurlijk de ogen en oren open voor zaken die (directe) aandacht behoeven.’