De Raad van Commissarissen van FC Emmen stapte maandag op en dat maakt de bestuurlijke crisis bij de club die al zo’n sportief rampjaar beleeft er bepaald niet kleiner op. Voorzitter Cees Bijl vertelt waarom.
Maandag bracht FC Emmen middels een persbericht naar buiten dat de drie overgebleven leden van de Raad van Commissarissen, Claudia Bokel, Jan Zwiers en voorzitter Cees Bijl – het vierde lid, René Dale, stapte onlangs al op – ook opstappen bij de club. Over de reden van dat besluit gaf het persbericht weinig duidelijkheid.
Cees Bijl, oud-burgemeester van onder meer Emmen, die opstapte als commissaris bij FC Emmen. Foto: Marcel Jurian de Jong
Toch is het heel simpel, stelt Bijl (70), de voormalig burgemeester van Emmen die vier jaar geleden door toenmalig voorzitter Ronald Lubbers werd gevraagd in de Raad van Commissarissen. „We hebben als Raad van Commissarissen vier taken en die zijn te overzien. Wil je in onze beleving een stap maken als club, dan zul je een betere balans moeten vinden tussen de bevoegdheden van bestuur, directie en RvC. Wij zouden het bijvoorbeeld toejuichen als die drie lagen worden teruggebracht tot twee: een bestuur of directie en de RvC.”
Die vier RvC-taken, zo liet Bijl al eerder weten, behelzen misschien niet de belangrijkste zaken van een betaaldvoetbalclub, zoals bijvoorbeeld het wel of niet akkoord geven op beleidsplannen. Nee, de RvC van FC Emmen mag zich vooral druk maken over de clubkleuren, de plek van het stadion, de jeugdopleiding en de naam van de club.
Ook heel belangrijk, zegt Bijl. Maar toch, geen zaken waarvoor hij in de RvC is gaan zitten, zo laat hij doorschemeren. Zo werd de RvC nota bene benoemd door het bestuur. Vrij uniek, want meestal gaat het andersom: de RvC benoemt de bestuursleden.
Balans
„Als ik iemand vertelde dat ik in de Raad van Commissarissen van FC Emmen zat”, zo zegt Bijl, „dan was de reactie vaak: oh maar dan ga je echt ergens over. En dat was het hem juist: we gingen eigenlijk over niks. Ja, over de clubkleuren en nog een paar dingen die natuurlijk ook belangrijk zijn. Als het bestuur had besloten om bijvoorbeeld in het groenwit te gaan spelen, dan hadden we daar vóór kunnen gaan liggen. Ook heel belangrijk, maar wij vinden dat er een andere balans moet zijn in de verdeling van bevoegdheden. Dat is de aanbeveling die we aan het bestuur hebben gedaan.”
Maar, zo wil Bijl duidelijk stellen: het gaat niet om de drie overgebleven commissarissen die nu zijn opgestapt. „Het lijkt nu een beetje alsof we voor onszelf aan het praten zijn. Maar gaat niet om ons, laat dat helder zijn. Het gaat om de club. Wij denken dat de club en de buitenwereld vooral gebaat zijn bij duidelijkheid.”
Heeft het jullie lang gekost om dit besluit te nemen?
„Tja, wat is lang? Dit speelt al een paar jaar, laat ik het zo zeggen. We hebben er wel even over nagedacht, natuurlijk. We hebben het ook eerder aangegeven bij het bestuur. We hebben er het nodige aan gedaan om de club uit deze situatie te brengen. Op een gegeven ogenblik is het goed dat er helderheid komt. Vorige week hebben we ons besluit om op te stappen medegedeeld aan het bestuur, en onze beweegredenen verteld. Het is nu aan het bestuur om daar iets mee te doen.”
Die organisatiestructuur bij de club is niet de afgelopen jaren veranderd, toch? Je zou ook kunnen zeggen: toen u commissaris werd wist u waar u aan begon.
„Ja, dat is zo, dat wisten we natuurlijk. Toen Ronald Lubbers mij vier jaar geleden vroeg hebben we het daar ook over gehad en er zouden nog gesprekken volgen, juist over die bevoegdheden. Maar je weet hoe het is gegaan: Lubbers is drie jaar geleden opgestapt.”
Heeft uw opstappen misschien (ook) te maken met het ‘vrijstellen van werk’ van technisch directeur Nico Haak en/of de sportieve malaise waarin de club is beland?
„Dan ga ik u een antwoord geven zoals het hoort: dat zijn inhoudelijke vragen, daar gaan wij als Raad van Commissarissen niet over. Daarvoor moet u bij de directie zijn. Waar wij wél over gaan is onze eigen positie. En daarom zijn we opgestapt.”
Maar, zo wil Bijl benadrukken: als commissaris is hij weg, als supporter van FC Emmen zeker niet. „Ik blijf absoluut seizoenkaarthouder. Dat ben ik al 25 jaar en dat zal ik blijven. Dat staat helemaal los van dit.”