Marriël Edzes in haar akker in Sappemeer met biologische prei. Foto: Dennis Venema
Het aantal hectare biologische akkergrond steeg elk jaar, maar is in 2025 voor het eerst afgenomen, zo blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Bioboeren hebben 2 moeilijke jaren achter de rug. Wie gaat er door en wie stopt ermee? Drie bioboeren aan het woord.
Boelo Tijdens (54) stopte als biologisch akkerbouwer
Pijpenstelenregen en aangename herfstzon wisselen elkaar af op een wisselvallige dag in november. Achter de grote raampartijen in zijn leefkeuken kleuren de tinten op het gezicht van akkerbouwer Boelo Tijdens (54) daardoor van grijs en blauw naar geel en wit.
Zo veranderlijk als het weer boven de klei van het Oldambt, zo veranderlijk ook wat er groeit in die klei. Tijdens kan erover meepraten. Hij is hier nu 17 jaar akkerbouwer. Tijdens is begaan met het klimaat en dierenwelzijn. Daarom begon hij in 2019 biologische uien, pompoenen en doperwten te telen op een kwart van zijn 170 hectare grond.
De 5 jaar biologische teelt waren een achtbaan. Een heel leuke welteverstaan. Tijdens vond het fijn om op een milieuvriendelijke manier plantjes groot te brengen die minder vaak eindigden als veevoer, maar bij mensen op het bord. Ideologisch stond hij er helemaal achter.
Boelo Tijdens is gestopt met zijn biologische teelt in Nieuw Beerta. Foto: Huisman Media
En toch… En tóch is hij er inmiddels weer mee gestopt.
„Met pijn in het hart.” Een serieuze blik in zijn blauwe ogen als hij het zegt. Even stil. „Voorlopig gestopt, moet ik zeggen.” Want biologisch boeren blijft kriebelen. Het was niet voor niets dat hij in 2019 begon.
Onbetaalde verduurzaming
Dat begon – opmerkelijk genoeg – met ergernissen over onbetaalde verplichte verduurzaming in de gangbare akkerbouw. Het stoorde de akkerbouwer uit Nieuw Beerta dat hij steeds meer onkosten moest maken, terwijl hij geen cent extra kreeg voor zijn gewassen. Strengere eisen zijn geen probleem, míts de eigen markt beschermd wordt tegen minder duurzaam verbouwde importproducten. Nu staan de deuren wagenwijd open voor landbouwproducten uit alle uithoeken van de wereld; voedsel dat vaak bespoten is met bestrijdingsmiddelen die in de Europese Unie allang niet meer mogen en dat enorme afstanden heeft afgelegd.
„Zo’n ongelijk speelveld frustreert. Daarmee zet je Europese boeren voor schut én voor het blok. Ik begrijp niet waarom ze daar niets tegen doen. Daarvoor is voedsel toch veel te belangrijk?” Hij besloot dat het speelveld van biologische boeren eerlijker was. Op die manier kreeg je wél betaald voor je extra inspanningen.
Omdat hij extra energie moest steken om plantjes groot te krijgen, voelde Tijdens zich als bioboer meer verbonden met zijn gewassen. Wat ook beviel: de bubbel van bio-collega’s ervoer Tijdens als „een warm bad”. Doordat de biologische afzetmarkt kleiner is, zijn boeren meer elkaars concurrent, desondanks merkte Tijdens nooit afgunst. Collega’s bleken transparant, deelden hun kennis en kunde.
Tegenvallers
Toch viel het op sommige fronten ook tegen. Tijdens verbouwde op 40 hectare biologisch en 130 hectare gangbaar. Maar die 40 hectare kostte hem veel meer tijd dan de rest. Het was zo druk dat Tijdens nergens meer aan toekwam. „Boer zijn is sowieso al een druk bestaan: een akkerbouwer moet altijd klaar staan voor actie. Maar sinds de bioteelt was ik nooit meer in huis.”
Er waren meer zaken, waar hij niet enthousiast over was. De Bulgaren en Roemenen die wekenlang kwamen schoffelen, leverden prima werk, maar spraken nauwelijks Engels. Dagenlang met zulke arbeidskrachten doorbrengen vond Tijdens niet echt een verrijking van zijn sociale leven. Andere dagen bracht hij eveneens zwijgend door met administratie, die vanwege bio-eisen veel extra tijd vroeg.
Bioboeren werken vaak samen: je kunt elkaar helpen met kennis en samen gebruik maken van machines. „Maar wat ook niet hielp is dat ik hier in het Oldambt met vrijwel niemand kan samenwerken. Het aantal bioboeren in de gemeente is op één hand te tellen.”
