Vogelaar Rob Kugul uit Stadskanaal, uitgerust met zijn verrekijker. Om de twee weken vertrekt hij vóór zonsopgang om vogels te tellen. Foto: Rie Strikken
Uitgerust met een verrekijker, fototoestel en telefoon vertrekt Rob Kugul (64) uit Stadskanaal om de twee weken vóór zonsopgang om vogels te gaan tellen.
Van eind februari tot eind juni voor het BMP (Broedvogel Monitoring Project), tussen midden juli en begin maart voor de HW-telling (Herfst-Winter). De tellingen worden doorgegeven aan SOVON (Samenwerkende Organisaties Vogelonderzoek Nederland) en vormen mede de basis voor natuurbeleid en natuurbeheer. In dertig jaar is er over de gehele linie een afname van vogels. Kugul: „Wij tellen voor de wetenschap. Meten is weten. Wij meten alleen, we hebben geen mening, zijn geen protestgroep.”
„Wij stonden dertig jaar geleden op een camping in Denemarken naast mijn neef Alex Vissering, een fervent vogelaar. Alex heeft mij daar aangestoken.” Weer thuis in Rolde, waar Rob toen met zijn vrouw woonde, ging hij kijken bij de vogelwerkgroep van KNNV (Koninklijke Nederlandse Natuurvereniging) in Assen.
Vogels van diverse pluimage
„Stiekem dacht ik dat dat allemaal alternatievelingen waren. Niets bleek minder waar: het zijn vogels van heel diverse pluimage. Het zijn artsen, bouwvakkers, veel NAM-ers en andere gewone mensen, middenstanders zoals ik.”
De vogelwerkgroep telt ongeveer vijftig leden. In groepjes van vijf verkennen en tellen de vogelaars afgebakende percelen in midden-Drenthe.
Ook na de verhuizing van het gezin naar Stadskanaal bleef hij bij de vereniging in Assen. Hij had er inmiddels vrienden gemaakt en kende de terreinen waar geteld wordt.
Stilte en avontuur
In het broedseizoen zingen de vogels bij zonsopgang het mooist. Het is territoriumgedrag. Het herfst-wintergeluid is minder fraai. Aan het geluid hoor je welke vogel het is. Kugul: „Er is niet echt een telcursus. Je leert het in de praktijk door veel te luisteren. In het begin ga je met een ervaren vogelaar mee. En tegenwoordig heb je zo’n handige app die het geluid determineert. We lopen door een akoestisch landschap.”
„Het is een heerlijk ontstressende activiteit. Je komt door prachtige stille natuurgebieden. Tegelijkertijd is het avontuurlijk. Met een vriend raakte ik ooit verzeild in een wei waar een dikke Gauloise-stier stond. En we zaten eens plotseling tussen een kudde nieuwsgierige pinken. Ook ben ik wel eens over prikkeldraad gestruikeld, dan zat ik onder de bloemzaden. Nee, ik heb geen speciale kleding, ik draag gewoon een wat dikkere jeans.”
Verre reizen
Om de twee jaar maakt de vogelaar met drie vrienden een verre reis. „De binnenlanden van Spanje vind ik veel mooier dan de stranden. In Zuid-Spanje zagen we vijfduizend ooievaars. Moet je je voorstellen, vijf-dui-zend. Bij een bed and breakfast in Suriname telden we 750 vogelsoorten, niet normaal.
Door de opwarming van de aarde zie je verschuivingen. De cetti’s zanger kwam vroeger voor in Zuid-Frankrijk, onlangs werd hij gespot in Gouda en het Lauwersmeergebied.
Maar ook Nederland is een mooi vogelland, door de verschillende biotopen. Bij mijn kledingzaak aan het Menistenplein spot je bijvoorbeeld de braamsluiper, roodborst, bonte vliegenvanger, fitis en tjiftjaf.
Onlangs zag ik een zwarte roodstaart. Dat is een rotsbewoner uit de bergen, die zat hier in een hoog gebouw. Ja, dan roep ik enthousiast mijn collega’s: dames, even meekomen en kijken.”