Tom van Aken en Anco Blokzijl van SRI Veenwouden (rechts) zien toe hoe een lasser de laatste buizen last. Foto: Marcel van Kammen
Op de bovenste etage van de open fabriek in Delfzijl duidt Tom van Aken met een weids gebaar de omgeving. Tegen de dijk aan bouwt SkyNRG haar fabriek voor biokerosine, ernaast ligt de open ruimte die ooit Aldel was. „Hier in Delfzijl is nog ruimte en zeker zo belangrijk: stroom.’’
Beide zijn factoren van belang voor bedrijven die aan de slag willen met groene chemie. Niet voor niks dat Van Aken Delfzijl op het netvlies heeft voor de volgende fabriek die Avantium wil bouwen.
De grondstof voor plantaardig plastic, FDCA, die Avantium produceert, is gewild. „We zien dat de vraag groter is dan de 5000 ton die onze fabriek in Delfzijl kan produceren’’, zegt Van Aken. „We denken daarom na over een volgende fabriek. Dat kan overal in Europa, maar zeker ook in Delfzijl.’’
Avantium moet zichzelf bewijzen
Voordat zover is moet Avantium zichzelf wel definitief bewijzen. Dat kan alleen, beseft Van Aken, als de eerste fabriek in Delfzijl gaat produceren. En dat heeft genoeg voeten in de aarde gehad.
Al bij de start van de bouw vier jaar geleden, erkende Van Aken dat. Hij is niet iemand die snel het bijltje erbij neergooit. Maar zijn bedrijf moest heel wat hindernissen overwinnen voordat het in Delfzijl kon gaan bouwen.
„Mensen hebben ons wel eens gevraagd waarom het zo lang duurt. Wij draaiden dat om. Wij gingen door waar anderen opgaven’’, zei Van Aken vlak voordat de eerste paal de grond in ging.
Toen Avantium aankondigde de fabriek in Delfzijl te willen bouwen, ging de vlag in Groningen misschien niet in top. Maar het besluit werd wel met grote vreugde ontvangen. De hoop was dat de komst van de Amsterdamse startup meer groene fabrieken zou verleiden voor Groningen te kiezen. Met de komst van bedrijven als SkyNRG, BioBTX, Circtec en Pepetual Next is dat ook gebeurd.
Maar ook wordt de technologie van Avantium gezien als veelbelovend. Het FDCA dat de fabriek produceert op basis van plantaardig materiaal is een bouwsteen voor PEF. PEF is daarmee een plantaardige grondstof voor plantaardig plastic (zoals PET dat is voor fossiel plastic).
Avantium recyclet niet, maar levert de grondstof voor nieuw plastic. „Het PEF uit ons laboratorium presteert beter dan traditioneel plastic’’, zegt Van Aken.
Het proces dat in de fabriek van Avantium wordt doorlopen. Van tarwe links, via zetmeel en fructose naar FDCA en PEF rechts. Eigen foto.
Er moest al snel geld bij
Veelbelovend, maar er moest wel geld op tafel voor een fabriek die iets ging doen dat nergens ter wereld wordt gedaan. Dat was geen sinecure. Een consortium van banken en Invest-NL verstrekte een lening, het zogeheten Groningen Consortium (NOM, Groningen Seaports, Investeringsfonds Groningen en Groeifonds) stapte voor 20 miljoen in als minderheidsaandeelhouder.
Het bedrag dat op tafel lag, bleek al snel niet voldoende. Hoge energie- en bouwkosten en vertragingen leidden tijdens de bouw tot een extra financieringsronde.
Maar daarmee was het niet gedaan. Nadat koningin Máxima de fabriek in oktober 2024 had geopend, leverde de eerste inspectie weliswaar knelpunten op, maar die kon Avantium oplossen.
Totdat een medewerker blauwgekleurde titaniumlassen ontdekte. Van Aken: „Ik weet nog dat ik dacht ‘wat weet ik van titaniumlassen’. Dus moesten er experts bijkomen. Die stelden vast dat het inderdaad niet goed zat met de lassen.’’
