Dorien Knaap en Jarno Welp vertellen vol passie over de innovaties in de aardappelzetmeelindustrie. Foto Corné Sparidaens
Bij aardappelzetmeel denk je niet meteen aan innovatie. Toch weet deze oer-Groningse industrie steeds zichzelf opnieuw uit te vinden. Vier Groningse geschiedenisstudenten maakten er een boek over.
Jarno Welp (25) woont in Oostwold en studeert geschiedenis in Groningen. „Het hoofdkantoor van Avebe staat in Veendam, in onze buurgemeente dus. Maar eigenlijk weten mensen in ons gebied nauwelijks hoe groot, vernieuwend en wereldwijd toonaangevend dit bedrijf eigenlijk is. Zelf wist ik dat ook niet, totdat ik mij er voor mijn studie in verdiepte.”
Sterker, Welp merkte dat dit eigenlijk ook geldt voor medewerkers van het bedrijf zelf. Dat Avebe een eigen laboratorium heeft op het Zerniketerrein van de universiteit en de Hanze, zit ook niet bij iedereen tussen de oren. „Terwijl daar toch baanbrekend onderzoek wordt gedaan naar nieuwe toepassingen van aardappelzetmeel.”
Regionale ontwikkeling
In een groep van zeventien studenten volgde Welp bij docent Dorien Knaap en Marijn Molema (hoogleraar regionale ontwikkeling) een college over ontwikkelingen in de noordelijke regio. Onderwerp was 200 jaar vernieuwing in de aardappelzetmeelindustrie. Ze verzamelden uit archiefstukken, foto’s en andere bronnen informatie hoe de bedrijven zichzelf steeds weer opnieuw uitvonden.
Toen het college afgelopen zomer klaar was, besloten vier van de studenten er een boek van te maken, onder redactie van Molema en Knaap. De drie andere studenten zijn Casper Colenbrander, Roelof de Jong en Lisabeth Woltjer. ‘Missie (on)voltooid. Twee eeuwen innovatie in de aardappelzetmeelindustrie’ is de titel.
Afgegraven grond
De aardappelzetmeelindustrie ontstond in de Veenkoloniën. De voor de turfwinning afgegraven grond was geschikt om er aardappelen te verbouwen. In 1841 startte Willem Albert Scholten een aardappelzetmeelfabriek in Foxhol. Andere ondernemers volgden, en al gauw stond er in bijna elk dorp wel een fabriekje. Boeren gingen fabrieksaardappelen verbouwen.
Portret van Willem Albert Scholten. Illustratie: DVHN
Scholten was de meest succesvolle fabrikant. Zijn bedrijf slokte veel kleine fabrieken op. Uiteindelijk leidde dit tot het Scholten-Honig concern, dat op zijn beurt opging in Avebe. Knaap schreef in 2004 haar proefschrift over W.A. Scholten.
„De innovatie vond plaats op drie terreinen”, vertelt Knaap. „Om te beginnen veranderde het productieproces. Er kwamen eerst stoommachines, later de elektriciteit. De productie moest ook schoner worden, vooral ook door een oplossing te vinden voor het afvalwater. Verder zocht de industrie steeds naar nieuwe toepassingen voor aardappelzetmeel en andere producten die je uit aardappelen kunt halen, de zogenoemde derivaten. Tenslotte zijn ook nieuwe aardappelsoorten ontwikkeld die bijvoorbeeld meer zetmeel bevatten.”
W.A. Scholten
In de tijd van Willem Albert Scholten (1819-1892) en zijn zoon Jan Evert (1849-1918) vond aardappelzetmeel nog vooral zijn toepassing als bindmiddel in de voedingsindustrie en als stijfsel in de kledingindustrie. Welp: „Hun opvolgers namen chemici in dienst en richtten laboratoria in om allerlei nieuwe toepassingen voor aardappelzetmeel te kunnen onderzoeken. Denk aan lijm en andere plakmiddelen.”
