Marco Tanis van ecologisch bureau ATKB bestudeert met zijn loep welke bestuiver hij in de berm op een boerenerf heeft gevonden. Foto: Anjo de Haan
Marco Tanis (30) uit Assen brengt vier jaar lang insecten in kaart voor ’s lands grootste telling van bestuivende insecten ooit. Lopend door Usquert: „Wist je wel dat aan deze kust heel bijzondere zweefvliegen zitten?”
Onderzoekers van EIS Kenniscentrum Insecten gaan tot 2030 vijf keer per jaar op 150 plaatsen bestuivers tellen. Dat gebeurt in opdracht van het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur. Het is de grootste telling van bestuivende insecten ooit.
Marco Tanis (30) uit Assen van ecologisch bureau ATKB is de uitverkorene die dat in Groningen en Drenthe mag gaan doen. Hij gaat daarvoor naar allerlei plekken. Van het Drents-Friese Wold naar Godlinze. En van Gasselternijveen naar Delfzijl.
Gevangen insecten
Gewapend met een vlindernetje loopt hij deze teldag over een boerenerf in Usquert. Naast het betonpad groeien paardenbloemen, hondsdraf en madeliefjes. De jonge ecoloog maakt een beweging als een roofdier. Hebbes. Het vlindernet heeft een zwart vliegje gevangen. Terwijl de ecoloog al talloze zwarte vliegen op het blote oog overgeslagen heeft („dat zijn rouwvliegen”), is deze blijkbaar de moeite waard om nader te bekijken.
Met zijn loep is hij er gauw over uit. Dit is een weidedoflijfje. „Een kleine zweefvlieg. Dit is echt een meisoort, dus deze is vroeg. Ze zitten graag op boterbloemen.” Hij vult alle gegevens in op zijn telefoon.
Een gevangen weidedoflijfje in handen van Marco Tanis. Foto: Anjo de Haan
Op kustplekken als deze kun je ook de zeldzame moshommel of kustplatvoetje vinden. „Die laatste begint eigenlijk pas te vliegen in mei. Die is idioot zeldzaam, ik heb hem nog nooit gezien.”
Woeps, weer vliegt het netje door de lucht. Tanis is te laat. „Maar ik weet eigenlijk wel wat dat is. Een weidevlekoog. Die is makkelijk te herkennen.” Korte tijd later heeft Tanis ook de honingbij, de gewone geurgroefbij en de gewone pendelvlieg ingevuld.
‘Hangt van het moment af’
Hij doet de metingen op land van akkerbouwer Pieter Tako Bierema (76), wiens boerderij uit 1847 op de meest noordelijke wierde van Nederland staat. Boer Bierema is nieuwsgierig naar de uitkomsten van het onderzoek, vertelde hij bij een kopje koffie met ecoloog Tanis. Soms zie je niks, soms zie je van alles, zegt de boer. „Dat hangt net van het moment af. Ik doe bijvoorbeeld ook aan bloemrijke akkerranden. Als die er straks zijn, dan komt daar zoveel geluid vanaf, daar word je bang van.”
Om het ‘toevalsaspect’ eruit te halen, gaat Tanis dit onderzoek de komende vier maanden herhalen en dat tot 2030. Hij loopt in dit testvak driemaal 300 meter. De meetlocaties zijn willekeurig bepaald. Alleen professionals mogen tellen, om de 350 soorten bijen en 320 soorten zweefvliegen uit elkaar te houden.
Sommige mensen zijn kritisch op deze nieuwe telronde. Het voelt alsof de opdrachtgever, het ministerie van LVVN, hiermee tijd koopt om pijnlijke maatregelen voor zich uit te schuiven. Alsof we niet al lang weten dat het slecht gaat met onze bestuivers. Tanis kan die kritiek best begrijpen. „Over het algemeen weten we dat het met insecten heel slecht gaat. In Nederland is dat inderdaad al zeer uitgebreid uitgezocht.”
Marco Tanis vangt de insecten die hij wil determineren in zijn vlindernetje. Foto: Anjo de Haan
Een boel in kaart gebracht
Alsof het universum dat punt nog eens wil benadrukken, stopt er een busje langs het betonpad. „Hé, ik zie niet vaak een collega aan het werk”, roept een man, terwijl hij met zijn vlindernetje uit het raam zwaait. Het blijkt een insectenteller die helemaal uit Rotterdam is gekomen om de Groningse dijken te onderzoeken namens BoerenNatuur.
De mannen wisselen een paar woorden, de Rotterdammer is enthousiast over de oliekevers en moshommels die hij heeft gezien.
Maar Tanis moet weer door. Hij staat inhoudelijk zeker achter het onderzoek. Nooit eerder zijn er landelijk gestandaardiseerde tellingen van bijen en zweefvliegen gedaan. De kennis is vaak gebaseerd op individuele tellingen met jarenlange telreeksen binnen een gebied.
Resultaten op kaal akkerland
Tanis loopt nu over kaal akkerland. Dat moet, de route moet representatief zijn voor het agrarische gebied. Op de kale modder ziet Tanis amper insecten. Tja, wat kan je ook verwachten op kale modder? „Heel weinig. Er is wel discussie over of het zinvol is om op zulke plekken te meten. Maar je wil ook een realistisch beeld geven van een gebied. En soms word je verrast met wat je tegenkomt.”
Bovendien: hier zal boer Bierema kruiden gaan inzaaien dit jaar. Dus het kan bij een volgende telronden zeker nog leuk worden.
Marco Tanis is een van de professioneel tellers van ecologisch bureau ATKB. Foto: Anjo de Haan
Maar vandaag is de score wat treurig. Een bijvlieg, hommel en een bestuiver die Tanis niet thuis weet te brengen. „Een viltvlek, denk ik.” Het arme insect gaat in een potje voor nadere determinatie. Dat zal hij niet na kunnen vertellen. Die gedachte maakt Tanis niet blij. „Gelukkig is het een mannetje”, beurt hij zichzelf op. „Minder noodzakelijk voor het nageslacht.”
Een korte update
Daags na het interview geeft Tanis nog een update. Hij had de veldvlek alsnog met zijn zakgidsje weten te determineren, waardoor het nog levende insect zijn vrijheid herkreeg. Een viltvlekzandbij, mocht u het willen weten.
Voorts ontdekte Tanis na vertrek van de verslaggever nog de meest bijzondere soorten: de weidebij (zeldzaam, rode lijst) die in de grond nestelt, de moshommel (zeldzaam, rode lijst) die veel voorkomt op kwelders en bloemrijke graslanden en een kustvlekoog, wat een echte kustsoort is die je ziet op plekken onder invloed van zout water.