Dit was niet veilig
Het betekende een nieuwe aanslag op het uithoudingsvermogen van Avantium en de portemonnee van investeerders. „Maar dit was niet veilig. We werken in de fabriek met azijnzuur als oplossingsmiddel. Daarmee kun je geen ongelukken riskeren. Als ergens een scheur was ontstaan en er was op hoge druk azijnzuur ontsnapt… Daar wil je niet over nadenken.’’
De hersteloperatie betekende een gedeeltelijke ontmanteling van de fabriek, vertraging van de productie en een schadepost van 7 miljoen. Er moesten 3000 titaniumlassen opnieuw worden uitgevoerd, inclusief speciale voorbereiding en inspectie achteraf. „En vind maar eens iemand die dat kan doen. Er zijn niet zoveel mensen die dit kunnen, kwamen we achter.’’
Van Aken geeft eerlijk toe hij in deze periode wel slapeloze nachten heeft gehad. Maar opgeven? „Nee, je hebt een fabriek staan. Er is al zoveel geld in gestoken. En je hebt klanten die op je product rekenen.’’
Avantium in Delfzijl. Foto: Huisman Media
SRI laste een paar buizen: Kun je ook 3000 doen
Avantium kwam uiteindelijk in Veenwouden terecht bij SRI. „Die doen meer bijzondere projecten. Ze hadden een paar mensen die titanium kunnen lassen, we vroegen hen een paar buizen te lassen. Toen dat was gedaan, zagen we dat het er wel heel erg goed uitzag. Daarop vroegen we hen: kun je er ook 3000 doen.’’
Er was een probleem. SRI had een paar mensen die titanium konden lassen. Dat was voor Avantium niet genoeg. „Uiteindelijk hebben ze bijna het halve bedrijf vrijgespeeld voor ons. Ik denk dat ze fantastisch werk hebben geleverd. Vakmanschap.’’
Uiteindelijk is SRI vijf maanden bezig geweest de buizen te lassen. Afgelopen week zijn de laatste buizen teruggekeerd in de fabriek in Delfzijl.
Kan Avantium nu eindelijk draaien?
„Er begint nu nog een periode van testen. Eerst met koud water door de buizen, dan heet water en daarna een oplossing. Werkt dat? Functioneren de kleppen? Doen de meters wat ze behoren te doen? Dit is een fabriek die de eerste in zijn soort is, dus we zullen ongetwijfeld nog wel iets tegenkomen, maar we gaan ervan uit dat dat is op te lossen.’’
In de zomer hoopt Avantium de fabriek op te starten. In het najaar wil het bedrijf kunnen produceren.
Dat doet het bedrijf voor 23 klanten aangehaakt die hun verpakkingen willen vergroenen, onder hen Albert Heijn, Louis Vuitton en Carlsberg. Per jaar produceert Avantium 5000 ton FDCA. Voor de komende drie jaar is het bedrijf uitverkocht.
Titanium lassen is specialistisch werk. Foto: Marcel van Kammen
Wereldwijde productie
Naast het product wil het bedrijf zijn technologie in licentie verkopen. In de strijd tegen fossiel plastic zouden fabrieken daarmee wereldwijd plantaardig plastic kunnen maken.
Er is vraag naar, heeft Van Aken gemerkt. Vanwege de hoge energiekosten, milieuheffingen en lange vergunningstrajecten is de bereidheid om te investeren in chemie op dit moment niet groot.
Toch denkt Van Aken dat op de markt ruimte is voor een tweede fabriek van Avantium. „Die zal groter zijn dan de fabriek in Delfzijl. Dan moet je denken aan een factor twintig. Waar dat kan? Overal in Europa? Frankrijk is op dit gebied heel actief. Maar in Delfzijl is ook de ruimte en de stroom. Daar kijken we zeker naar. Dan moet er wel de bereidheid zijn om te investeren. Dit is nieuwe technologie, de toekomst. Willen we dat in Nederland houden en niet weer afhankelijk zijn van het buitenland, moeten we erin willen investeren.’’