Digitaal wijkagenten Boaz Holtrop (l) en Wessel van der Waa. Foto: Wim Goedhart
Stel: er wordt aangebeld. Er staat een politieagent voor de deur, lijkt het. Hij of zij vertelt dat iemand van plan is om bij je in te breken. Om je kostbare sieraden, contant geld en andere waardevolle spullen te beschermen, komt de agent deze ophalen. De persoon die aangebeld heeft, ziet er betrouwbaar uit en je geeft je spullen mee. Dan blijkt dat het een oplichter was die voor de deur stond en je bent je spullen kwijt.
Steeds meer mensen, met name ouderen, worden slachtoffer van nepagenten en babbeltrucs. Boaz Holtrop (Hoogeveen, De Wolden en Midden-Drenthe) en Wessel van der Waa (Meppel en Westerveld) zijn de digitale wijkagenten van Zuidwest-Drenthe. Zij geven onder meer voorlichting over hoe deze oplichters (m/v) te werk gaan en hoe je echte politieagenten kunt herkennen. Twee weken geleden werden er twee nepagenten opgepakt in Hoogeveen en onlangs ook al drie in Meppel.
„Het zijn met name 70-plussers die slachtoffer worden, dat is de grootste groep”, zegt Holtrop. „Maar, het kan iedereen overkomen. Het gaat met pieken. Momenteel hebben we wekelijks meldingen. Net een ballon die je opblaast en dan weer leeg laat lopen. Vorige week hebben we twee nepagenten weten op te pakken in Hoogeveen. En een paar weken geleden drie in Meppel.”
Digitale kluis
De daders gaan geslepen te werk. De meest bekende manier is de helpdeskfraude, waarbij de daders beweren voor de bank te werken. Ze vertellen dat er verdachte transacties op de rekening van het slachtoffer te zien zijn en dat het geld op de rekening moet worden overgeschreven naar een digitale kluis. Daarmee wordt het geld veilig gesteld. Zodra het slachtoffer dit doet hebben de criminelen er de beschikking over. Nepagenten komen meestal bij mensen aan de deur. „Met de mededeling dat er geprobeerd is in te breken”, gaat de digitale wijkagent verder. „Ze vragen dan bijvoorbeeld naar kostbaarheden die in huis zijn. Soms maken ze daarvan ter plekke foto’s, zodat een ander kan kijken of het wat waard is. Ook vragen ze of er contanten zijn.”
De manier van werken van de criminelen is heel verschillend: „Ze volgen niet een vaste lijn”. Dat ze sluw zijn blijkt wel uit het feit dat ze namen gebruiken van agenten die op de politiesite staan. „Met de naam van bijvoorbeeld een bestaande wijkagent wek je dan al snel vertrouwen.”
De politie voert nu campagne om mensen bewust te maken van oplichters die zich als agent uitgeven. „We proberen mensen er voor te behoeden dat ze in de val van nepagenten trappen. Als een echte agent aan de deur komt, dan is deze volledig in uniform, compleet met gordel met geweldsmiddelen. Oplichters hebben vaak alleen een polo of jasje aan.”
Een geüniformeerde agent hoeft zich niet te legitimeren aan de deur, omdat hij door zijn kleding herkenbaar is. „Maar je mag altijd vragen om legitimatie en die wordt dan ook gegeven. Een rechercheur in burgerkleding moet zich altijd legitimeren, doen ze het niet? Vraag ernaar”, klinkt het stellig.
Personeelsnummer
Holtrop haalt zijn legitimatie tevoorschijn. Hij wijst naar het nummer rechtsonder. „Dat is mijn personeelsnummer. Als een agent aan de deur staat en je vertrouwt het niet, dan kun je 112 bellen en kunnen ze aan de hand hiervan controleren wie het is. Daarnaast mag je een agent ook altijd om zijn dienstnummer vragen.” En, verduidelijkt de digitaal wijkagent nogmaals: „Wij vragen nooit om waardevolle spullen of geld.”
De deurstickers van de politie. Foto: Mediahuis
Om inwoners voor te lichten over de praktijken van oplichters, gaan agenten regelmatig van deur tot deur om flyers en deurstickers uit te delen. „Mensen kijken vaak wel even twee keer als we aanbellen. Om er zeker van te zijn dat we van de politie zijn. Dat is alleen maar goed. We werken ook samen met bijvoorbeeld gemeenten en hebben op het Grachtenfestival in Meppel flyers en stickers uitgedeeld. We raden mensen aan om de flyer aan de binnenkant van de voordeur te hangen. Op die manier worden ze eraan herinnerd als ze de voordeur opendoen.”
Signalement
Holtrop hoopt dat mensen die iets zien, wat ze niet vertrouwen, de politie bellen. „Als je een verdachte situatie ziet en er is spoed bij, bel dan 112. Heeft het geen haast, dan kun je contact opnemen met 0900-8844. Geef dan zoveel mogelijk kenmerken. Zijn ze alleen of met meer? Hoe zien ze er uit. Zijn ze met de fiets of auto en welke kant gaan ze op. Welk kenteken heeft de auto? Hoe meer we weten, hoe beter het is.”
Wat is een babbeltruc en waar moet je alert op zijn?
Babbeltrucs zijn smoesjes waarmee criminelen mensen proberen op te lichten. De oplichters ogen vaak betrouwbaar en doen zich in sommige gevallen voor als politieagent, reparateur, bankmedewerker of thuiszorgmedewerker. Ze bellen op, komen aan de deur of spreken mensen aan op straat met een smoes. Vervolgens stelen zij geld en andere waardevolle bezittingen. In sommige gevallen gebeurt dit in combinatie met bedreiging en/of geweld.
De politie roept mensen op alert te zijn: als iemand waardevolle spullen wil komen ophalen, is het waarschijnlijk een oplichter. De politie komt nooit aan de deur om geld, pinpassen, pincodes en sieraden op te halen.
Bij twijfel raadt de politie aan het uniform te bekijken: echte agenten dragen een volledig uniform, vaak met wapenuitrusting. Ook het vragen naar legitimatie kan helpen. Een politieagent draagt een politielegitimatiebewijs bij zich. Op deze kaart staan de naam, het personeelsnummer en een pasfoto. De kaart is vergelijkbaar met het rijbewijs en bevat zichtbare en onzichtbare echtheidskenmerken. Het politiebezoek kan ook geverifieerd worden door naar 112 te bellen. De meldkamer kan controleren of de persoon die bij u aanbelt een collega is.
Wie slachtoffer is geworden van een babbeltruc wordt aangeraden de bankpassen te laten blokkeren en aangifte te doen.