Boelo Tijdens, akkerbouwer op 170 hectare in Nieuw Beerta. Foto: Huisman Media
Daarbij kwam dat de bio-oogst onzeker bleek. 2023 en 2024 waren lastige jaren. De natte voorjaren vormden een grote uitdaging, vooral bij het schoffelen en wieden van onkruid.
Een ultimatum na 5 jaar
Tijdens had zichzelf van tevoren een ultimatum gesteld. Pas na 5 jaar zou hij gaan beslissen of bio-akkerbouw iets voor hem was. Bij dat evaluatiemoment bleef hij maar wikken en wegen. „Mijn vrouw zei: geen keuze maken is de slechtste keuze.”
En dus besloot hij: já, bioboer zijn was wat voor hem. Néé, hij ging er niet mee door. De nadelen waren best te dragen, als al die extra arbeid hem ook wat meer rendement zou opleveren. Dat was niet het geval.
„Ik ben gestopt, maar ik heb nergens spijt van. Ik vond het heel erg leuk en heb er veel van geleerd.” Sommige biologische lessen, brengt hij nu in gangbare teelt in de praktijk. Zo zaait Tijdens plantjes (zogenoemde groenbemesters) op zijn winterakkers en probeert hij met chemie en kunstmest de ondergrens op te zoeken.
Bovendien is de deur naar bio-akkerbouw nooit helemaal dicht. „Als de omstandigheden verbeteren, begin ik er misschien wel weer aan.”
Jan Willem Bakker runt al 25 jaar zijn biologisch-dynamische boerderij. Foto: Anjo de Haan
Jan Willem Bakker (49) is al 25 jaar bioboer
Bij boerderij BakkerBio in Munnekezijl liggen enorme pompoenen op het erf. Ze geven de bezoeker alvast de boodschap bij binnenkomst: ook zonder kunstmest kun je een enorme kolos worden.
In de kantine springt een foto aan de muur in het oog. Een libelle zuigt onbezorgd bloemennectar op, zittend op een plant van deze Groningse akker. Kijk je omhoog, naar het normaal zo saaie systeemplafond, dan zie je talloze namen staan. Het zijn werknemers die hier een zomer hebben gewerkt, want om biologisch groenten te verbouwen heb je handjes nodig.
Aan tafel zit Jan Willem Bakker aan een kopje koffie. Hij is voorzitter van het regionale samenwerkingsverband BioWad en biologisch boer in Munnekezijl. Met zijn vrouw Jacquelien, kinderen en een team van personeel verbouwt hij gewassen zoals bloemkolen, uien, pompoenen, knolselderij en pootaardappelen en kruidenrijk gras voor eigen vleeskoeien.
25 jaar geleden maakte hij met zijn vader Wridzer de keuze om biologisch te gaan boeren. Niet zo zeer vanuit milieubewustzijn, maar omdat ze zagen dat het in de Flevopolder lucratief bleek. Daarnaast lag een deel van hun percelen tegen een dorp aan, en wilde de familie Bakker geen gedoe met bewoners vanwege chemie. Daarnaast was de proefboerderij SPNA Kollumerwaard ook net begonnen aan de omschakeling naar de biologische landbouw. De kennis die daar opgedaan werd kwam goed van pas.
Het begin viel niet mee, het waren kletsnatte jaren. Maar uiteindelijk lukte het na enkele jaren om land bij te kopen en ontstonden er schaalvoordelen.
Pas enkele jaren later raakte Bakker ook ideologisch overtuigd van bioteelt. „Ik ging me er steeds meer in verdiepen. Nu is gangbare landbouw een gepasseerd station. Over 50 jaar kunnen we ons niet meer indenken dat we ooit PFAS en chemie over ons eten hebben gespoten en dat ook nog eens opaten.”
Bio areaal kleiner
Dat het aantal hectare biologisch akkerland afgelopen jaar iets is gedaald, baart Bakker weinig zorgen. Er zijn vaker dipjes geweest. Meestal enkele jaren nadat het even flink aantrekt. „Na een jaar of 4 heb je de meeste spijtoptanten. Over de lange termijn zien we in onze sector een stijgende lijn tegen de verdrukking in, want elk jaar verdwijnen er duizenden hectare aan landbouwgrond uit Nederland.”
