Het Grunnegs Toentje van historicus Sanne Meijer in Roodeschool. Foto: Corné Sparidaens
Verslaggevers van Dagblad van het Noorden maken in de maanden juli en augustus verhalen over gezonde voeding en lokale producten uit Groningen. Wat is gezond voedsel en waar kun je daarvoor in Groningen terecht? Wat zijn de fabels? Hoe verandert onze manier van eten? Je leest het deze zomer in de DVHN Voedselserie.
Sanne Meijer (31) verbouwt in haar royale en historisch verantwoorde moestuin in Roodeschool groenten van veelal Groninger makelij die luisteren naar namen als het Wonder van Scheemda en de Groningse blauwschokker. „We eten er het hele jaar van.”
Een frisse wind waait over het moestuincomplex dat zich nabij het station van Roodeschool in de zon koestert. Het is er stil. Sanne Meijer schenkt Engelse thee en zelfgebakken pruimentaart. De historicus plantte twee jaar geleden haar eerste zaadje in het lapje grond dat ze van een stichting met de welluidende naam ‘Vereniging tot beheer en exploitatie van onroerend goed Uithuizermeeden’ huurt.
Vergeten groenten op ‘most wanted’-lijst
Dit was het startschot voor haar project ‘Grunnegs toentje’ waarop ze onder meer bijna vergeten groentesoorten verbouwt. „Die vertellen verhalen over de lokale geschiedenis.” Meijer geeft lezingen over haar tuin en de achtergronden van tal van gewassen die nog niet eens zolang geleden dagelijks op de borden van Groningers op consumptie lagen te wachten.
Een van deze oude rassen, de Vroege Groninger spitskool (zo genoemd, omdat deze – jawel – relatief vroeg in het jaar oogstrijp is), komt uit de collectie van het Centrum voor Genetische Bronnen Nederland (CGN), die ongeveer 350 Nederlandse gewassen telt. Wetenschappers van het centrum presenteerden in juni een ‘most wanted’-lijst waarop de namen van vijf oude Hollandse gewassen staan die mogelijk in geen enkele Nederlandse moestuin meer groeien. De namen lijken zo weggeplukt uit een boek van Marten Toonder: de Lange Holkruin, Selectie Wassenaar, Kennemerland, Dikke Leidsche Winter en Delftsche Groene Kortpoot.
Meijer houdt dus haar ogen open. „Wie weet is er nog ergens een wat oudere Groninger te vinden die in zijn tuin nietsvermoedend zo’n groente verbouwt.”
Ieren zijn gek op ‘Oldambtster wierdebean’
Zo was ze zelf lang op zoek naar de zogeheten Oldambtster wierdeboon. „Ik kwam deze naam in oude rassenlijsten tegen. De wierdeboon kwam hier vroeger heel veel voor en die wilde ik daarom graag in mijn tuin hebben. Maar de boon was nergens in Nederland te vinden. Echt, ik heb het overal gevraagd, ook bij CGN. Uiteindelijk vond ik de boon in de webshop van een Ierse club die zich inzet voor het behoud van oude rassen. Daar stond ie, de ‘Oldambtster wierdebean’. En de Ieren zijn er gek op! Nu heb ik ze ook.”
De tuin huisvest onder meer de Oldambtster paardenboon, de Mansholts Kortstro Groene, Bolt’s boon, Hendriks Reuzen, Bonties en Groninger strogele. Maar ook de ‘gewone’ pastinaak en courgettes voelen zich meer dan welkom in de zware kleigrond. Allemaal buitengewoon smakelijk, zo verzekert Meijer.
De Oldambtster paardenboon. Foto: Corné Sparidaens
De Groninger strogele boon. Foto: Corné Sparidaens
Maar de mozaïek van bloemen en planten is ook buitengewoon oogstrelend. Houten planken vormen smalle wandelpaden door het groen dat doorspikkeld is met oranje bloemen. „Groninger goudsbloemen”, legt Meijer uit. ,,Alhoewel het eigenlijk geen typisch Groninger bloemen zijn, maar veel mensen denken dat, omdat er een Groningse naam voor is: Goldjebloum. Ze zien er mooi uit, maar ze trekken ook bijen en vlinders aan. Echte bestuiverlokkers dus. Bovendien kun je er ook thee van maken, zijn ze ook lekker in een salade. En wist je dat je er ook zalf van kan maken?’’
Nee dus.
„De Latijnse naam is calendula. Ik hoef dus niet naar de winkel om huidproducten te kopen.”
Ze leerde het tuinieren van haar moeder. „Thuis in Ter Apel hadden we een grote moestuin. Mijn moeder werkte ook als vrijwilliger in de kloostertuin en ik hielp haar wel eens mee. Niet dat onkruid wieden nu echt mijn grote hobby was. Tijdens mijn studie deed ik er weinig aan. Maar toen wij enkele jaren geleden hier kwamen te wonen, begon het weer te kriebelen. Ik verdiepte mij in boeken over tuinieren en ging het internet op. Maar uiteindelijk is het toch ook een kwestie van trial and error. Wat werkt wel en wat werkt niet? Hier in het Hogeland wil het stevig waaien, dus plant ik geen bonen die heel hoog groeien.”
De comeback van het Wonder van Scheemda
De tuin levert overvloedig voedsel. Meijer kan er niet tegenop wecken. „We eten er het hele jaar van. Het is niet zo dat ik het eten in de supermarkt niet vertrouw of zo. Maar het is zo’n waanzinnig gevoel om je eigen voedsel te verbouwen. Je plant in maart een zaadje en in juli ligt er een courgette op tafel. En eerlijk is eerlijk: die smaakt ook echt lekkerder. Bovendien kun je in de winkel maar een soort courgette kopen, maar je hebt ze in allerlei maten en vormen.”
Het Wonder van Scheemda. Foto: Corné Sparidaens
Sanne Meijer geeft lezingen over haar moestuin met vergeten Groninger groenten. Foto: Corné Sparidaens
Niet alles is al consumptiegereed. Ze houdt een frisgroene peul vast. „Dit is het Wonder van Scheemda. Die was bijna uitgestorven, maar is door de Eikemaheert, een biologisch landbouwbedrijf in Loppersum, weer tot leven gewerkt. En het Wonder van Scheemda doet zijn naam echt eer aan, want die heeft ons ongelooflijk veel erwtjes – van die dikke, zoete – opgeleverd. Die ga ik vermeerderen door ze als zaadgoed voor volgend jaar te gebruiken.”
En dan?
„Opeten natuurlijk.”
Voedselserie
Verslaggevers van Dagblad van het Noorden maken in de maanden juli en augustus verhalen over gezonde voeding en lokale producten uit Groningen. Wat is gezond voedsel en waar kun je daarvoor in Groningen terecht? Wat zijn de fabels? Hoe verandert onze manier van eten? Je leest het deze zomer in de DVHN Voedselserie.