Vertrekkend hoofdofficier van OM Noord-Nederland Diederik Greive Foto: Jan Willem van Vliet
Diederik Greive is deze week gestopt als hoogste baas van het Openbaar Ministerie Noord-Nederland. Een gesprek met een ietwat anarchistische hoofdofficier van justitie. Over stotteren, zijn rebelse houding tegenover de kerk en de kopzorgen die hij had over de kwestie rond oud-burgemeester Koen Schuiling.
Wie de eerste verdieping van het gebouw van het Openbaar Ministerie aan de Paterswoldseweg in Groningen betreedt, kan het niet ontgaan: een blauwe, groene en gele toga verwelkomen de bezoeker. Waar toga’s die in de rechtbank worden gedragen altijd zwart zijn.
Maar niet hier.
De toga’s zijn een idee van Diederik Greive. Hij is donderdag afgezwaaid als de hoogste baas van het Openbaar Ministerie Noord-Nederland. Met de gekleurde toga’s wilde de man die verantwoordelijk is voor justitie in Drenthe, Friesland en Groningen onderstrepen: hier denken wij niet in hokjes. ,,Het is een goede manier om op een vrolijke manier te verbeelden: er zijn verschillen, ja natuurlijk. Maar iedereen mag er zijn.”
Het is Greive ten voeten uit, zeggen de mensen die hem kennen. Een man die wars is van dikdoenerij. Dwars door rangen of standen gaat. Uiterst benaderbaar is. En vooral: iemand die buiten de gebaande paden denkt. En zeker ook handelt.
De 63-jarige Greive loopt al bijna 30 jaar rond in de justitiewereld. Een wereld van regels en vergelding. Waar wordt geoordeeld over mensen, hun levens en de stappen die zij hebben genomen.
Wie bent u eigenlijk om te mogen oordelen over anderen?
,,Ha, dat is de vraag die ik altijd stel aan beginnende rechters en officieren van justitie op de opleiding waar ik lesgeef. Zoiets noem je een aporische vraag. Een vraag waar geen antwoord op is, maar een die aanzet tot denken. Mijn opvoeding. Mijn achtergrond. Vanuit daar ben ik dit werk gaan doen, waarbij ik nadenk over goed en fout. Bij deze baan hoort nou eenmaal dat je iets ergens van moet vinden. En dus ook over het gedrag van mensen moet oordelen.”
Verandert een mens in zijn oordeel, na pak ‘m beet 30 jaar?
,,Ik wel. Natuurlijk heb ik altijd het besef gehad dat er een mens tegenover mij zit die ergens van wordt verdacht. Maar in het begin van mijn loopbaan was ik wel meer bezig met de techniek: wat staat er in de wet en hoe pas ik de wet goed toe. Door levenservaring kijk je anders. Daarmee kun je je gewoon beter in anderen verplaatsen. En dan kom je ook meer toe aan de vraag: wie ben ik nou eigenlijk om te oordelen over een ander mens?”
Even denkt Greive na.
,,De Amerikaanse filosoof Martha Nussbaum zegt: als je een verdachte hebt in de zittingszaal, moet je je realiseren: in een ander leven zou ik dat zelf kunnen zijn. Een soort van ultieme verplaatsing. Ik zou nu zeggen dat ik toch uiteindelijk wel vanuit mijn levenservaring en vanuit mijn karakterontwikkeling meer geschikt ben om te oordelen over andere mensen dan toen ik net uit de studiebanken kwam. De combi van kennis en levenservaring is meer in balans gekomen.”
Kunt u zich dat altijd voorstellen als u een verdachte ziet? Dat had ik kunnen zijn…
,,Je kunt een goede poging doen. Je kunt begrip hebben voor waar iemands wieg heeft gestaan. Het is sowieso niet goed als je meteen al denkt te weten hoe het allemaal zit en op voorhand zegt: jij bent een enorme slechterik dat je dit en dit hebt gedaan.”
