Albert van den Belt en Gert Brommer doen mee aan Urgenda door innovatief te boeren. Foto: Wilbert Bijzitter
Een jaar geleden startte Urgenda een project om boeren te laten omschakelen naar een nieuw, duurzamer landbouwsysteem tegen een vergoeding. Landbouwer Hendrik Luth uit Wedde doet mee, evenals veehouders Albert van den Belt en Gert Brommer in Darp.
Duurzaamheidsorganisatie Urgenda wil met het 7-Vinkjes Project oplossingen aandragen voor veranderingen in de landbouw. Deelnemende boeren moeten daarvoor in tien jaar aan zeven duurzame eisen voldoen. Landbouwers die meewerken, krijgen van Urgenda 1000 euro per hectare voor tien jaar (voor maximaal 30 hectare). Dat komt bovenop hun eigen verdiensten.
De zeven vinkjes gaan onder meer over minder diep ploegen, geen gebruikmaken van kunstmest of preventief gebruik van gif. De boeren zorgen voor meer ‘landschapselementen’ op hun bedrijf zoals heggen, slootjes, bloemenranden, houtwallen en bomen. Veehouders moeten minder koeien houden per hectare en gebruik maken van kruidenrijk gras. Het vee moet jaarlijks minimaal drieduizend uur in de wei staan (ruim vier onafgebroken maanden). Boeren kunnen extra vergoedingen krijgen, als ze nog verregaandere stappen zetten.
Een jaar geleden deed Urgenda in deze krant nog een oproep aan boeren in Groningen, Drenthe en Friesland om mee te doen. Inmiddels is het project begonnen. Boer Hendrik Luth (64) uit Wedde is vol enthousiasme begonnen met Urgenda, evenals de rundhouders Albert van den Belt (59) en Gert Brommer (43) in Darp.
‘Mijn droom is dat ik door collega’s voorbijgelopen word’
„Je moet mijn verhaal leuk brengen”, zegt boer Hendrik Luth (64) uit Wedde. „Want de gemiddelde mens heeft 2, 3 seconden aandacht en dan klikt-ie door.” Kortom, de verwachtingen zijn hoog. Nou, komt-ie.
Luth sjouwt langs zijn enorme wagenpark met enorme bietenrooiers, kiepwagens, aardappelrooiers, maaidorsers en rijenspuiten. Zijn machines hebben enorme banden, bakken en koppelingen. Mechanische mammoeten, masculiene oogsttanks. Luth knutselt er graag aan. Hij is niet alleen landbouwer maar bestiert met zijn zoons ook een loonbedrijf waardoor de machines op menig akker in de buurt los kunnen.
Hij kan honderduit over de duurzame aanpassingen van zijn voertuigen vertellen. „In deze middeleninjector kan ik de hulpstof Squall toevoegen, dat hecht aan de uitvloeier, waardoor de drift wordt gereduceerd.” Vertaling: je kunt met speciale spuitjes op een werktuig achter de trekker gerichter bestrijdingsmiddelen of voedingsstoffen aan planten toedienen. Je hoort ook gelijk: boer zijn is echt een vak apart.
Hendrik Luth uit Wedde en zijn zoon Noah aan een akkerrand die zijn ecologisch beheren vanuit hun samenwerking met Urgenda. Foto: Huisman Media
In een tweede schuur is zijn zoon Noah (26) bezig met een zelfontworpen trekker die kan klepelen, ploegen, zaaien en aandrukken in één keer. Een inventief ding, zo hoef je maar één keer over het land heen. Ook zoon Aron (24) en vrouw Brenda (60) helpen druk mee op het bedrijf. „Alleen kan ik het niet.”
Het gezin Luth is gek op vernieuwen. Dat doen zij samen met loonbedrijf Speelman in Alteveer. „Op dit moment weten veel bedrijven in de landbouw niet hoe het moet. Het is enigszins chaos en daarin heb ik wel schik. Dat geeft ruimte om te vernieuwen.”
Daarom heeft hij zich ook aangemeld bij Urgenda. Ook hij wil als zeven-vinkjesboer een bijdrage leveren aan gezondere toekomst. „Ik hoorde ervan en dacht: geweldig. Ik heb me meteen aangemeld. Ze hebben mijn eeuwige respect, zelfs al zouden we ruzie krijgen. Want zij roepen niet vanaf de zijlijn, maar zoeken de samenwerking met de landbouw. Als ik een vraag heb, helpen zij mij om het uit te zoeken.”
