Johannes Hut (links) en Henk Zuidersma van ReHeat in Grootegast. FOTO: MARCEL VAN KAMMEN
Zonnepanelen kent iedereen. Maar heb je al van zonnecollectoren en zonneboilers gehoord? De belangstelling voor zonthermie - de techniek om water duurzaam te verwarmen - groeit langzaam maar zeker. Netbeheerders voorzien dat 30 tot 50 procent van de woningen in 2050 een installatie voor zonthermie heeft.
Terwijl zonnepanelen bezig zijn met een onstuitbare opmars, is de belangstelling voor andere techniek om het huis te verduurzamen nog bescheiden: zonnecollectoren. Daarmee wordt warmte van de zon ‘gevangen’ en gebruikt om tapwater en water voor de cv op temperatuur te brengen.
ReHeat in Grootegast heeft een leidende positie op de markt voor zonnecollectoren en zonneboilers, het Groningse bedrijf Novar bouwt in Dorkwerd het grootste zonthermiepark van Nederland.
Het is een veel efficiëntere manier van water verwarmen dan met elektriciteit, weet Henk Zuidersma van Rehaet in Grootegast. ,,Met dezelfde oppervlakte haal je uit zonnecollectoren vier keer zoveel energie als uit zonnepanelen”, zegt hij.
400 tot 500 kuub gas
Johannes Hut, directeur en oprichter van de onderneming, schat dat een gemiddeld gezin met de zonthermie jaarlijks al gauw 400 tot 500 kuub gas kan besparen. Volgens het tweetal is het bij de verduurzaming van een woning ideaal om zonnepanelen en zonnecollectoren te combineren.
Toepassing van zonthermie dient echter ook een breder belang, benadrukt het tweetal. Het elektriciteitsnetwerk kan de enorme toename van het aantal zonnepanelen niet aan. Huishoudens klagen dat de omvormers van hun zonnepanelen tijdens de piekuren worden afgeschakeld. Daarnaast zijn er steeds meer stroomstoringen.
Stevige lobby
Bij zonthermie wordt de opgewekte energie in eigen huis als warmte gebruikt en opgeslagen in water. Het belast dus niet het overvolle elektriciteitsnetwerk.
Terwijl Nederland ruim twee miljoen woningen met zonnepanelen telt, zijn er nog maar zo’n 125.000 voorzien van zonnecollectoren. Zuidersma: ,,Iedereen denkt bij verduurzaming aan elektrisch. Alle aandacht gaat naar zonnepanelen, isolatie en warmtepompen. Dat heeft te maken met een stevige lobby vanuit de markt, maar ook doordat de overheid weinig oog heeft voor zonthermie.”
Inmiddels zien ook de netbeheerders een belangrijke toekomst voor zonthermie. In een gezamenlijke studie voorzien zij dat in 2050 30 tot 50 procent van de huishoudens naast zonnepanelen voor de productie van groene stroom ook zonnecollectoren voor de verwarming van water zal hebben.
‘Bang voor concurrentie? Welnee’
In Nederland is nog een vijftal bedrijven dat systemen voor zonthermie op de markt brengt. Met de brancheorganisatie Holland Solar proberen ze de voordelen van de techniek onder de aandacht te brengen bij de beleidsmakers in Den Haag. Hut: ,,Zonthermie kan een belangrijke bijdrage leveren aan de energietransitie. Dat proberen we samen duidelijk te maken. Bang voor concurrentie? Welnee. Het marktpotentieel is zo groot.”
Inmiddels merkt ook de branche een groei van de interesse bij de huishoudens. Mogelijke oorzaken: een subsidieregeling die vorig jaar gunstiger werd en de sterk gestegen energieprijzen als gevolg van de oorlog in Oekraïne.
Drie ‘poten’
ReHeat noemt zich producent van heetwatersystemen. Die vinden via installateurs hun weg naar de gebruikers.
De drie dochters van het bedrijf bedienen elk een andere doelgroep: AgriHeat levert melkveehouders de techniek voor de reiniging van hun installaties, FlexHeat maakt voor campings en sportverenigingen systemen voor warm douchewater en ReSolar, sinds een kleine zeven jaar, bedient de huishoudens. En dat steevast met de inzet van zonthermie.
Marktleider
,,We zijn in Nederland marktleider”, zegt Hut.