Maar als je bijvoorbeeld de dubbele moord in Weiteveen bekijkt, hoe Richard K. eerst een vrouw vermoordt, aanbelt , een 12-jarige jongen aantreft en daarna zijn vader om het leven brengt…
,,Alles wat ik daarvoor heb gezegd, ontneemt uiteindelijk niet iemands verantwoordelijkheid voor zijn of haar daden. Strafrecht is ook vergelding. Dus de gedachte dat ik in een ander leven die verdachte geweest zou kunnen zijn, staat niet in de weg dat wij als Openbaar Ministerie uiteindelijk durven zeggen ‘Maar wat jij hier gedaan hebt, dat is echt heel erg’. In de zaak van Weiteveen hebben wij levenslang geëist. Daar zit echt een belangrijk element van vergelding in.”
Hoe was dat voor u en uw organisatie, levenslang eisen in deze zaak?
,,Dat bezorgde ons allemaal professioneel kippenvel. Het is een enorm ingrijpende eis. Een team van collega’s heeft hierover nagedacht en gediscussieerd. Wat er tijdens een strafmaatoverleg uitkomt, is een handvat voor de behandelende officier van justitie. Die maakt wel de eigen afweging, dus het is niet zo dat die een opdracht meekrijgt uit dat overleg. Toen die eis van levenslang was neergelegd, heb ik direct de betrokken officier gebeld. En gezegd: ‘Goh joh, dat is niet niks hè om levenslang te eisen’. Je zegt wel tegen een ander mens: ik sluit jou voor de rest van je leven uit van het deelnemen aan de samenleving. Bij Weiteveen vonden we dat allemaal wel de terechte eis. Een gruwelijke zaak.”
Hoofdofficier Diederik Greive in het bos bij zijn woonplaats. Foto: Jan Willem van Vliet
Uw eigen wieg stond in Woensdrecht. Uw vader was predikant?
,,Ja, eerst in het leger. En uiteindelijk in Utrecht en Amstelveen. Dus ik heb mijn middelbare schooltijd en mijn universiteitstijd doorgebracht in Amsterdam en Amstelveen. Mijn vader is nog predikant in Soest geweest. Toen mijn vader 65 was kon hij met emeritaat (pensioen voor predikant, red.). Dat deed hij niet. Hij ging nog 5 jaar door als predikant in Roderwolde. Hij is net 95 jaar geworden. En mijn moeder wordt komende maand 93. Ze wonen vlakbij mij en mijn vrouw.”
Greive begon in 1992 als officier van justitie in Zwolle, om 18 jaar later als plaatsvervangend hoofdofficier in Assen te worden aangesteld. Daarna maakte hij carrière bij de Stichting Studiecentrum Rechtspleging (SSR), het opleidingsinstituut voor nieuwe rechters en officieren van justitie en maakte hij na 5 jaar daar als directeur opleidingen de overstap naar het Parket-Generaal. En nu keert hij straks terug naar het SSR. ,,Lesgeven zit in mijn bloed en dan krijg ik toch nog de kans om nog een keer mijn energie te steken in opleidingen voor iedereen bij de rechterlijke organisatie. Ja, dat zie ik zitten.”
Toch valt het vertrek bij het OM Noord-Nederland hem zwaar. Hij is ,,geworteld” in het Noorden.
Dat Greive bijna 6 jaar geleden in november 2019 als hoofdofficier van justitie terug mocht keren naar Drenthe – Greive begon ooit in het leger in Assen – voelde voor hem als een zegen. Als thuiskomen. ,,Af en toe loop ik naar mijn ouders via het bos waar ik ook met de hond wandel… Ja, dat is geweldig.”
In wat voor nest groeide u op?
