Bewegingswetenschapper Anne Benjaminse (UMCG) maakt een trainingsprogramma waarmee voetbalsters het gevreesde scheuren van de voorste kruisband kunnen voorkomen.
Het is de nachtmerrie van elke voetballer, je kniebanden ‘afscheuren’. Het herstel duurt zo een jaar en daarna ben je nog lang niet de oude. De knie blijft vervolgens vaak een zwakke plek. Denk aan Xavi Simons (23). De Tottenham-speler mist het WK met Oranje nu duidelijk is geworden dat ook hij zijn voorste kruisband heeft gescheurd.
Het is al jaren duidelijk dat voetballende meiden en vrouwen een groter risico lopen op zo’n zware knieblessure dan hun leeftijdsgenoten bij de jongens en mannen. Specifiek zijn ze gevoeliger voor een gescheurde voorste kruisband.
Vivianne Miedema opent een Cruijf Court. Foto: Andre Weima
Sterspeelsters als Vivianne Miedema, Jill Roord, Alexia Putellas en Beth Mead kunnen er over meepraten. Al deze voetbalsters keerden na hun blessure wel terug op het hoogste niveau.
Maar voorkomen is veel beter dan genezen. Als iemand weet hoe je dat doet, is het universitair docent en bewegingswetenschapper Anne Benjaminse van het UMCG. Haar onderzoek richt zich op het verbeteren van trainingsprogramma’s waarmee voetbalclubs de kans op een ernstige knieblessure bij speelsters kunnen voorkomen.
‘Heb je even?’
De vraag die ze het vaakst krijgt, is hoe het toch kan dat vrouwen hun voorste knieband vaker scheuren dan mannen. „Heb je even, zeg ik dan”, zegt Benjaminse.
„Het is een combinatie van veel dingen. Bijvoorbeeld fysiek”, legt de wetenschapper uit. „Vrouwen hebben bredere heupen, waardoor krachten op de knie anders binnenkomen. Verder kunnen banden door hormonale veranderingen rond de menstruatie minder sterk zijn. Dan zijn er nog sterke aanwijzingen dat psychosociale factoren invloed hebben op je blessuregevoeligheid.”
Het zou heel goed kunnen dat meiden mentaal meer last hebben van bijvoorbeeld gedoe thuis of ruzie in de vriendinnengroep dan jongens, zegt Benjaminse. Er zijn goede aanwijzingen dat voetbalsters die niet niet lekker in hun vel zitten eerder geblesseerd raken dan wanneer ze zich goed voelen.
Profclubs zijn goed op de hoogte van de risico’s. De meeste clubs werken al jaren met het zogenoemde FIFA 11+ programma. Dat zijn elf principes waarmee je de beenspieren zo traint dat krachten op de knie beter worden opgevangen. Dan gaat het vooral om het doen van squats en lunges. Belangrijke oefeningen, zegt Benjaminse, maar wat hierin mist is het spelelement, waarin onverwachte situaties voorkomen.
Beeldend coachen
Benjaminse werkt al enige tijd aan een update van dit programma. „In plaats van meer basale oefeningen die vooral kracht en conditie trainen, gebruiken we meer dynamische oefeningen in twee- of drietallen die de onvoorspelbaarheid van het voetbal meenemen”, zegt Benjaminse. „Vooral dat laatste pakt het cognitieve element meer mee, omdat je in een teamsport altijd om je heen moet blijven kijken, en het maakt het ook veel leuker.”
De manier van coachen is in haar programma ook anders. „Het blijkt dat het niet goed beklijft wanneer je zegt dat je bij een landing goed door je benen moet zakken”, zegt Benjaminse. „Je moet het beeldender maken. Dus: doe alsof je op een stoel gaat zitten. Dat blijft veel beter hangen.”
Ze heeft de update van het trainingsprogramma ontwikkeld in samenwerking met FC Groningen en de KNVB. De FC heeft er een pilot mee gedaan. Ze is nu op zoek naar meer clubs en speelsters die openstaan voor het helpen verbeteren van haar programma. „Het vrouwenvoetbal is de afgelopen tien jaar zoveel sneller en professioneler geworden”, zegt Benjaminse. „Die ontwikkeling gaat alleen maar verder, met meer belasting voor de speelsters tot gevolg. Dat maakt dit trainingsprogramma extra relevant.”
Meedoen?
Voor haar onderzoek naar het voorkomen van knieblessures is Anne Benjaminse op zoek naar voetbalsters tussen de 12 en 21 jaar. Hen wordt gevraagd elke week een vragenlijst op hun telefoon in te vullen. Dit duurt een minuutje per keer. Wie mee wil doen aan dit onderzoek van UMCG, KNVB en RUG kan een mail sturen naar vkb-onderzoek@umcg.nl.
‘Positief blijven is de beste manier om ermee om te gaan’
Henderika Kingma als Manager Vrouwenvoetbal bij FC Groningen. Foto: FC Groningen
Voetbal maakt een heel groot deel uit van het leven van Henderika Kingma (29) uit Groningen. Ze heeft er als Manager Vrouwenvoetbal van FC Groningen zelfs haar werk van gemaakt. Maar zelf voetballen blijft het mooist. „Het is het leukste spelletje dat er is”, zegt Kingma.
Ze speelde op hoog niveau. Eerst bij ZMVV Zeerobben in haar geboortestad Harlingen en later, tijdens haar studie Sportkunde, bij Oranje Nassau in Groningen.
Over het scheuren van de voorste kruisband kan ze als geen ander meepraten. Het overkwam haar twee keer: eerst rechts (op haar achttiende) en vijf jaar later links. Die tweede keer raakten ook de binnenste knieband en de meniscus zwaar beschadigd.
„Tot dat moment wist ik heel weinig van het grotere risico op deze blessure”, zegt Kingma. „We deden wel eens wat oefeningen op de club. Maar na een paar weken verwatert dat weer. Je moet dat echt structureel doen. Tijdens de warming-up móet je je lichaam voorbereiden op onverwachte bewegingen die ook in de wedstrijd en op de trainingen gebeuren.”
Beide blessures waren ook mentaal een tik. Het lukte Kingma na de revalidaties niet om helemaal terug te keren op haar oude niveau. „Ik had meer angst, ging toch wat minder goed bewegen.” Haar grote voordeel is dat ze optimistisch en positief ingesteld is. „Dat is volgens mij de beste manier om ermee om te gaan. Het is niet het einde van de wereld. Ik ben er zelf niet het goede voorbeeld van, maar er zijn ook heel veel meiden die juist een betere voetballer worden na een revalidatie. Dat komt omdat je harder en specifieker traint dan daarvoor.”
In de drie jaar dat ze bij FC Groningen zit, heeft ze twee speelsters om zich heen tijdelijk zien wegvallen met deze blessure. „Dat is relatief echt weinig.” Het trainingsprogramma van Anne Benjaminse zou daar heel goed de reden van kunnen zijn.
Gelukkig voetbalt Kingma zelf nog, op half veld met zeven tegen zeven. Over twee weken gaat ze met haar ploegje naar Mallorca voor een toernooi. „Ik ben zo blij dat ik dit nog zelf kan doen.”