Hij houdt de omzetcijfers voor zich, maar de overige cijfers zijn veelzeggend. Het bedrijf heeft momenteel 2100 zonneboilers en 2500 tot 3000 systemen met zonnecollectoren op voorraad. Het bedrijf zag zijn personeelsbestand in het afgelopen jaar tot 20 verdubbelen. De kantoren worden uitgebreid en nabij het bedrijfsgebouw aan de Industrieweg is en distributiecentrum van een kleine 3000 vierkante meter gehuurd.
ReSolar heeft zonnecollectoren van eigen merk die het bedrijf in het buitenland laat maken. Die bestaan uit glazen, vacuüm buizen waarin het daglicht wordt gevangen en omgezet in warmte, die vervolgens met de vloeistof glycol naar de zonneboiler wordt gebracht.
Prefab zonneboiler
Zonthermie heeft de naam dat de techniek moeilijk is te installeren, maar daar heeft het Grootegaster bedrijf iets op gevonden: de prefab zonneboiler met als merknaam O’so-Easy. Daarin zijn alle noodzakelijke componenten en de zonneboiler al met elkaar verbonden en onzichtbaar ondergebracht in een behuizing, waardoor het bij de consument snel en relatief gemakkelijk is te plaatsen.
Zuidersma: ,,Dat is een belangrijk voordeel. Want er is een groot gebrek aan technisch personeel. En het scheelt de consument kosten voor de installateur.”
Volgens ReSolar variëren de kosten van een systeem – afhankelijke van het aantal personen – voor een gezin van bijna 2900 tot bijna 7500 euro. De subsidie kan oplopen tot bijna de helft van die bedragen.
Grootste zonthermiepark van Nederland staat bij Dorkwerd
Op een oud baggerdepot in het nabij Groningen gelegen Dorkwerd is een indrukwekkend zonthermiepark in aanbouw, het grootste van Nederland, het op twee na grootste ter wereld. Het bestaat uit 24.000 panelen met collectoren van elk twee vierkante meter, die warmte leveren voor het warmtenet van Groningse nutsbedrijf Warmtestad.
Ruwweg becijferd ‘vangen’ de collectoren 25 procent van de warmte voor de ongeveer 12.500 woningen en gebouwen die uiteindelijk op het warmtenet worden aangesloten. De overige 75 procent is restwarmte van nabij geleden datacenters.
Gronings bedrijf
Het park is ontwikkeld door het Groningse bedrijf Novar, dat onder de oude naam Solarfields groot werd in de ontwikkeling van zonneparken die elektriciteit leveren. Tegenwoordig legt het bedrijf zich toe op duurzame energiesystemen in bredere zin, waaronder de zonthermiecentrale.
,,Zonthermie is een redelijk volwassen technologie”, zegt Bas Bolomey van Novar. ,,In landen als Duitsland en Denemarken wordt ze al jaren toegepast. Maar in Nederland is het, naar mijn mening onterecht, een ondergeschoven kindje. Dat komt doordat men meestal zoekt naar bronnen die permanent kunnen leveren. Zoals dat bij aardgas het geval was. En het nadeel van zonthermie is dat het warmte levert in het seizoen, de zomer, dat daar het minst van nodig is.”
‘Mismatch’ tussen vraag en aanbod
Ondanks de mogelijke ‘mismatch’ tussen vraag en aanbod kan zonthermie een goed bruikbare techniek zijn, stelt Bolomey, zeker bij een grote warmtevraag als in Groningen. Dan kun je met verschillende systemen werken.
Voor zo’n combinatie is dus in Groningen gekozen. Daar voedt, heel simpel voorgesteld, het zonthermiepark het warmtenet ’s zomers. De warmte van de datacenters wordt overwegend ondergronds opgeslagen en ’s winters aangesproken.
Bij duurzame energie kun je geen bronnen uitsluiten, zegt Bolomey. ,,Ze zijn allemaal nodig. Je moet per geval bekijken welke het meest geschikt is, maar ook of een combinatie van bronnen de beste oplossing biedt.”
Veel belangstelling
Het project in Groningen trekt veel belangstelling, constateert hij, die mogelijk tot meer toepassingen van zonthermie leidt. ,,Men ziet nu dat je er wel degelijk iets op grote schaal mee kunt realiseren; dat er een businesscase mee mogelijk is. Het opent de ogen van gemeenten en adviesbureau’s. Als bedrijf kijken we nu ook of op locaties waar we met zonnepanelen elektriciteit wilden gaan produceren, er ook een warmtevraag is. Zodat we er zonnecollectoren kunnen neerzetten, of een combinatie. We hebben natuurlijk ook te maken met de netcongestie, waardoor het steeds moeilijker is om elektriciteit te produceren.”