,,In een vrijzinnig nest. Een gezin van vrij denken, maar wel een dat op zoek blijft gaan naar de zin. Mijn vader deelde als predikant folders van de Rutgerstichting uit. Daar kreeg hij dan allemaal vragen over, of hij dat als predikant wel kon maken. Maar hij demonstreerde ook in Utrecht mee tegen de Vietnamoorlog, waarna wij bezoek kregen van de Binnenlandse Veiligheidsdienst. Die wilden toch wel even kijken wat er allemaal bij ons in de boekenkast stond. Het was echt een gezin uit het links vrijzinnig milieu, maar met aandacht voor al het andere. Iedereen kwam bij ons over de vloer. De rabbijn, de imam… Mijn ouders voedden mij echt op met oog voor alle rijkdom van verschillen die er zijn in de wereld. Maar ook met het diepe besef van de ongelijkheid die er in de wereld is. En dat je daar op enige manier wel iets mee moet doen. Ik vond dat trouwens als jongetje een grote ramp. Op de basisschool en ook op de middelbare school had ik altijd het idee dat iedereen naar mij zat te kijken als de zoon van de dominee. Met het gevoel: dat zal wel zo’n vrome nette jongen zijn.”
Dat klopte dan niet?
Resoluut: ,,Nee.”
En dan: ,,Zeker in die tijd had ik helemaal niks met dat geloof. Ik vond het helemaal niks dat mijn vader dominee was. Ik heb ook al jong tegen mijn ouders gezegd: ik ga zondag niet meer in de kerkbankjes zitten.”
Zijn ouders vonden het allemaal prima. Diederik Greive werd voor de dienst door zijn vader de predikant op zondag naar de tennisvereniging gebracht. Ging hij tennissen, terwijl zijn vader zijn gemeente toesprak. ,,Nooit hebben mijn ouders mij gedwongen. Mijn vader zei altijd: ‘Jongen, het gaat er niet om dat je in die of die God gelooft. Het meest belangrijke is dat er een groep mensen is die een gemeenschap vormt en dat je van daaruit allerlei dingen voor elkaar en voor anderen kunt doen.’ Mijn vader heeft nooit geloofd dat er bovenin de hemel een of andere man met een baard zou zitten. Nee, niks daarvan.”
Even gniffelt Greive. Overpeinzend of hij zijn binnenpretje wil delen. En dan: ,,Ik maak nu altijd de grap. Mijn vader geloofde nog net wel en ik geloof net niet.”
Er zijn volgens Greive gemene delers tussen hem en zijn vader. Vooral op het gebied van ethiek. Over goed en fout. Over normen. ,,Strafrecht gaat ook over ongelijkheid en hoe je daarmee moet omgaan. Dat heb ik meegekregen vanuit huis. Niet met een religieus sausje erover, maar meer vanuit het gevoel van ethiek.”
Wat geeft u uw eigen drie zoons eigenlijk mee?
,,Dat ze altijd moeten blijven nadenken. En niet in hokjes moeten denken. Ik ben de laatste jaren veel met filosofie bezig geweest. Immanuel Kant hè, die zei niet voor niks: durf te denken. Nog even over hoe die kinderen op de middelbare school toen tegen mij aankeken: dat zal wel een vroom jongetje zijn, die zoon van de dominee. Dat is natuurlijk heel verkeerd hè, zo’n aanname. Een soort van mindfuck, dat je gaat denken: nou ja, die andere kinderen zullen wel zo naar mij kijken. En dan ga je je daar tegen afzetten.”
Maar daar ben je als jonge scholier toch gewoon mee bezig?
,,Ja, misschien wel.”
Ik heb begrepen dat u stottert. Dat was vast lastig op school?
Greive valt heel eventjes stil. Herpakt zich snel en zegt dan: ,,Ja, dat was lastig. Daar heb ik mee geworsteld.” Het stotteren vormt een rode draad in zijn leven, vertelt hij. Van zijn 5de tot zijn 17de jaar had Greive logopedie. Heel lang had hij moeite om te praten. Teksten goed voorlezen kostte hem vreselijk veel moeite, zegt hij.
Heel even denkt hij terug aan 1988. Toen hij als officier van justitie in opleiding zijn allereerste zitting had bij een kantonrechter in Kampen. ,,Toen dacht ik wel: gaat het mij wel lukken?”
