Diana van Gelderen breidt de Gele Klap. Samen met anderen bouwt ze Stadskanaal van wol. Volgend jaar moet er een maquette zijn. Foto: Harry Tielman
Stadskanaal wordt in het kleinnagebouwd. Niet van steen of staal, maar van wol. Een groepje enthousiaste breisters heeft de breinaald opgepakt en werkt aan een – vrije grote – maquette.
Een bultje met kluwen wol ligt op de leestafel van de bibliotheek in Stadskanaal. „Ik hou niet van gewoon zitten”, vertelt Diana van Gelderen (64) aan haar buurvrouw. „Ik heb onrustige handen.’’
Dat blijkt. Voor haar op tafel staan vier knalgele pylonen van de bekende Stadskanaalster brug de Gele Klap, met een paar rood-witte slagbomen ervoor. Helemaal van wol. Het ziet er knap uit en bovendien als veel werk. Van Gelderen schudt haar hoofd: „Het is niet moeilijk, dat moeten mensen niet denken.” Iedereen kan het leren, en mag aanhaken. „Eigenlijk heb ik voor de brug niets anders gedaan dan hoe ik normaal mijn sokken brei.”
Een dorp van wol
Haar handen werken gedachteloos aan een volgende slagboom. Als basis voor de vorm van het breisel gebruikt ze stevig karton of watten. Voor het project wordt Stadskanaal van de Semsstraatkerk tot de watertoren nagemaakt op een schaal van 1:100. De watertoren, van 43 meter hoog, wordt in het brei-dorp dus 43 centimeter, maar het is geen exacte wetenschap. Op dinsdag komt het clubje bij elkaar in de bibliotheek, maar er wordt ook thuis gebreid.
Elise Jeronimus breidt haar eigen huis na. Hierna wil ze de Rode Loper maken. Foto: Harry Tielman
Het bouwen van de 3D-plattegrond van wol komt uit de koker van het Streekhistorisch Centrum Stadskanaal. Bij de opening van het nieuwe museum in de bibliotheek, moet het woldorp af zijn. Behalve dat het dorp wordt na-gebreid, doet kostuumhistorica Constance Willems onderzoek naar breien en worden verhalen verzameld over het eeuwenoude ambacht en Stadskanaal.
Anders dan tegenwoordig doorgaans het geval is, waren het vroeger juist de mannen die breiden. Daarvoor waren ze lid zijn van een gilde, zegt Willems. Aan tafel zitten nu alleen vrouwen. Vooralsnog hebben vijftien mensen zich opgegeven.
Egypte en Stadskanaal
Willems merkt op: „De techniek die je nu gebruikt, dat is nail binding. Dat is ontstaan in het Midden-Oosten. Mensen doen het al eeuwen.” Wat Van Gelderen aan het doen is, dat deden ze in de vierde eeuw van Christus al in Egypte. Dat het al zolang wordt gedaan is toch opmerkelijk, vindt Van Gelderen.
Een gebreid exemplaar van het standbeeld 'Krinkiespijer' in Stadskanaal. Foto: Harry Tielman
Men leert wat tijdens een middagje breien in de bieb. Elise Jeronimus (49) kijkt met bewondering naar een ander werkje van Van Gelderen: het standbeeld de Krinkiesspijer – een oud kereltje dat het kanaal in spuugt: „Super cool.” Ze doet mee aan het project om de omgeving te leren kennen en om nieuwe mensen te ontmoeten. „En het is ontspannend om op de bank naar een luisterboek te luisteren en ondertussen wat te breien.”
Eigen huis breien
Jeronimus verhuisde vanuit Rotterdam naar Mussel. Op de tafel voor haar ligt een plattegrond van haar woning, die breidt ze als ‘opwarmertje’. Een aantal muren ligt al klaar. ,,Als mijn man zegt: ‘ik ga met mijn kozijnen bezig’, dan zeg ik ‘mooi dan ga ik met míjn kozijnen bezig.’”
Er is een lijst van onderwerpen waaruit iedereen mag kiezen wat er wordt nagebreid. Hierna wil Jeronimus de Rode Loper breien. De fietsbrug over de N366 en het A.G. Wildervanckkanaal heeft ze zelf gekozen. „De Rode Loper staat voor mij symbool voor de verbinding met Mussel. Ik heb er enorm veel zin in.”