‘Geweldige fabrieken in Auschwitz’, zijn de laatste woorden van Emmy. Lucas schrijft boek over briefjes die Joden op weg naar de kampen uit de trein gooiden
Lucas Ligtenberg bij het spoor achter het huis in Haren waar in de oorlog de familie De Grijs woonde. Het gezin vond brieven die Joden uit de trein gooiden in de hoop dat iemand ze op de post deed. Foto: Nienke Maat
‘’t Is het einde, we gaan’, schrijft Johanna van Oosten op een briefje dat ze in september 1943 uit een stampvolle trein van Westerbork naar Auschwitz gooit. Lucas Ligtenberg vertelt in zijn boek Van hier de laatste groeten over de duizenden briefkaarten met een laatste boodschap van Joden, strafgevangenen en dwangarbeiders.
Een witje dwarrelt in de sloot achter kapsalon Petra aan de Spoorlaan in Haren. Een acacia reikt naar het spoor dat de kapperszaak flankeert. Slagbomen vallen rinkelend in slow motion omlaag, een trein raast voorbij.
Op bijna dezelfde plek als waar in een vijver in de tuin imposante koikarpers en goudvisjes door elkaar krioelen, dwarrelde op vrijdag 14 augustus 1942 een briefkaart uit een trein naar beneden. Geen comfortabele passagierstrein deze keer, maar goederenwagons met in elke wagen een ton als wc voor de in totaal 505 Joden. De trein rijdt in drie dagen van Hooghalen naar concentratiekamp Auschwitz in Polen. Niemand keert terug.
Een foto van een van de transporten die uit Westerbork vertrok.
Sara Davidson-Vet zit in een van de wagons. Ze schrijft een briefkaart aan haar man en kinderen in Amsterdam. Ze is Joods en werd op 6 augustus opgepakt tijdens een grote razzia, die later bekend zou staan als ‘Zwarte Donderdag’ en de ‘Razzia der 2000’. SS-Hauptsturmführer Ferdinand aus der Fünten selecteert de gevangenen die op transport naar doorgangskamp Westerbork worden gestuurd. Een gebaar naar links betekent ‘naar huis’.
Bij Sara wijst hij naar rechts.
Na krap een week in Westerbork wordt ze op transport gezet. Nu schrijft ze een laatste brief in de hoop dat die haar gezin bereikt. De trein rijdt de gebruikelijke route: Assen, Haren, Hoogezand-Sappemeer, Zuidbroek, Scheemda, Winschoten en bij Nieuweschans de grens over. Bij Haren wurmt Sara de briefkaart door een spleet in de planken. Ze heeft geen idee of die wordt gevonden, laat staan of de vinder bereid is de brief op de bus te doen. Daar gaat-ie. Het stukje papier landt in de achtertuin van het echtpaar Klaas en Cornelia De Grijs. Het is niet de eerste keer dat er brieven in de tuin liggen. Elke brief doen ze keurig op de post, met een begeleidend schrijven. Soms krijgen ze een bedankbriefje terug.
Het laatste levensteken van Sara. Bron Holocaust Memorial Archives Washington DC Accession Number: 2016.97.1
„Oma heeft die bedankbrieven altijd bewaard”, vertelt Jeroen de Grijs (61) uit Haren. „Ze lagen altijd in een plastic zakje in een la. Als je de tekst leest… Ik ben vaak met lezen begonnen, maar dan moest ik halverwege stoppen. Zo aangrijpend.”
Deze en andere brieven liggen nu in Kamp Westerbork. Het Herinneringscentrum is samen met het Joods Museum in Amsterdam een van de ‘hofleveranciers’ voor schrijver en journalist Lucas Ligtenberg (67) voor zijn boek Van hier de laatste groeten. Hoeveel kaarten in totaal? Niemand die het weet. Hij schat het aantal op 15.000. „Hiervan zijn er driehonderd bij mij bekend.” Een lichte glimlach. „Maar ik heb alweer een paar tips binnen.”
‘Hoogstderzelve’ wilde geen kamp bij Paleis ‘t Loo
Hij ging grondig te werk en verdiepte zich ook in de historie van Kamp Westerbork. Hoe in februari 1939 bekend werd dat er een vluchtelingenkamp voor Duitse Joden kwam. Dat het aanvankelijk in het Gelderse Elspeet zou worden gebouwd. „Maar koningin Wilhelmina wilde geen vluchtelingenkamp zo dicht bij Paleis ’t Loo.”