Ook de andere boeren die met Urgenda meedoen, hebben indruk op Luth gemaakt. „Ze hebben de negentien leukste boeren van Nederland weten te vinden.”
Wat verandert er
Hij gaat vanwege de samenwerking minder bestrijdingsmiddelen gebruiken en andere gewassen telen. Minder aardappelen, want die putten de bodem op zijn veenkoloniale akkers sneller uit. Meer graan, erwten en hennep. Restanten van het graanland laat hij in de winter voor de vogels staan.
Zonder gewasbeschermingsmiddelen kan Luth nog niet. Maar hij gaat wel kritisch kijken welke stofjes hij wel en niet wil gebruiken. „Dat is echt nieuw voor me. Ik ga precies uitzoeken welke middelen meer en minder schadelijk zijn voor het milieu.” Daar denken medewerkers van Urgenda over mee.
Menselijke consumptie
Andere zaken deed Luth al wel. Zo hanteert hij sinds vier jaar een 75-10-15-regeling. Op 75 procent van zijn land verbouwt hij voedsel voor grote afnemers. 10 procent is ‘groenblauwe dooradering’ (ruimte voor natuur en water). En 15 procent moet gericht zijn op het verbouwen van goed voedsel voor eigen bevolking. „We zijn een van de rijkste landen van de wereld, maar we krijgen alleen maar geïmporteerde rommel voorgeschoteld.”
Hendrik Luth te midden van de erwten. Urgenda wil inzetten op een landbouwsysteem met meer teelten voor menselijke consumptie. Foto: Huisman Media
Hij hoopt dat voedsel voor eigen bevolking in de buurt ooit het basisinkomen van elke boer zal worden. De maatschappij is volgens Luth nog te veel gericht op export. „Als je teelt voor eigen land, kun je afzijdig blijven van internationale spanningen. Je moet je eigen bevolking te allen tijde kunnen voeden. Als kiezers geen eten hebben, gaan ze rare dingen doen. De democratie heeft de meeste overlevingskans als er voldoende goed, betaalbaar voedsel is.”
Filosofische boer
U merkt: als u in gesprek gaat met boer Luth uit Wedde, dan gaat u de diepte in. De Oost-Groninger is kritisch op het kapitalistisch model waarin we allemaal werken. „Het fatsoen verliest het van kortetermijnwinsten. Dat is een weeffout in het kapitalistische systeem.”
Daarom wil Luth graag nieuwe dingen proberen die de wereld mooier maken. „Ik probeer altijd nieuwe, duurzamere technieken uit, om te kijken of ik ze commercieel kan inzetten.”
Hendrik en Noah Luth bij de kas op het boerenbedrijf. Dit is ook een plek om mensen te ontvangen die meer willen weten over hun innovatieve methodes. Foto: Huisman Media
Vernieuwingen op het bedrijf
Daarbij loopt hij voor de troepen aan. Hij vergelijkt de agrarische sector met een bijenvolk. „Een groot deel bestaat uit de werkers. Die leveren het werk wat nodig is en houden de maatschappij draaiende. En sommigen zijn de mutanten of koninginnen. Die zorgen voor vernieuwing. Het is allebei nodig.”
Zo legde deze ‘mutant’ uit Wedde tien jaar geleden een elektrische beregeningsinstallatie aan op zonnepanelen. Ook werkt hij al jaren met precisiespuiten die bestrijdingsmiddelen alleen op onkruid spuiten en voedingsstoffen (zoals stikstof of kalium) gericht onderaan de plant deponeren. Ook bouwde hij eigenhandig een schoffelaar die met cameraherkenning om de planten heen schoffelt.
Luth werkt al jaren met groenbemesters. Dat zijn plantjes die zorgen dat de bodem niet braak ligt. Ook ploegt hij minder en ondieper dan veel collega’s om het bodemleven niet te verstoren. Hij zaaide ook een akker in met allerlei verschillende soorten gewassen in een ‘mozaïek-patroon’, wat vogels en insecten jaarrond aantrekt. Middenop de akker staat een paal: de ‘luistervink’ die meet hoeveel vogels eropaf komen. Luth is de eerste met zo’n akker in Groningen. Op 19 juni zijn geïnteresseerde boeren ‘s ochtends daarom welkom voor een excursie op zijn akker.
De meeste zaken deed Luth al voor hij bij Urgenda aanklopte. Toch wilde hij met ze in zee. Hij krijgt adviezen en een financiële tegemoetkoming voor zijn inzet.