Dat het niet altijd makkelijk is, geeft Bakker grif toe. Vorig jaar was zijn oogst van bloemkolen en aardappels belabberd door nattigheid. Maar moeilijke jaren zijn niet alleen voorbehouden aan bioboeren, beargumenteert Bakker. „Gangbare boeren krijgen dit jaar een heel lage prijs voor hun producten, door overproductie van aardappelen en bieten.”
Chemie levert problemen op
Bakker heeft respect voor niet-biologische collega’s, maar vindt wel dat het gangbare systeem niet houdbaar is. Niet-biologische landbouw kan goedkoper produceren omdat er ‘verborgen kosten’ op de maatschappij worden afgewenteld. Broeikasgassen door hoger brandstofgebruik, vervuiling van bodem en water door grotere hoeveelheden (kunst)mest, PFAS en pesticiden. „60 jaren chemie hebben ons veel problemen opgeleverd waar we nog geen antwoord op hebben. Voor een aantal problemen die in de gangbare landbouw spelen heeft de biologische landbouw een oplossing.”
Bakker haalt plezier uit zijn biologische bedrijf met zijn ‘levende bodem’. Bakker ploegt niet meer. Onkruidbestrijding in de toekomst wordt alsmaar eenvoudiger omdat robots het onkruid kunnen wieden. De grootste uitdaging zijn de schimmels. „Die worden steeds agressiever door klimaatverandering en intensieve teelten.”
Meer boeren is lagere prijzen
Bakker hoopt dat er veel biologische collega’s bijkomen. Want méér Nederlandse bioboeren kunnen samen zorgen dat biologische producten in onze supermarkten goedkoper worden, zodat consumenten er sneller voor kiezen.
„Om de logistieke kosten omlaag te brengen, hebben we een grotere productstroom nodig.” In de groenteafdeling van de supermarkt ligt naast een bak vol ‘gangbare’ bloemkolen een bak met drie bio-bloemkolen. Die krijgen – ter onderscheiding van de bespoten tegenhanger – een plasticje eromheen en een bio-sticker opgeplakt. Dat kost extra handelingen, meer verpakkingsmateriaal en weer een halve meter ruimte in de winkel. „Dat kost zo 40 cent extra per product.”
Wat de bioprijzen extra opdrijft is dat supermarkten veel meer winst maken op biologische producten. Onderzoeksbureau Profundo (in opdracht van Milieudefensie) ontdekte dat supermarktketen Ahold ‘tot wel 40 procent’ te veel vraagt voor biologische producten in vergelijking met niet-biologische producten. De winkels zetten het als luxeproducten in de markt, omdat ze vaak gekocht worden door meer vermogende klanten.
Niettemin blijft Bakker erbij: als er meer bioboeren komen, dan kunnen consumenten prijzen verwachten die je nu in Duitsland vindt. „Nederland is met 4,5 procent bio-akkerbouw het slechtste jongetje van de Europese klas.”
Al zullen Nederlanders volgens Bakker ook gewoon moeten accepteren dat voedsel nou eenmaal geld kost, zeker als bij de productie rekening moet worden gehouden met het milieu. „Nederlanders zijn echte prijskopers. Het moet altijd goedkoop zijn. Terwijl eten maar een klein onderdeel is van waar we geld in steken, slechts 11 tot 13 procent. Maar ja… Het is een van de weinige posten waar we op kunnen besparen.”
Marriël Edzes in haar akker in Sappemeer met biologische prei. Foto: Dennis Venema
Marriël Edzes (34) is net begonnen met haar biologische bedrijf
Wie met Marriël Edzes (34) uit Sappemeer wil afspreken rond oogsttijd moet rekenen op uitstel. Dat weten al haar vrienden. Als het regent, ben je als eerste aan de beurt. Als de zon schijnt, moeten de preien de grond uit. Zo is nou eenmaal het leven van een akkerbouwer. En Edzes? Die vindt het geweldig. Al had ze 10 jaar geleden nooit gedacht dat ze nu boer zou zijn.
De jonge boerin komt uit een boerengezin, maar ging na de middelbare school bedrijfskunde studeren aan de Rijksuniversiteit Groningen. „Het ging vooral over grondstoffen, risks en benefits. We kregen gastlessen van grote bedrijven zoals Shell”, vertelt ze. Haar hart ging er niet bepaald sneller van kloppen.
Dat orgaan kwam wel tot leven bij het thema duurzaamheid. Ze las er boeken over, schreef haar scriptie erover en haakte voor haar stage aan bij het organiserende team van de Solar Challenge in Zuid-Afrika. Na haar opleiding rolde ze in de duurzaamheidsbranche. Ze hielp bedrijven om hun CO2-uitstoot naar beneden te brengen.
