Hendrik Jan Schepel van Averis is trots op de zelf ontwikkelde aardappelrassen. ,,Dit zijn zetmeelaardappels die boeren graag willen hebben." Foto: DvhN
Eindeloze akkers vol met Aletta, Antora en Aveline staan er in Valthermond bij zaadveredelaar Averis. Rijen aardappelplanten die op het oog niet uit elkaar zijn te houden. Hendrik Jan Schepel van Averis weet beter. ,,Dit zijn de aardappels van de toekomst.”
Averis Seeds is een volle dochter van Avebe en bestaat dit jaar zeventig jaar. In het instituut, dat over 70 hectare grond in Valthermond beschikt, werken een kleine dertig medewerkers aan de veredeling en teelt van aardappelrassen. Ze zijn op zoek naar soorten die zorgen voor piepers met een hoog zetmeelgehalte, een goede opbrengst en betere resistentie tegen ziekten en plagen. En die bestand zijn tegen een al maar ruiger klimaat. Behalve onderzoekers en veldmedewerkers is er ook een commercieel team bij het bedrijf, dat de producten verkoopt.
,,We zijn elke dag bezig om de aardappel van morgen te ontwikkelen. Je ziet hier de rassen voor over acht of tien jaar. Maar je hebt veel geduld nodig bij dit werk. Je moet steeds kijken: hoe doen ze het met schimmels? Hoe gaat het met de bemesting? En noem maar op,” zegt Marleen de Rond-Schouten, directeur Agro en strategie van Avebe.
Grote vraag
De laatste jaren werkte Averis vooral voor de boerenleden van Avebe, die in feite eigenaar zijn van het instituut. De vraag naar de producten van de veredelaar was groot, soms zelfs te groot. Toch is nu besloten ook meer voor andere partijen te gaan werken en de producten ook buiten Nederland te verkopen, in Duitsland, Denemarken en Zweden bijvoorbeeld.
Tegelijk wil Averis het areaal waarop aardappelen worden vermeerderd ook uitbreiden, onder meer in Noord-Groningen en de Noordoost-polder. Maar ook in Denemarken en Duitsland, waar de teeltomstandigheden en de grond anders zijn. Dat alles om in de komende jaren te groeien en aan de toenemende vraag te kunnen voldoen.
,,Er is veel belangstelling voor onze producten. We zijn voortdurend uitverkocht. Die behoefte komt voort uit de vraag naar een meer duurzame teelt, minder gebruik van stikstof en de zoektocht naar planten die beter weerbaar zijn tegen ziekten en plagen.”
Constant gevecht tegen resistentie
,,We willen bijblijven en vooruitlopen in het resistentie-onderzoek. Bij bodem gebonden ziekten, zoals aardappelmoeheid en phytophthora lopen we voorop. Daar staan we ook bekend om,” vervolgt De Rond-Schouten. ,,Resistentie is een constant gevecht. De genen ontwikkelen zich steeds verder door, daar moeten wij vervolgens weer op in spelen. We moeten steeds op zoek naar rassen in ons pakket die ook resistent zijn voor nieuwe mutaties. Het is een beetje een kat en muisspel.”
,,We testen onze rassen hier in Valthermond, maar ook op de Lüneburger Heide en verder, richting Poolse grens. Daar is het droger, er wordt ook iets minder stikstof gebruikt. En je hebt er een heel andere bodem,” zegt onderzoeker Martijn Zwinderman tijdens een rondleiding in het onderzoekscomplex.
Heel secuur werken
In kassen worden aardappelplanten gekweekt in bakken, bestemd voor het onderzoek. De planten zijn bijna twee meter hoog en hebben opvallend veel bloemen. Dat is om het stuifmeel te kunnen oogsten. ,,Dat gebeurt allemaal met de hand. Net als de bevruchting. Je moet dus heel precies en secuur werken. Maar dat zijn onze mensen wel gewend,” zegt Hendrik Jan Schepel.
,,We proberen hier zoveel mogelijk gewenste eigenschappen in een plant samen te brengen. Dat doen we door veel planten met elkaar te kruisen. Maar lang niet elke poging is succesvol.”
Kweek een plant die een hogere opbrengst geeft, het lijkt zo eenvoudig. Maar dat is het dus niet, zegt Zwinderman. ,,Het is niet een handjevol genen dat verantwoordelijk is voor de opbrengst, het zijn er duizenden. Je bent dus wel even bezig.”
Vijftien jaar vooruitkijken
,,En wat we hier vooral ook doen, is tien of vijftien jaar vooruit kijken. Welke rassen heb je dan nodig? Welke ziekten zullen dan een voorname rol spelen en zich verder ontwikkelen? Denk bijvoorbeeld aan aardappelmoeheid en phytophthora,” voegt Schepel toe.
Buiten op de akkers rondom het instituut staan tal van aardappelrassen in lange, rechte rijen op de ruggen in het zand. De planten staan er fris bij na een verkwikkend regenbuitje.
Schepel blijft staan bij een bordje met daarop: Aletta. ,,Op deze planten zijn we enorm trots. Dit ras is resistent tegen aardappelmoeheid en bepaalde soorten aaltjes. En ook veel minder gevoelig voor phytophthora. En de opbrengst is goed. Dat is iets wat de boeren graag willen hebben Ze kunnen immers steeds minder chemie gebruiken op de akker, dus moeten ze steeds zorgvuldiger zijn bij de selectie van aardappelrassen.”
Minder spuiten
,,Het doel is steeds minder gewasbeschermingsmiddelen gebruiken. En op dat gebied hebben we de laatste jaren enorme stappen gezet, iets waar niet iedereen zich van bewust is. Neem bijvoorbeeld Aveline, de planten die daar groeien. Met dat ras hoeft een boer veel minder te spuiten.”
Bij Averis denken ze dus al volop na over de toekomst van de akkerbouw. Maar hoe ziet die er nog meer uit, behalve dat er een aantal nieuwe rassen wordt geïntroduceerd?
,,Er zal zeker nog het een en ander veranderen. Er zijn straks meer spuitrobots, meer robots om te schoffelen. En veel meer drones. Maar de aardappelteelt blijft altijd bestaan. Absoluut,” zegt Avebe-CEO David Fousert.