Delen van kennis
Luth hoopt dat zijn bedrijf te boek komt te staan als experimenteerboerderij. Hij deelt graag al zijn kennis, aan patenten heeft hij een hekel. „Mijn droom is dat ik straks door collega’s links en rechts voorbijgelopen word.”
Luth laat een onderkomen in aanbouw zien op zijn erf. Dit wordt een congresgebouw dat hij op eigen kosten laat bouwen. „Ik wil hier dertig tot veertig mensen kunnen ontvangen en ze professioneel te woord staan. Over de plannen van Urgenda of over mijn innovaties.”
Een deurtje verder
We vertrekken bij boer Hendrik Luth in de provincie Groningen, die heeft laten zien hoe hij voorop wil lopen in het creëren van een toekomstbestendige landbouwsector met plaats voor het verbouwen van eigen voedsel.
Hoe zou dat zijn voor veehouders? Welke keuzes maken zij als ze meedoen met Urgenda? De duurzaamheidsclub wil immers vooral inzetten op meer plantaardig voedsel. We gaan langs bij een boerderij in de provincie Drenthe.
‘Wij testen het overheidsbeleid op volhoudbaarheid’
In een stal in Darp staan zeventig lakenvelders hooi te vreten. Wie goed kijkt, ziet dat het nogal grof voer is. Het zijn takjes en ruige stengels van gras uit de omliggende natuurgebieden. De herkenbare runderen – met hun witte strook van hun rug tot buik – accepteren dit kruidenrijke streekmenu.
Op een stoeltje voor de stal zitten Gert Brommer (43) uit het Overijsselse Tuk en Albert van den Belt (59) uit Havelte. Naast de koeien hebben ze hier ook 30 hectare landbouwgrond en dertig Swifter schapen: een zeldzaam ras.
’s Zaterdags zitten de mannen hier na de gedane arbeid graag met een thermoskan koffie. Ze bespreken hun bedrijf en het leven, terwijl ze uitkijken over de prachtige landerijen tussen de houtwallen in het coulisselandschap nabij het Holtingerveld.
Albert van den Belt (links) en Gert Brommer tussen de Lakenvelders van hun boerderij in Darp. Foto: Wilbert Bijzitter
Samen runnen ze deze boerderij op een uitdagende plek. Ze zitten tegen kwetsbare natuurgebieden aan, in grondwaterbeschermingsgebied voor Vitens. Daarom besloten ze zich aan te melden bij Urgenda en mee te doen met de zeven-vinkjeslandbouw.
Een gekoesterde droom
Gert Brommer kreeg de boerderij rond 2021 in handen. Als adviseur bij een landelijk agrobedrijf had hij het verlangen om in zijn vrije tijd zelf als boer aan de slag te gaan. Hij kreeg de kans om het bedrijf van een stoppende boer in Darp over te nemen. Een jaar later haakte oud-collega Albert van den Belt aan. Samen pachten ze 33 hectare grasland van Vitens en Staatsbosbeheer.
Het bedrijf heet Holtingerveld Lakenvelders. Ze zijn gespecialiseerd in het fokken van de kleine runderen. Die kunnen zich goed redden met grof hooi en weinig krachtvoer. Al het vlees van de boerderij is bedoeld als luxevlees, speciaal voor liefhebbers van een goed stukje rund. Ook handelen de mannen in fokmateriaal van het zeldzame koeien- en schapenras.
De keuze om met Urgenda mee te doen was voor de mannen niet idealistisch, maar realistisch, benadrukt Brommer. „We besloten al eerder: alles wat we hier gaan doen, doen we in de geest van de regeneratieve landbouw. Dat bleek te passen bij de visie van Urgenda.”
Regeneratieve landbouw is een methode waarbij de boer bij het produceren van voedsel ook de bodem en natuur gezonder maakt. Hij maakt gebruik van natuurlijke processen, ploegt bij voorkeur niet en zorgt voor meer variatie in de gewassen. Om een bodem boordevol leven te krijgen, is tijd, geld en expertise nodig. Daar kan Urgenda mee helpen.
„Door een regeneratief bedrijf te starten, bewegen we mee met de kant die de overheid graag op wil”, zegt Van den Belt. „Daarmee testen wij het overheidsbeleid op volhoudbaarheid. Er wordt een heleboel geroepen, wij gaan uitzoeken of dat rendabel is.”