Want als een officier van justitie iets moet kunnen is het overtuigend spreken. ,,Heel spannend, vond ik dat. En weet je welk vreselijk inzicht ik tijdens die zitting nog meer kreeg? Dat ik mij al die tijd vreselijk had lopen opwinden en afzetten tegen mijn vader. En dan stond ik daar in een toga te pleiten over goed en fout. Toen schoot wel door mijn hoofd: jeetje Diederik, de appel is toch niet ver van de boom gevallen.”
Greive vertelt dat hij ook wel ,,trots” is op het feit dat hij als stotteraar een sprekend beroep heeft.
Trots?
,,Dat klinkt misschien raar, maar het vraagt nogal wat om je toch goed uit te kunnen drukken, terwijl je soms voelt dat veel mensen naar je kijken met het idee van: ‘oeh, die man praat niet zo goed’. Als dat dan lukt… ja, trots.”
Een van uw collega’s zegt: Greive is wel een vreemde eend in de bijt. Herkent u dat?
,,Ik herken dat het wordt gezegd. Dat beeld ontstaat omdat andere mensen dat zeggen. Ik vind dat aan de ene kant wel moeilijk dat het wordt gezegd. Ja, soms denk ik anders. Maar ik wil mij eigenlijk niet in een hokje laten duwen omdat anderen vinden dat ik atypisch zou zijn. Kijk, ik ontkom er in mijn brein niet aan dat ik altijd eerst de andere kant op denk. Dat is ook mijn motto: alles kan altijd anders. Ik kan er gewoon niks aan doen, mijn brein zegt gewoon tegen mij: eerst de andere kant bekijken.”
Wat was uw andere kant dan bij het vraagstuk om de volledige namen en foto’s van de al gearresteerde verdachten van de roof in het Drents Museum vrij te geven?
,,Dit maakt zoveel inbreuk op de privacy… En ze zitten al vast. Ik ben echt een diehard-vrijheidsdenker. En een officier van justitie heeft de dure plicht om terughoudend te zijn in het uitoefenen van bevoegdheden die ingrijpen op de vrijheid van burgers.”
En toch…
,,Ja, maar het gaat om zo’n ingrijpend ernstig zichtbaar feit… We hebben ook echt de informatie van burgers nog nodig en van de regels mag het. Dat betekent niet automatisch dat je het moet doen. Wel kijken of het proportioneel is.”
Vindt u het proportioneel?
,,Ja.”
Ik kan me niet onttrekken aan het idee dat er ook nog een vorm van politieke beïnvloeding bij zit. Roemenië is boos, de premier heeft contact met zijn collega’s in Oost-Europa over deze zaak.
,,Nee, nee, nee. Ik vind het echt een ongehoord ingrijpend strafbaar feit. Met een enorme impact op heel veel mensen. Op een heel land. Het is echt een high-high-impact-feit.”
Over high impact gesproken, had u 6 jaar geleden, toen u aantrad, kunnen bevroeden dat u het ene grote internationale strafrechtelijke onderzoek na het andere op uw bord zou krijgen?
,,Nee, je doelt natuurlijk op de Ruinerwoldzaak, de verpleegkundige van het WZA en nu ook het Drents Museum. Allemaal internationaal geruchtmakende zaken. Ik wist wel toen ik begon dat we in Noord-Nederland relatief veel gevoelige zaken hebben. Dat heeft het college van procureurs-generaal laatst ook nog tegen ons gezegd. Dat houden ze bij, want bij gevoelige zaken worden zij ook aangehaakt. De Tweede Kamer kan vragen stellen. De minister wordt geïnformeerd over dergelijke kwesties.”
Maar moeten we hier dan iets van vinden in het Noorden?