‘Ik kon alleen trekker rijden’
Na een tijdje was Edzes het systeemplafond beu. Ze kreeg een aha-moment toen ze in een boek las dat met name de bodem een sleutelinstrument was om het mondiale klimaatprobleem aan te pakken. Tijd om de spullen in te pakken en terug te keren naar de ouderlijke boerderij. Bijkomend voordeel: werken in de buitenlucht, dat leek de toen eind twintiger wel wat.
„Ik hielp weleens met de oogst en kon trekker rijden. Verder kon ik helemaal niets. Ik vroeg aan mijn vader: ‘Zou ik niet kunnen meewerken?’”
Zo gezegd, zo gedaan. Edzes nam deel aan het familiebedrijf. Dat werd gesplitst tussen Marriël en haar broer. Allebei zo’n 20 hectare. Haar broer gangbaar, zij biologisch. Dat is nu 4 jaar geleden.
‘Ik heb met je te doen’
De eerste 2 jaren waren omschakeljaren: ze teelde biologisch maar kreeg nog de ‘gangbare’ prijs. De afgelopen 4 jaren vielen niet mee. „Ik ben omgeschakeld in de moeilijkste jaren die er akkerbouwtechnisch waren. Mijn vader is 79 jaar en zei tegen me: ‘Ik heb het met je te doen. Ik heb de omstandigheden nog nooit zo slecht gezien, met al die nattigheid in de winter en het voorjaar.”
Edzes zette door. Het eerste jaar verbouwde ze vezelhennep waar je isolatie van kan maken. Daarna ging ze graan zaaien. Ondertussen verdiepte ze zich in de theorie: hoe werkte het allemaal, hoe krijg je een vitale bodem? „Ik had natuurlijk geen landbouwschool gedaan. Dat heb je ook niet nodig om biologische boer te worden, hoor. Sommigen zeggen zelfs dat je dan alleen maar een heleboel moet afleren.”
Aandacht voor bodem en landschap
Hoeveel aandacht wordt er bijvoorbeeld besteed aan de rol die een boer speelt in het landschap? Edzes wijst op de heggetjes en hagen die in Engeland tussen de landerijen staan. „Dat vinden we prachtig, maar dat hebben we hier niet. Dat is een keuze uit het verleden geweest: wij wilden elke vierkante meter gebruiken om de boterham te verdienen.”
Edzes wil het anders doen. Aandacht voor landschap, aandacht voor bodem. Ze denkt voortdurend na hoe ze haar bodem gezonder kan maken en moet daarvoor oude methodes opnieuw uitvinden. „Neem het schoffelen en aanaarden. Dat deed je vroeger. Zulke kennis is weg.”
Samenwerken
Ze meldde zich aan bij de biologische club in Groningen. „Iedereen was super open: de boekhouding van collega’s werd opengegooid voor mijn neus. Ze zeiden: ‘Hier-en-hier moet je rekening mee houden, met dit gewas kun je het beste beginnen, en daar kun je biologische mest krijgen’.”
„Bioboeren weten gewoon: als wij elkaar gaan beconcurreren, dan redden we het niet. Dat is de race to the bottom waar gangbare boeren deels inzitten. Afnemers zullen altijd proberen om je tegen elkaar uit te spelen, maar ja, wij bellen gewoon met elkaar. Dus dat lukt ze niet.” Bioboeren moeten wel samenwerken. Neem alleen al de toegenomen arbeidskosten van de afgelopen jaren. Gelukkig kunnen robots in de toekomst een boel werk uit handen nemen.
Een toekomst vol van hoop
Edzes heeft vertrouwen in de toekomst, ook als het gaat om klimaatverandering – de reden dat ze boerin werd. „Ik ben super hoopvol. De kern van klimaatverandering is dat we op cruciale plekken in de wereld bossen en mangroven hebben weggehaald en bodem kaal laten liggen. Je ziet nu dat op veel plekken weer bossen worden terug geplant. Boeren zorgen wereldwijd steeds vaker voor groenbemesters [groene plantjes, red.] in de akker om te zorgen dat hij niet kaal ligt. Zo blijft het leven aanwezig en leg je CO2 vast.”
Al levert ze zelf maar een kleine bijdrage, haar dromen zijn groot. „Maar wie weet heb ik op een dag 150 hectare. Ik moet het eerst op deze schaal laten zien. Collega- boeren geloven pas dat je duurzaam en biologisch kunt telen, als ze zien dat het kan in eigen omgeving in een bodem waar zij ook mee werken. Die rol wil ik graag op me nemen.”