Martin Hillenga: ,,Een eierbal vind je dus ook ergens anders.'' Foto: Peter Wassing
Wat zijn typisch Groninger streekproducten? Bestaan die eigenlijk wel? Tuurlijk, zou je zeggen. Neem dat maar met een korreltje zout stelt Martin Hillenga. ,,Zet er maar een streep door. Het aardige van streekproducten zijn de verhalen die er over verteld worden.’’
,,Een mooi verhaal maakt het verschil en doet wonderen. Vaak worden die met de jaren mooier. Eigenlijk draait het vooral om marketing’’, legt de Groninger cultuurhistoricus Martin Hillenga (1972) uit. ,,In een etalage aan de Vismarkt in Groningen stond ooit het bord: hier echte Groninger buffelmozarella, maar dat terzijde.’’
Hillenga studeerde geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen met als specialisme Volkskunde. ,,Gericht op de cultuur van het dagelijks leven.’’ Hij schreef onder andere Wadapatja. Een luchtig naslagwerk over 101 Groninger tradities, gebruiken en (eigen)aardigheden, dat inmiddels een zesde druk beleeft.
Streekproducten die als typisch Gronings zijn geoormerkt
Onder Groninger streekproducten en gerechten verstaan we alle producten en gerechten die van oudsher, van oorsprong of alleen in de stad Groningen en de Ommelanden worden gegeten of die in Groningen worden verbouwd, geproduceerd of verwerkt.
Dat zijn er heel wat. Ga het internet op, duik in de boeken en tijdschriften en je vindt ze te kust en te keur: streekproducten die als typisch Gronings geoormerkt zijn.
En dan liefst iets alledaags, lokaal en natuurlijk ambachtelijk gemaakt. Met een ‘typisch’ eigen smaak van hier. Oud, vertrouwd en traditioneel. Zoals het al generaties lang op dezelfde manier gemaakt wordt en zoals ze dat nergens anders kunnen.
’s Morgens neem je een plakje Grunneger kouke of een lekkere eierkoek oftewel een plever. Kopje koffie erbij, vers getapt uit een kraantjespot. Aan het eind van de middag hap je bij de borrel (een ijskoude fladderak misschien) een echte Groninger eierbal weg.
Uiteraard wordt er tussen de middag lekker warm gegeten. Een maaltje dreuge bonen met worst en spek, of stopverf: stamppot bruine bonen. Als toetje een bordje krentjebrij of een dikke plak poffert met gesmolten boter en bruine suiker.
Stevige kost die, dat is aan te raden, het best genuttigd kan worden als het niet zo warm is.
Droge worst. Foto: Duncan Wijting
Tussendoor of in de avond kaan je voor tv of beeldscherm een handje mollebonen. Of je neemt een knappertje met Oldambtster keeze, een vörreltje dreuge worst – al dan niet met een toefje typisch Groninger mosterd.
Ach en dan zijn er op z’n tijd natuurlijk nog de kniepertjes, nieuwjaarsrolletjes, de spekkendikken en tja, wat nog meer? Groninger mosterdsoep?
‘Alleen de naam is vaak typisch Gronings’
,,Lekker misschien. Maar zet door dat typisch Gronings maar een streep’’, zegt Hillenga onderkoeld. ,,Een provinciegrens is een lijntje op de kaart dat vooral iets zegt over bestuur. Cultuur, dus ook eetcultuur, trekt zich daarvan weinig aan. Bij de buren kwam niet heel veel anders op tafel.’’
Hillenga: ,,Mensen zijn typisch. Bij streekproducten draait het om associatie. Vaak speelt er de folklore van het kleine verschil. Bij ons smaakt het met dezelfde etenswaren toch net even anders, lees: beter, dan in Drenthe, Friesland en verder weg.’’
Droge bonen. Foto: Duncan Wijting
,,Het gaat om zoveel meer dan enkel een gerecht, de ingrediënten. Het is beleving, het is van ’kijk ons eens’. Plak ergens een etiketje op, vertel er een smakelijk verhaal bij en al gauw is iets typisch van hier. Eigen, authentiek, met de smaak van vroeger en van nergens anders’’, betoogt Hillenga die al jaren schrijft over wat Groningen tot Groningen maakt, met uiteraard ook ruim aandacht voor ’typisch’ Groninger streekproducten.
