Jesler Kiestra (l), hoofd Staatsbosbeheer Groningen, en Ingrid Aaldijk, teamleider Natuur van Vogelbescherming Nederland, ondertekenen de overeenkomst over de inrichting van het broedgebied. Foto: Anjo de Haan
Nesten die wegspoelen door hoog water, roofdieren die eieren oppeuzelen, mensen die de rust verstoren: kustvogels komen steeds meer in de verdrukking. In een nog in te richten groot broedgebied bij het Lauwersmeer vinden ze straks een nieuw toevluchtsoord.
„Daar, achter die slenk beginnen we straks met de aanleg”, wijst Leo Bruinzeel van het team Natuur van de Vogelbescherming aan. Hij is met collega’s en andere natuurbeschermers bij het Lauwersmeer. Daar wordt een overeenkomst getekend tussen Vogelbescherming Nederland en Staatsbosbeheer.
Kustvogels hebben het moeilijk
Alles wordt de komende jaren in het werk gesteld om kustvogels als de bontbekplevier, kluut, visdief en noordse stern een flinke duw in de rug te geven. Dat is hard nodig: deze vogelsoorten hebben het in toenemende mate erg lastig.
Schetsontwerp van het broedgebied, gemaakt in opdracht van de Vogelbescherming. Beeld: Staatsbosbeheer
Nesten spoelen weg
Dat heeft verschillende oorzaken. Door klimaatverandering waait het vaker hard; door het opgestuwde water spoelen de nesten en eieren op de kwelders aan de kust weg. Vossen, marterachtigen, ratten en andere rovers hebben kuikens en eieren op het menu staan. En dan zijn er nog de mensen die door de leefgebieden van de vogels banjeren.
Afrastering rond het gebied
Het nieuwe broedgebied bij Lauwersoog biedt de kustvogels straks een rustige omgeving waar ze kunnen broeden en foerageren. Het komt op een terrein bij de Hoek van de Bant, aan de Friese kant van het Lauwersmeer. Dat gebied wordt afgerasterd en omgeven door een watergang, waardoor roofdieren zoveel mogelijk worden weggehouden. In het gebied zelf worden slenken gegraven. De slikkige gebieden worden groter, zodat vogels als kluut en bontbekplevier er voedsel kunnen vinden.
Bontbekplevier. Foto: Staatsbosbeheer
Er komt een open zand- en schelpenstrand en lage begroeiing wordt verwijderd, zodat vogels kunnen broeden. Ook het meer zelf maakt deel uit van het gebied, het plan is om een flinke plas water af te schermen met rijen palen.
Minimaal 10 hectare groot
Het broedgebied heeft een minimale oppervlakte van 10 hectare, omgerekend net zo groot als 14 voetbalvelden. „Maar als het even kan wordt het nog groter”, zegt Ingrid Aaldijk, teamleider Natuur bij de Vogelbescherming. Ze hoopt op maar liefst 16 hectare.
Jesler Kiestra van Staatsbosbeheer en Ingrid Aaldijk van de Vogelbescherming bij de locatie waar het broedgebied wordt ingericht. Foto: Anjo de Haan
Of dat lukt is afhankelijk van de vraag hoe effectief de vergaarde subsidies ingezet kunnen worden. Op dit moment is vier miljoen euro beschikbaar. Het geld komt van het Waddenfonds, het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur en de Postcode Loterij.
De aanleg begint in 2027 en het streven is het werk het jaar daarop af te ronden. Omdat rekening gehouden moet worden met het broed- en stormseizoen zou het ook nog tot 2029 kunnen duren voordat de kustvogels er terecht kunnen.
Gebied doet minimaal tien jaar dienst
Het broedgebied blijft minimaal tien jaar dienst doen, zo is afgesproken. In die tijd wordt nauwlettend in de gaten gehouden of het toevluchtsoord inderdaad een positieve uitwerking heeft op de populaties kustvogels. „Als blijkt dat het succesvol is, kunnen we dit concept ook elders toepassen”, zegt Aaldijk.