BBB-partijleider Gouke Moes (links) maakt meteen de eerste vervolgafspraken met verkenner Peter den Oudsten na de presentatie van diens advies voor een nieuw provinciebestuur. Foto: DvhN
Binnen de huidige politieke verhoudingen in de Groninger Staten zit een stabiel nieuw provinciebestuur er niet in. Om een meerderheidcoalitie te smeden moeten de partijen eerst in relatietherapie.
Dat is samengevat het advies van ‘verkenner’ Peter den Oudsten. De oud-burgemeester van Groningen onderzocht de afgelopen weken de mogelijkheden voor een nieuw provinciebestuur na de breuk van de coalitie van BBB, PvdA, Groninger Belang en ChristenUnie op 25 september.
Die combinatie was van meet af aan „een verstandshuwelijk met spanningen”, concludeert Den Oudsten na gesprekken met alle veertien partijen in de Groninger Staten.
Zeker sinds de breuk is het onderlinge vertrouwen zó beschadigd dat de verkenner geen enkele combinatie mogelijk acht die kan bogen op een meerderheid in de 43 leden tellende Staten. „Niet helemáál over rechts, niet over rechts van het midden en door het midden.”
Weinig vertrouwen in samenwerking
Toch is een meerderheidscoalitie een absolute noodzaak voor een krachtig provinciaal bestuur. De BBB is als grootste partij met twaalf zetels daarin onontbeerlijk, maar de meeste andere partijen hebben weinig vertrouwen in samenwerking. Voor iedere andere combinaties is echter een lappendeken van kleinere partijen nodig.
Den Oudsten adviseert de partijen daarom, na de herfstvakantie, een ‘tussenstap’ in te bouwen. Daarin moeten zij onder onafhankelijke leiding werken aan een nieuwe vertrouwensbasis en ‘elkaar diep in de ogen kijken’. De oud-burgemeester is zelf desgewenst beschikbaar om zo’n tweede verkenningsfase met een secondant te begeleiden.
De verkenner benadrukt dat alle partijen concessies zullen moeten doen. Die bereidheid ziet hij nu nog niet. „Geen fractie kan zich onttrekken aan de verantwoordelijkheid om de provincie te besturen”, zegt Den Oudsten. Iedereen moet water bij de wijn doen: „Niet één, maar allemaal: iedereen moet inleveren op zijn principes om het gezamenlijke mogelijk te maken.”
Nooit een team
Juist daar heeft het volgens de analyse van Den Oudsten aan geschort binnen de coalitie die na de verkiezingsoverwinning van de BBB in maart vorig jaar aantrad. Het college van Gedeputeerde Staten was nooit een team, tussen GS en de coalitiefracties in Provinciale Staten was weinig overleg en de afspraken in het hoofdlijnenakkoord bleken in de praktijk vatbaar voor interpretatieverschillen.
Dat kwam in september tot een uitbarsting toen de BBB tegen de plannen voor een nieuw windpark in Eemshaven-West stemde. Tegen het collegebeleid in. Dat was de druppel die de emmer deed overlopen, maar die emmer was tegen die tijd al overvol.
De open bestuurscultuur die de BBB voorstond, kwam eigenlijk geen moment uit de verf, oordeelt Den Oudsten. Er was in de Staten weinig vertrouwen in de oprechtheid van de verkiezingsoverwinnaar. „Men gelóófde het niet.” ‘Onhandige uitingen’ op sociale media door BBB-gedeputeerde Henk Emmens en provinciaal partijleider Gouke Moes hielpen daar ook niet in mee.
Botsende karakters
Ook binnen GS was de samenwerking moeizaam, mede door botsende karakters van de gedeputeerden. „Het was geen team”, vat verkenner Den Oudsten samen. „Ieder was bezig met de eigen portefeuille en er was geen gemeenschappelijk visie.”
Mede daardoor kwamen de BBB-wensen naar eigen oordeel onvoldoende uit de verf, reconstrueert Den Oudsten. De Statenfractie van de partij ging zich daarop profileren met hardere standpunten in het politieke debat. Tot ergernis en frustratie van de andere partijen.
Precies op dat punt moet er volgens Den Oudsten eerst oud zeer uit de weg worden geruimd voor er zelfs maar gedacht kan worden aan een (in)formatie van een nieuw provinciebestuur. Lang mag zo’n tussenfase echter niet duren, want „de provincie wordt nu met de rem erop bestuurd en dat kan niet zo blijven.”