Gratis digitaal te lezen
‘Missie (on)voltooid. Twee eeuwen innovatie in de aardappelzetmeelindustrie’ is uitgegeven bij de University of Groningen Press. Op de website https://books.ugp.rug.nl/ug p/catalog/book/254 is het boek gratis te downloaden. Het boek bestellen kan ook, dat kost 35 euro. Het is niet in de winkel verkrijgbaar.
Een groot probleem vormde het afvalwater dat gewoon op het oppervlaktewater werd geloodst. Dat bevatte eiwitten, die bij het rotten zwavelverbindingen vormden waardoor veel stank ontstond. Toen na de Tweede Wereldoorlog het belang van milieubescherming meer op de voorgrond kwam, drong de overheid steeds nadrukkelijker aan op maatregelen. Het leidde in de jaren zeventig tot fikse investeringen in afvalwaterzuivering.
Gouden business
Al in de jaren vijftig zocht de industrie naar toepassingen voor het eiwit dat in de aardappelen zat. „Dat was vroeger een afvalproduct, nu is het bijna de core business van Avebe”, vertelt Welp. „Een gouden business. Plantaardige eiwitten passen we steeds vaker toe. Je kunt bijvoorbeeld melk afromen, waardoor die minder vet wordt, en er eiwitten uit aardappelen aan toevoegen. Daardoor krijg je die volle, romige smaak, terwijl de melk mager blijft.”
Zo zijn er nog veel meer toepassingen in de voedingsindustrie. Plantaardig eiwit geldt als gezonder en milieuvriendelijker, omdat er geen veehouderij voor nodig is om die te produceren.
Eiwit, oftewel proteïnen, vormen tegenwoordig een hype. Mensen denken dat ze er extra van nodig hebben om een gespierd en fit lichaam te krijgen. „Het zou goed kunnen dat je over een paar jaar een eiwitdrankje drinkt in de sportschool dat van Avebe komt”, lacht Welp.
Duurzame economie
„Innovatie is op cruciale momenten voor het voortbestaan van een bedrijf of bedrijfstak”, zegt Knaap. „De titel van het boek slaat op maatschappelijke missies waar ondernemers, overheid en kennisinstituten op dat soort momenten voor stonden. Innovaties waren onmidsbaar. De missie van onze tijd, die van een duurzame en circulaire economie is nog lang niet voltooid.”
Innovatie is niet de enige factor om bedrijven succesvol te laten voortbestaan, benadrukt Knaap. „Samenwerking is een andere. Avebe is een coöperatie, waardoor er evenwicht is in de belangen van leveranciers, de boeren dus, de directie van het bedrijf en de werknemers.”
Prijzen te laag
„Natuurlijk vonden boeren de prijzen wel eens te laag en staakten de werknemers voor een hoger loon, maar dan werd het evenwicht snel weer gevonden”, vult Welp aan. „En daarnaast is samenwerking met de overheid belangrijk, vooral bij het oplossen van milieuproblemen en bij fusies”, zegt Knaap.
Het boek moest wetenschappelijk verantwoord zijn, maar vooral ook leesbaar voor een breed publiek. Uitgangspunt zijn foto’s en andere illustraties, waarbij het verhaal wordt verteld. Knaap en Welp hopen dat het ertoe bijdraagt dat mensen in de Veenkoloniën trots kunnen zijn op hun aardappelzetmeelindustrie. „En we kunnen er lering uit trekken voor hedendaagse problemen”, zegt Knaap. „Hoe kun je als bedrijfstak voortbestaan en de relatie met de omgeving en de overheid goed houden? Dat soort lessen lees je in dit boek.”
Het boek is digitaal gratis te lezen en voor 35 euro in print te bestellen. Foto Corné Sparidaens
Leren van geschiedenis
Welp volgt nu een master over de vraag hoe bedrijven en andere organisaties kunnen leren van hun geschiedenis. Komende zomer hoopt hij hiermee klaar te zijn en dan wil hij hiermee bij een bedrijf aan de slag.
„Mensen denken wel eens dat wat we nu meemaken, nieuw en uniek is, maar het vloeit allemaal voort uit het verleden. Dat geldt ook voor Avebe. Hoe Willem Albert Scholten zijn bedrijf begon, was bepalend voor de aardappelzetmeelindustrie nu.”