Wolter Schoorl, eigenaar van winkel Recessie, moet er niet aan denken om voor een baas te werken. Foto: Nienke Maat
Dat er tekorten zijn in de zorg, de horeca en het onderwijs moge duidelijk zijn. Maar er zijn meer beroepen waar je bijna verzekerd bent van een baan, volgens het UWV. Een eventmanager, metselaar en tweedehands-verkoper over hun beroep.
Dat Recessie twintig jaar geleden een van de weinige winkels in Groningen was die tweedehands kleding verkocht, kan je je nu bijna niet meer voorstellen.
Is er ruimte voor meer? Volgens het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) wel. Het beroep ‘verkoper van tweedehands artikelen’ staat dit jaar op de lijst van zogeheten kansrijke beroepen: beroepen met een goede kans op werk. Ook metselaar en eventmanager zijn nieuw op die lijst. Hoe kijken mensen uit die beroepsgroepen daarnaar?
Wolter Schoorl van Recessie ziet de toenemende concurrente niet als een bedreiging. 'Je moet je onderscheiden' Foto: Nienke Maat
Wolter Schoorl (60), eigenaar van winkel Recessie in Groningen
„Het kopen van tweedehands kleding is de afgelopen jaren steeds breder geaccepteerd. Dat zie je alleen al aan het aantal winkels. 34 jaar geleden was de Recessie een van de weinige in Groningen, nu zitten er alleen in deze straat al vijf. En Vinted is ook hartstikke populair.
Voor mij vormt die concurrentie geen bedreiging hoor. Jong en oud loopt hier nog steeds binnen. Je moet je onderscheiden als ondernemer. Ik hanteer leuke prijzen. Een spijkerbroek kost hier 25 euro.
En je moet ook een beetje de mode in de gaten houden, ook al verkoop je tweedehands spullen. Op dit moment is kleding uit de vroege jaren 2000 populair. Van die flodderjurkjes bijvoorbeeld, terwijl hier vijf jaar geleden nog volop werd gezocht naar lange bloemenjurken. Daar moet je op inspelen.
Leuk dat dit is aangemerkt als kansrijk beroep, maar weet waar je aan begint. Een eigen zaak is hard werken. En ik denk dat de markt in Groningen wel redelijk verzadigd is. Kom over een paar jaar maar eens kijken welke zaken er nog zijn.
Zelf vind ik het ondernemerschap misschien wel het allerleukste. Het eigen baas zijn, Je eigen tijden bepalen, zelfs het doen van de boekhouding. En een eigen zaak brengt ook een sociaal aspect met zich mee. De hele buurt komt hier koffie- en theedrinken. Dat vind ik alleen maar gezellig.
Of ik ooit ga stoppen? Nee hoor, ik ga door tot mijn dood.”
Eva Schotanus denkt dat de opdrachtkansen voor eventmanagers tegenwoordig groter zijn dan tien jaar geleden. Eigen foto.
Eva Schotanus (32) uit Tolbert, zelfstandig eventmanager
„Ik kan geen ander beroep bedenken dat aan de mijne kan tippen. Deze baan voelt niet als werken, maar als buitenspelen.
Als eventmanager ben je verantwoordelijk voor een deel van de organisatie van een evenement. Bij Eurosonic Noorderslag ben ik bijvoorbeeld productiemanager, bij Paradigm backstage manager en bij Concert at Sea accreditatiemanager.
In de meeste gevallen ben ik productiemanager. Ik zorg ervoor dat iedereen die betrokken is bij de productie, alles op tijd heeft. Denk aan catering en overnachtingsplekken, maar ook materialen. Het is veel plannen en organiseren.
Grote tekorten aan eventmanagers zie ik nog niet ontstaan, maar de opdrachtkansen zijn wel groter dan tien jaar geleden, denk ik. Dat komt deels doordat er steeds meer komt kijken bij het organiseren van een evenement. Vooral op het gebied van veiligheid en duurzaamheid worden de eisen steeds strenger. Als je daarin een bepaalde specialisatie hebt, kan de branche je kennis goed gebruiken.
Maar je moet er wel voor in de wieg zijn gelegd. Het is hard werken. Je maakt regelmatig dagen van 12 uur en staat soms onder grote druk. Ik denk niet dat ik dit tot mijn 67ste ga volhouden.
Bovendien is het geen goudmijn. Ik reken bewust niet al mijn klussen terug naar een uurloon, want daar word ik niet gelukkig van. Maar van het werk zelf word ik wél heel gelukkig. Dat is me veel waard.”
Willem Arends kan de vele aanvragen die hij als metselaar krijgt niet allemaal aannemen. Eigen foto
Willem Arends (65) uit Musselkanaal, zelfstandig metselaar
„Ik metsel al zo’n 45 jaar. Woningen, bedrijven, pakhuizen. Tegenwoordig moet je als metselaar ook steigers bouwen en stenen sjouwen. Vroeger deed de opperman zulke ondersteunende klussen, maar dat beroept sterft uit.
Van metselaars zijn er ook steeds minder. Dat komt doordat er geen oppermannen meer zijn, denk ik. Vroeger ging je de bouw in als je niet wilde leren. Dan begon je als opperman en op den duur werd je vanzelf metselaar. Nu is de beroepsgroep afhankelijk van mensen die er echt bewust voor kiezen.
45 jaar terug had je in Musselkanaal nog twintig metselaars. Nu ben ik de enige. Ik krijg zo’n dertig aanvragen per jaar voor klussen, die kan ik lang niet allemaal aannemen. Ik kan zo’n twintig kleine klusjes per jaar doen, of enkele grote. In Den Horn bouwen we nu een complete boerderij. Daar ben je zo een paar maanden mee bezig.
Wil je metselaar worden, dan moet je niet te lang zijn, want dan moet je verder bukken. En je moet wel wat in de mouwen hebben. Spieren dus. Het is een zwaar beroep. Ik ben vier keer geopereerd aan mijn rug. Maar het is ook mooi. Ik kijk na een klus geregeld met trots achterom.
Nu ik 65 ben laat ik de teugels een beetje vieren. Ik doe vooral de leuke klussen. De nieuwbouwwoningen vind ik minder. Dat werk is rechttoe rechtaan en moet allemaal zo snel en goedkoop mogelijk.
Voor het inkomen hoef het niet te laten hoor. Je kunt tegenwoordig goed verdienen. We zijn nog altijd geen advocaten, maar de lonen zijn wel gestegen. Laat ik het zo zeggen: ik had kunnen stoppen toen ik 55 was. Sommige mensen stimuleren hun kinderen om door te leren, maar als ik een zoon had gehad, had ik gerust gezegd: word lekker metselaar.”
Kansrijke beroepen
Om te bepalen of een beroep kansrijk is, kijkt het UWV onder meer naar het aantal vacatures, het aantal werkzoekenden en het aantal WW-uitkeringen in de beroepsgroep. De beroepen worden daarnaast ook voorgelegd aan sectordeskundigen.
Er zijn dit jaar ook beroepen van de lijst afgehaald, waaronder politieagent. „Dat betekent niet dat je niet meer aan de bak komt als politieagent”, zegt arbeidsmarktadviseur Stef Molleman van het UWV. „Op lokaal niveau kunnen er flinke tekorten zijn, maar landelijk zien we dan bijvoorbeeld best veel aanbod ten opzichte van de vraag. Daarnaast kan ook het budget van de politie meespelen om nieuwe werknemers aan te nemen.”