Hij citeert uit een brief die uit haar naam naar het kabinet is gestuurd: ‘De Hoogstderzelve betreurt dat de keus van een plaats voor het vluchtelingenkamp is gevallen op een terrein dat zóó dicht bij het zomerverblijf van Hoogstderzelve gelegen is dat het Hoogstderzelve aangenamer ware geweest indien dat terrein veel verder van het Loo had gelegen.’
„Maar ook de ANWB sputterde tegen, die vreesde voor het toerisme. De echo horen we vandaag de dag nog als het over de komst van een asielzoekerscentrum gaat.” De keuze viel uiteindelijk op Westerbork: afgelegen en de bouwkosten waren voor rekening van de Joodse gemeenschap.
De brief die het echtpaar Stoppelman uit de trein gooide. Bron Herinneringscentrum Kamp Westerbork
Des te wranger is het dat drie jaar later het door Joden gefinancierde Westerbork hét doorgangskamp van Nederland werd. Bijna 107.000 Joden vertrekken, verdeeld over meer dan honderd treinen, naar de vernietigings- en concentratiekampen in Oost- en Midden-Europa. Ook 247 Sinti en Roma en enkele tientallen verzetsstrijders zaten in de goederen- en passagierswagons.
Ligtenberg: „De omstandigheden waren verschrikkelijk. In de goederenwagens was er vaak alleen een ton waarin je je behoefte kon doen; dat lees je ook steeds terug in die briefkaarten. Soms lag er een zakje zand naast dat je eroverheen kon strooien. Er werden ook passagierswagons gebruikt, maar ook die waren verre van comfortabel. Dan zaten ze met achttien mensen in een coupé gepropt.”
Gerson Stoppelman en zijn vrouw Naatje Stoppelman-Blok komen oorspronkelijk uit Oude Pekela, maar wonen tijdens de oorlog in Amsterdam. Bron: Herinneringscentrum Kamp Westerbork
„Iedereen was onzeker over wat hen te wachten stond, maar velen wilden het thuisfront niet ongerust maken. Dat zie je ook in de brieven terug. Het woord ‘flink’ wordt vaak gebruikt. Niet alleen de schrijvers houden zich flink, maar ook zij die achterblijven moeten flink zijn.”
Truda ‘Trui’ Hoogstraal uit Bellingwolde schreef deze kaart aan K. Leemhuis op 17 maart 1943. Ze kwam met haar zus Henderina en hun vader Hartog op 11 maart 1943 aan in Westerbork. Alle drie werden in Sobibor vergast.
Bron: HCKW Digitale collectie; www.joodsmonument.nl
De brieven zijn meer dan een laatste levensteken; ze bieden ook inzicht in de omstandigheden in de treinen en in wat de mensen wel of niet wisten over wat hen te wachten stond. Ligtenberg: „Soms stond de bagage nog op het perron, terwijl de trein vertrok.”
Verborgen boodschappen
Na deze brieven wordt het stil. Hoogst zelden komt er daarna nog een bericht uit het oosten. „Maar het gebeurde wel. Sommigen kregen bij aankomst in het kamp de opdracht een brief naar huis te sturen. Een aantal slaagde erin een verborgen boodschap te schrijven. Zo werd een van de briefkaarten ondertekend met ‘Ellen de Groot’. Oftewel: ellende groot.”
Hester Sarluij schrijft vanuit Birkenau een brief naar huis. „Ze verwijst naar ‘Tante Terlaloe’. Dat is Maleis en betekent ‘te erg’.”
Het iconische beeld uit de film van Sinti-meisje Settela Steinbach tussen de wagondeuren. Foto: archief
Maar er zijn ook gedeporteerden die een briefje verstoppen in de trein die teruggaat naar Westerbork. „De schoonmakers in het kamp herkenden de wagons en ontdekten dat die dus blijkbaar heen en weer reden. Mensen die op transport gingen, werd gevraagd een briefje terug te sturen over wat ze daar zagen.” Dat deden ze, zoals een zekere Emmy, wier achternaam onduidelijk is. Ze schrijft:
‘Auswitz ligt bij Gleiwitz, een geweldig fabrieken centra. Het land erom heen is triest, poesta achtig. De fabrieken zijn geweldig. De aan komst is 1 uur ’s nachts. Wij gaan direct naar de barakken. Er is geen sterveling te bekennen. Alles in de straaten is ook leeg. Hier en daar een vrouwelijke conducteur. De spoorweg emplacement is geweldig groot.’
