Theatercollectief De HOE speelt 'Opening Night'. 'Wat is nou eigenlijk precies ‘echt’ en ‘niet echt’?' Foto: Koen Broos
De eerste toneelspelers die zich op het toneel afvroegen wat de waarachtigheid van hun professie was, waren ongetwijfeld de reizende acteurs die Hamlet uitnodigde om zijn stiefvader te ontmaskeren.
Pirandello maakte in de jaren twintig van de vorige eeuw het theater nog veel grondiger tot onderwerp van zichzelf: toneelspelen is een spel van schijn en bedrog, maar misschien juist daarom geschikt om het bedrog in de werkelijkheid bloot te leggen.
Het jonge Vlaamse theatercollectief De HOE gaat in Opening Night nog een stap verder: nu zijn het de spelers zelf die, nog voordat er een auteur aan te pas komt, zich afvragen wat nou eigenlijk precies ‘echt’ en ‘niet echt’ is in hun spel. Als kapstok voor hun onderzoek kozen ze een liefdesscène uit een film van John Cassavetes, die de cineast samen met zijn vrouw Gena Rowlands speelde. „Geen nood”, stelt de jongste acteur het publiek gerust, „ik had ook nog nooit van hem gehoord.”
Spiegelpaleis
Ze willen de scène alleen gebruiken om te onderzoeken hoe echt emoties zijn als je speelt. In de aanloop naar de presentatie van die ene scène zijn we getuige van repetities en gesprekken over die scène, over toneelspelen, over het gezelschap. En over de onderlinge relaties. Want toneelspelers hebben ook nog échte gevoelens, ook voor elkaar…
Niet zelden lopen teksten uit die bewuste scène en de eigen teksten en gevoelens ongemerkt in elkaar over – tot verwarring van de tegenspeler én van ons, het publiek. Dat de scènes soms vooraf gefilmd zijn, soms live gespeeld en soms tegelijk gespeeld én gefilmd, verhoogt de verwarring eens te meer. Het is een spiegelpaleis waarin je regelmatig de weg kwijt raakt en toch steeds onverwacht weer uit komt. Heel plezant, zogezegd.
Dat de zeven acteurs, die qua leeftijd en karakter zo verschillend zijn, allemaal op hun eigen wijze ook charmante persoonlijkheden en geraffineerde ‘bedriegers’ zijn werkt er ook aan mee dat je de onderdompeling in verwarring met veel plezier ondergaat.
'We verdwalen in een uiterst komisch Droste-effect van herhalingen.' Foto: Koen Broos
Een aparte stoorzender in het gezelschap is Peter Van den Eede. Vanaf het begin heeft hij aangekondigd geen tekst meer van buiten te willen leren, maar hij wil wel graag mee blijven spelen. Tijdens een totale black-out – de schrik van iedere acteur – beleefde hij juist een totale bevrijding. Herhaling is funest voor oorspronkelijkheid en oprechtheid, meent hij. Met dat standpunt zet hij het collectief behoorlijk voor het blok: samen een voorstelling maken, betekent je houden aan afspraken. Dat kan niet als er één op los gaat improviseren.
Tekst kwijt, gespeeld of niet?
Een tijdlang vormt Peter vooral een blok aan het been, totdat die cruciale liefdesscène van John Cassavettes op hilarische wijze in duigen valt en Peter de voorstelling à l’improviste mag redden. Omstandig legt hij het publiek uit hoe hij na een vorige voorstelling aan een dame uitlegde dat hij tijdens die voorstelling weliswaar zijn tekst kwijt raakte, maar dat dat toch ook gespeeld was – kortom we verdwalen in een uiterst komisch Droste-effect van herhalingen.
De botsende standpunten over tekstkennis, herhaling, afspraken en waarachtigheid tussen Peter en zijn oude tegenspeler Willem de Wolf leiden ten slotte tot een heftig conflict in de groep. Dat die apotheose wat kunstmatig is geeft niet, want het publiek mag best zien hoe je theater maakt. In de voortdurende omkeringen van toneel en werkelijkheid komt dan toch iets van een conclusie boven drijven: namelijk dat je het spel nodig hebt om de waarheid te ontdekken. Niet alleen op het toneel, maar overal. Want rollen spelen we overal. Zelfs in de liefde.
GebeurtenisOpening Night, door De HOE
Spel, tekst en regie Els Dottermans, Mitch Van Landeghem, Willem de Wolf, Laurence Roothooft, Carine van Bruggen, Peter Van den Eede, Greg Timmermans