,,Nee, natuurlijk niet. Zo’n kunstroof in het Drents Museum, daar kun je niet van zeggen: dat zit hier blijkbaar in de grond. De verdachten komen ook niet uit het Noorden. Je kunt toch ook niet zeggen van de Ruinerwold-zaak, ja, dat zit in het DNA van de Drentse bevolking. Dat is niet zo. Toen ik begon, was de inval in de boerderij in Ruinerwold trouwens al geweest, maar ik wist er op voorhand al wel vanaf.”
De keuze van het OM om de NAM niet te vervolgen: over impactvolle zaken gesproken.
,,Ja, zeker. Wij vinden het niet bewijsbaar dat de NAM willens en wetens huizen vernielde en daarmee levens in gevaar bracht. Ik begrijp de teleurstelling bij gedupeerden heel goed. Bij ons werken ook allemaal mensen die in het Noorden wonen. Het is ook een van de eerste dingen die ik heb gedaan toen ik in Groningen kwam werken. Naar Loppersum rijden. Naar het aardbevingsgebied.”
Het zijn stuk voor stuk grote zaken. Net zoals die van de verpleegkundige van het Wilhelmina Ziekenhuis Assen die meerdere patiënten tijdens de coronaperiode actief van het leven zou hebben beroofd. Om hen uit hun lijden te verlossen. Een zaak waar de ,,grens van naar de waarheid zoeken wel bereikt is”, zegt Greive. Er is volgens hem van alles uit de kast getrokken. ,,Op basis van de info die wij op tafel hebben gekregen, kunnen wij als OM de verpleegkundige niet veroordelen. En is de conclusie: hij heeft het niet gedaan. Voor nabestaanden is dat onbevredigend. Dat snap ik. Maar wakker liggen van een strafzaak? Nee, dat niet.”
De zaak van oud-burgemeester Koen Schuiling is misschien…
,,Dat is zeker een gevoelige zaak. Een gevoelige kwestie.”
Greive zat regelmatig als hoofdofficier van justitie Noord-Nederland met toen nog burgemeester van Groningen Koen Schuiling om tafel. Schuiling werd recent veroordeeld voor het openlijk masturberen in zijn auto.
Ik hoor van meerdere mensen, ook van uw vrouw: Diederik Greive neemt zaken nooit mee naar huis. Behalve deze zaak, daar had hij buikpijn van.
,,Ja. Kopzorgen kreeg ik van die zaak.”
Kunt u dat uitleggen?
,,Ik werkte zakelijk goed samen met de burgemeester. En het was ook wel meer dan een zakelijke relatie. Met al die lastige kwesties die je samen voor de kiezen krijgt: Ter Apel bijvoorbeeld. Je leert elkaar kennen. Ja, ik had echt een goede relatie met Koen Schuiling.”
U spreekt in de verleden tijd.
,,Ja. Die relatie is er niet meer.”
Greive weegt zijn woorden zorgvuldig. Want dat de kwestie nog steeds precair is, blijkt uit alles. Hoewel de strafzaak van Schuiling werd overgedragen aan een ander parket, bleef de ongemakkelijke bestuurlijke situatie tussen de burgemeester, het OM en de politie Noord-Nederland bestaan.
Wij begrepen dat u een persoonlijke brief heeft geschreven aan Koen Schuiling?
,,Nee, dat klopt niet. Ik heb wel een brief geschreven over de hele situatie aan voorzitter Rinus Otte van het College van procureurs-generaal (eindverantwoordelijk voor het Openbaar Ministerie Nederland, red.) en aan René Paas, de commissaris van de Koning van Groningen. En die brief heb ik in kopie ook aan Koen… aan de heer Schuiling gestuurd.”
Wat stond er in?