Ligtenberg: „Maar ze zag helemaal geen fabrieken. Ze zag de schoorstenen van de verbrandingsovens. Het is niet zo vreemd dat ze deze fout maakte. Die briefjes moesten met dezelfde trein terug en de mensen hadden vanzelfsprekend weinig tijd om rustig rond te kijken. Ze kwamen vaak in het donker aan en het perron lag ver van de gebouwen. Buiten stonden de SS’ers en de honden al klaar.”
Schrijver dood voordat brief bij familie in de bus viel
De Duitsers verbieden de kaarten die langs het spoor liggen op te rapen, maar het gebeurt toch. „De vinders en rapers wisten dat ze een risico liepen. Ze zagen het als een kleine daad van verzet. Veel poststempels zijn van Haren, maar ook van Assen en Hoogezand. Het duurde soms even voordat de briefkaarten in de brievenbus lagen, omdat die pas na een aantal dagen werden gevonden. Aan de poststempels kan ik zien dat een brief bijvoorbeeld drie of vier dagen na het transport is verstuurd. Als die dan eindelijk in de bus viel, was de persoon vaak al dood.”
De bedankbrief die familie De Grijs in Haren kreeg, omdat ze de briefkaart van Sara Davidson-Vet hadden gepost. Bron Familie De Grijs
Hij zwijgt even. „Het is zo aangrijpend.”
Sommige briefkaarten leiden na de oorlog decennialang een verzwegen bestaan en liggen bijna vergeten in schoenendozen op zolder. Zoals de brief die Emmy Cortissos op 18 mei 1943 uit de trein gooide. Ze is onderweg naar Sobibor. Een echtpaar uit Assen vindt de brief, die gericht is aan haar zus. Ze schrijft onder meer: ‘Dit is een afscheidsbrief, Amy, en geef alle bekenden de groeten.’
Emmy Cortissos-Dreesde met haar zoontje Rudie. Foto uit 'Van hier de laatste groeten'
De vinders sturen de kaart met een begeleidend briefje naar haar familie in Amsterdam:
Geachte meneer en mevrouw,
Hierbij stuur ik u deze brieven uit Assen. Mijn man stond bij de trein toen de Joodse mensen uit Westerbork werden vervoerd over Assen. In Assen stopte de trein en werden er brieven en kaarten uit de trein gegooid. (…) Wij hebben nog meer te verzenden, dus doen wij veel voor onze Joden. Hopende dat ze spoedig weer terug zullen komen. Ze hebben allemaal moed en wij houden ook moed. Verder de hartelijke groeten van een onbekende. Ho u d m o e d.
Haar zus Amy wordt niet lang daarna ook opgepakt en naar Westerbork gestuurd. Ook zij gooit later een briefje uit de trein. Beide zussen keren niet terug.
Briefkaarten bleven jarenlang verborgen
Ligtenberg: „Haar zoon Rudie wist heel lang niet van het bestaan van deze brief van zijn moeder. Hij krijgt de laatste woorden van van zijn moeder pas onder ogen nadat zijn vader is overleden. Dat is zo tekenend voor die naoorlogse tijd. We kijken vooruit, we hebben het er niet meer over. Het loket ging gewoon dicht. Rudie bezoekt nog steeds scholen om over de oorlog te praten. Zodra het hierover gaat, deze brief, krijgt hij tranen in de ogen. De oorlog is een deel van zijn dagelijks leven.”
Wie heeft informatie over brief van Elie Cohen?
Huisarts Elie Aron Cohen (1909–1993) uit Aduard overleefde Auschwitz en is wellicht de enige persoon die na de oorlog de briefkaart die hij uit de trein gooide, weer onder ogen kreeg. Ligtenberg: „Hij was verbijsterd over zijn eigen naïviteit.” Als transportarts in Westerbork haalde hij soms vrienden en familieleden van de deportatielijst. „Hij haalde zijn gezin en familie naar Westerbork, omdat hij dacht dat hij hen dan beter kon beschermen.”
De briefkaart is zoekgeraakt. „Het zou mooi zijn als er iemand is die nog weet waar die is gebleven.”
Van hier de laatste groeten
Van hier de laatste groeten Uitgeverij Van Oorschot
Titel: Van hier de laatste groeten. Briefkaarten uit de trein 1940 – 1945