Emilie Jellema leerde al jong zelfstandig fietsen, maar voor steeds meer kinderen geldt dat ze het pas laat of soms zelfs helemaal niet leren. Foto: Thijs Rooimans
Nederland is een fietsland bij uitstek, maar met de fietsvaardigheid onder de jongste generaties is het slecht gesteld, waarschuwen verkeersorganisaties.
Emilie Jellema (12) stapt met een tevreden glimlach van de fiets. De leerlinge van de Comeniusschool in Zeist heeft net een rondje gefietst voor het verkeersexamen van Veilig Verkeer Nederland (VVN).
„Ik vond het eerst nog een beetje spannend en was zelfs bang dat ik het niet zou halen. Ja, ik kan gewoon fietsen, ik heb het vroeger met hulp van m’n ouders geleerd. Eerst op een loopfiets, later op een fiets met zijwieltjes en toen zonder. Maar toch, je weet het nooit bij zo’n examen, je moet het maar doen. Uiteindelijk ging het supergoed. Ik heb steeds gekeken, ook bij het oversteken, en overal waar nodig de hand uitgestoken. Van de telefoon had ik geen afleiding; die had ik bewust thuisgelaten. Had ik die gebruikt, dan was ik sowieso gezakt.”
Bij het overgrote deel van alle basisscholen in Nederland vindt deze weken in de groepen zeven en acht het verkeersexamen plaats. De kinderen leggen een ronde af en worden beoordeeld op onder meer verkeersgedrag en -inzicht en allerlei verrichtingen, zoals het kijken, voorrang verlenen en innemen van de juiste positie op de weg.
Een meisje zei dat ze al zes jaar niet meer op een fiets had gezeten
Het is al lang niet meer vanzelfsprekend dat alle scholieren het examen net zo fluitend als Jellema afleggen. De fietsvaardigheid van kinderen holt achteruit, waarschuwen onder meer de Fietsersbond en VVN.
„We merken al langer in onze verkeerseducatielessen, maar ook tijdens het verkeersexamen dat kinderen niet of nauwelijks kunnen fietsen. Vorige week nog was ik bij een examen in Amsterdam Osdorp. We lieten de kinderen eerst een testparcours rijden om te bepalen of ze wel konden deelnemen. Bij één meisje was dat echt niet verantwoord, ze zei tegen ons dat ze al zes jaar niet meer op een fiets had gezeten”, zegt Willemijn Pomper van VVN.
Emilie is tevreden over het examen. Foto: Thijs Rooimans
De achteruitgang heeft diverse oorzaken. De Fietsersbond en VVN constateren dat kinderen steeds vaker en tot op hogere leeftijd met de bakfiets op school en bij de sportvereniging worden afgezet. „Waarschijnlijk met als achterliggende gedachte dat het lekker veilig is, want dan kan je kind nergens heen schieten en niet aangereden worden. Ook zijn er genoeg ouders die ervoor kiezen om hun kind met de auto voor de schooldeur af te zetten. Je hebt dan als ouder alles onder controle”, zegt Pomper.
„Maar eigenlijk doe je je kind daarmee tekort en zorg je er juist voor dat je kind niet zelfstandig door het verkeer kan gaan. Jong geleerd is oud gedaan, gaat ook hier op. Wij zeggen: laat je kind zelf fietsen op het moment dat het eraan toe is. En zorg ervoor dat dat op een veilige manier gebeurt.”
Loopfiets ideale springplank
Het ouderwetse loopfietsje blijkt nog altijd de ideale springplank. „Kinderen leren daarmee al op heel jonge leeftijd omgaan met balans houden. Je ziet dus ook dat kinderen die op een loopfiets hebben geoefend en dat veel hebben gedaan, moeiteloos wegfietsen op het moment dat er trappers bij komen kijken. Zijwieltjes zijn dan nauwelijks meer nodig.”
Op jonge leeftijd leren fietsen, laat kinderen wennen aan het verkeer. „Je leert allerlei dingen: hoe maak ik een bocht? Wanneer moet ik remmen? Hoelang duurt het voordat ik stilsta? Je leert ook omgaan met anderen op de weg. Op die jonge leeftijd is het nog heel moeilijk om verkeer om je heen in te schatten.”
We adviseren om kinderen vanaf 8, 9 jaar zelfstandig naar school te laten fietsen
„Afhankelijk van onder meer het kind, de afstand en de woonomgeving adviseren we om kinderen vanaf 8, 9 jaar zelfstandig naar school te laten fietsen. Als ouder kun je vaak heel goed zelf inschatten of je kind daaraan toe is.”
Gezondheid
Het fietsen heeft allerlei extra positieve effecten. „De meeste kinderen die naar de middelbare school gaan, doen dat op de fiets. Stel je voor dat je zoon of dochter niet met vriendjes mee kan. Je neemt dan een stuk van hun vrijheid weg. Kinderen bewegen dan ook minder, wat effect heeft op de gezondheid.”
Scholiere Emilie Jellema is blij dat ze al jaren zelfstandig kan fietsen en dat haar ouders haar ook die ruimte geven. „Ik vind het in de eerste plaats heerlijk om naar school te trappen. Het is een ritje van zo’n tien minuten, dus je bent lekker in beweging. Voor mij is het ook belangrijk. Want dankzij de fiets kan ik ook naar hockey en pianoles. Eigenlijk kan ik helemaal niet zonder.”
Een leven lang vaardigheden
Bewegingswetenschapper Martine Hoofwijk (ZonMw) stelt dat het belangrijk is dat je juist op jonge leeftijd leert fietsen. „Je hebt een tiental motorische vaardigheden. Balans houden is daar een van. Alle vaardigheden die je in je jongste jeugd leert, gaan een leven lang mee. Leer je bijvoorbeeld op je zesde te fietsen en beleef je er plezier aan, dan pak je dat later in je leven veel gemakkelijker op. Als je ouder bent en meer ruimte hebt, zul je er eerder voor kiezen om in de vrije tijd een tocht te maken.”