,,Mijn analyse over de werkbaarheid van de relatie tussen mij, de politie en de burgemeester en de bestuurlijke risico’s die ik daarin nog zag. Het was gewoon een gevoelige zaak. Er kwamen ook vragen over. De CdK moest er van weten omdat Paas bij integriteitskwesties in het Noorden op de hoogte moet zijn. Ik ben open geweest in mijn brief. Het ging niet over de strafzaak en wat ik daar van vond. Maar heb wel antwoord proberen te geven op de vraag: Diederik, is het nog goed werkbaar met de burgemeester? Je moet bij een crisis, ja, je moet toch met elkaar de beslissingen nemen. Dus de vraag die wij kregen: kunnen we erop vertrouwen dat dat nog goed zit? Een heel terechte vraag. En die heb ik beantwoord met mijn brief. Ja, het was nog werkbaar, maar ik schreef ook dat er bestuurlijke risico’s waren die natuurlijk van invloed zijn op die werkbaarheid.”
6 jaar geleden zei u: dit wordt mijn laatste job. Maar u gaat weer bij opleidingsinstituut SSR werken.
,,Tja, ik dacht echt dat dit mijn laatste baan zou worden. Maar vrij rap na mijn aantreden in Noord-Nederland kwam binnen het OM ook wel weer de gedachte dat 3 jaar hoofdofficier het minimum is, 5 jaar aanblijven perfect is en 7 het maximum. Ik moest toen ook wel weer aan mijn vader denken. Die hopte ook van de ene gemeente naar de andere. Moesten wij als gezin ons weer aanpassen, weer opnieuw inburgeren. Moet dat nou, vroegen wij ons af. En dan zei mijn vader: ‘Weet je, er zijn mensen die vinden mij een uitstekende predikant en die komen vaak bij mij langs. Maar er is ook een groep die vindt mij natuurlijk helemaal niks. Maar die mensen komen dan bijna nooit aan bod. Het is dus juist heel goed dat er na verloop van tijd weer een nieuwe predikant komt, die weer andere paadjes bewandelt.’ Zo is het ook bij mij.”
Uw vrouw zei tegen mij: Diederik is eigenlijk helemaal niet van de regels. U bent volgens mij diep in uw hart eigenlijk een tikje anarchistisch. En dat is toch geestig als je weet dat u leiding gaf aan een zeer hiërarchische organisatie?
,,Dat hoor ik wel terug en dat ervaar ik ook wel zo. Maar ik ben hier niet alleen de baas, maar ook een werknemer. En ik wil wel graag werken in een organisatie waar ik het zelf ook prettig vind. En ik vind het niet erg prettig werken in een heel erg hiërarchisch, regelgestuurde organisatie. Ik ben opgevoed vanuit een horizontale kijk op het leven. Ik geloof in verschillen. Als er dan regels zijn die heel erg die hiërarchie gaan benadrukken, dan voel ik de neiging tot deconstructie. Niet om kapot te maken, maar om zaken wat uit elkaar te halen en dan te kijken of je ze ook op een andere manier weer in elkaar kunt zetten. En dat zal mijn vrouw hebben bedoeld over mij en mijn afkeer van regels. Ze heeft gelijk, in de kern ben ik niet geïnteresseerd in regels. Maar ze horen wel bij mijn vak. Ik ben wel veel meer aan het kijken naar: wat betekent die regel nou eigenlijk? Waarom is die regel er? Waartoe dient die regel? En als ik de regel toepas, wat gebeurt er dan met mensen? Regels moeten uiteindelijk wel. Regels hebben hun basis in het recht. Maar vergis je niet: recht is echt iets anders dan regels.”
Paspoort
Naam: Diederik Greive
Geboren: 30 juli 1961 in Woensdrecht
Opleiding: Studie Nederlands recht; master bedrijfskunde universiteit Twente; AOG, 1-jarige leergang filosofie in organisaties
Carrière: officier van justitie parket Zwolle; directeur van het organisatie en trainingsbureau voor Rechtspraak en OM, Prisma; plv hoofdofficier parket Assen; fungerend hoofdofficier Flevoland; hoofdofficier parket Middelburg; directeur opleidingen OM en later medebestuurslid Opleidingsinstituut Rechterlijke Organisaties SSRbestuurslid Opleidingsinstituut Rechterlijke Organisatie SSR; directeur parket-generaal, Den Haag; hoofdofficier parket Noord-Nederland.