,,Zeker, er zijn heel veel producten die Groningers een goed gevoel geven’’, zegt Hillenga. ,,De realiteit is dat we vaak niets weten over de oorsprong van dingen. We eigenen ons iets toe en laten het deel uitmaken van onze regionale identiteit. Het enige dat vaak echt typisch Gronings is, is de naam’’, stelt de historicus. ,,Soms kun je ook daar vraagtekens bij zetten.’’
Limburg heeft de vlaai, Groningen de eierbal
Maar, zegt Hillenga, mensen zijn trots op streekproducten die ze ervan bewust maken dat ze Groningers zijn. We mogen fier zijn op onze pofferts, eierbal en droge worsten.
Neem de poffert. Die is toch zeker oer-Gronings? De in 1619 op de borg Farmsum geboren Occa Ripperda liet een receptenboek na met 1000 recepten: onder meer van een poffert. Een eeuwenoud recept!
Poffert. Foto: Jilmer Postma
Helaas, schudt de historicus ontkennend het hoofd. De poffert verschilt in receptuur niet echt van landelijk bekende gerechten als ketelkoek, trommelkoek of broeder. Ook vlak over de grens, in Ostfriesland en Westfalen, is de poffert bekend, onder de naam Puffert.
Groninger droge worst? ,,Het onderscheid met andere varianten in het land is, naast de manier van drogen, het uitbundige gebruik van kruidnagel.‘’
Hmm, de droge bonen, de knipselbonen? ,,Die gelden in heel het Noorden als delicatesse. Ook over de grens in Ostfriesen prikken ze graag een vorkje Updrögt Bohnen. Die hebben er zelfs het predicaat Nationalgericht.’’
Goed.
Maar echt van hier is toch zeker wel de eierbal? Op 30 maart 2017 werd die als officieel cultureel erfgoed opgenomen in de Nationale Inventaris Immaterieel Cultureel Erfgoed Koninkrijk Nederland. Limburg heeft de vlaai, Groningen de eierbal!
Eierbal. Foto: Archief DVHN
Hillenga blijft even stil. ,,Ook elders zijn er recepten voor eieren die een zekere verwantschap tonen. Ik noem een Limburgs frietei of een Scotch egg. Een eierbal vind je dus ook ergens anders. Alleen die van ons is uiteraard net even anders. Ook hier draait het vooral om het verhaal. Bedenk een anekdote met een onderwerp in nevelen gehuld, houd vol, blijf dat vertellen et voilà.’’
Moeten we dan maar stoppen om iets typisch Gronings te noemen? ,,Ben je mal. Gewoon doorgaan met verhalen vertellen. Het zijn vaak prachtige vertelsels. Typisch Gronings, kin mie nait gek genog.’’
Oeroud eigenlijk piepjong
,,Eigenlijk zijn Groningers nog ziet zo heel lang bezig met het koesteren van de eigen identiteit. Groningen is nooit een eiland geweest. Er waren altijd handels- en culturele contacten met anderen. Vanaf het begin van de vorige eeuw zochten mensen buiten de provincie werk. Waar Groningers neerstreken, klitten ze samen in Grunneger Verainen, boetenclubs voor Grunnegers in den vreemde die de Groninger identiteit gingen koesteren. Ze voelden zich verbonden en konden Groningen nooit helemaal loslaten. Ze wierpen zich op als hoeders van de Groninger identiteit en genoten van al die typische dingen van thuis die ze uitvergrootten. Dat vond in de thuisprovincie navolging.’‘
Is er dan niets, echt typisch Gronings? Een streekproduct avant la lettre?
Er is een appeltje voor de dorst. De Noordelijke Pomologische Vereniging heeft een aantal echt Groningse fruitrassen in kaart gebracht. Die is opgericht door fruitliefhebbers in Noord-Nederland die zeldzame streekeigen rassen opsporen om ze voor uitsterven te behoeden.
Uit Groningen komen soorten als Groninger Kroon of Zure Kroon, Noorderkroon en Zoete Kroon. De laatste drie afkomstig uit Noordbroek. Verder zijn er, Groninger Pippeling, Groninger Juttepeer, Jan Menks, Reinette van Ekenstein, Rode Pippeling, Valkappel, Veendammer, Winschoter Glorie, Willem III, Zoete Veger.
En er zijn natuurlijk allerlei echt Groninger groenterassen. Maar daarover later meer.
Voedselserie
Verslaggevers van Dagblad van het Noorden schrijven in de maanden juli en augustus over gezonde voeding en lokale producten uit Groningen. Wat is gezond voedsel en waar kun je daarvoor in Groningen terecht? Wat zijn de fabels? Hoe verandert onze manier van eten? Je leest het deze zomer in de DVHN-voedselserie.