De boeren Gert Brommer en Albert van den Belt zetten in op verschillende soorten granen en bloemrijke akkerranden vanwege hun deelname aan het Urgenda-initiatief. Foto: Wilbert Bijzitter
80 procent eens
Overigens was boer Brommer nog niet direct overtuigd van de samenwerking met Urgenda. Toen hij directeur Hanneke Ormondt voor het eerst hoorde spreken, zei hij tegen zichzelf: „Hemeltjelief, wat liggen onze visies ver uit elkaar.”
Thuis kwam de bezinning. „We zijn het 80 procent eens en voor 20 procent liggen we wat verder uit elkaar.” Zijn waardering voor Urgenda begon te groeien. „Want eigenlijk is er maar één club in Nederland die de boeren echt helpt om regeneratief boer te worden door de daad bij het woord te voegen en kennis, tijd en financiële middelen te leveren.”
Een heleboel wat Urgenda van boeren verlangt, deden Van den Belt en Brommer al. Maar sinds de samenwerking doen ze er nog een extra stap bij. Het tweetal gebruikt geen kunstmest meer, en moet nu creatieve oplossingen verzinnen om voldoende groei in het gras te houden.
Het bedrijf 'Holtingerveld Lakenvelders' pacht natuurgronden. Foto: Wilbert Bijzitter
Ook doen ze aanpassingen op het stukje esgrond waar ze akkerbouw bedrijven. Vorig jaar verbouwden ze aardappels, tarwe en mais op gangbare wijze. Dit jaar hebben ze een akkermozaïek met kruidenmengels, bloemenranden en verschillende granen. Ze proberen zo min mogelijk chemische middelen te gebruiken en zaaien na de oogst groenbemesters.
Het lukt de mannen goed om het kersverse boerenbedrijf op duurzame wijze in de benen te houden. Al zijn ze niet de hele dag druk met alle zeven vinkjes van Urgenda. Van den Belt: „De enige vinkjes die we hebben, zijn die van onze enorme to-dolijst.”
Kan het uit?
Van den Belt en Brommer hebben beiden nog een voltijdbaan. Beide mannen willen dan ook niet meer dan 15 tot 20 uur per week in hun bedrijf steken. Anders zijn ze te veel van huis.
Alles wat ze verdienen, stoppen ze tot nu toe nog terug in het bedrijf. Leningen van de bank hebben ze niet, alles is betaald met eigen geld. Van het bedrijf Holtingerveld Lakenvelders hoeven ze niet te leven. Gelukkig maar, want als je de uren verrekent, levert het nog erg weinig op.
Hun drijfveer: plezier hebben in het boerenbedrijf. Al moet je dit absoluut niet als hobbyproject zien, verzekert Brommer. „Zodra we dit als hobby gaan zien, dan stoppen we de volgende dag.”
Nee, dit bedrijf is echt bedoeld om winst te maken. Van den Belt: „We verwachten dat we hiermee op termijn het rendement van een gangbaar bedrijf kunnen halen. Wij kiezen met onze aanpak niet voor de snelle route naar winst.”
Albert van den Belt (links) en Gert Brommer specialiseren zich in het fokken van Lakenvelders. Dit oerras kan zich goed redden met grof hooi en weinig krachtvoer. Foto: Wilbert Bijzitter
Urgenda-campagne 1001ha in Groningen
De organisatie Urgenda heeft naast de 7-vinkjes-landbouw nog een ander project lopen voor boeren: de campagne ‘1001ha’.
Daarmee wilde de duurzaamheidsclub in 2020 in heel Nederland 1001 hectare landbouwgrond omzetten naar kruidenrijk grasland of andere natuurvriendelijke oplossingen zoals paardenweiden, meerjarige bufferstroken en klaveronderzaai. Boeren die op die manier bodem, water en biodiversiteit verbeteren, krijgen van Urgenda hulp en een financiële bijdrage. Het project loopt nog altijd. Enkel in 2025 kwam er 7000 hectare biodiverse akker en kruidenrijk grasland bij.
In Groningen wordt die financiële bijdrage per hectare sinds april verdubbeld. Dat kan dankzij extra geld van de provincie en het Nationaal Programma Groningen. Daarmee krijgen boeren een deel van de kosten voor bijvoorbeeld zaaigoed en aanleg vergoed. Melkveehouders kunnen ondersteuning krijgen tot 6 hectare kruidenrijk grasland of 9 hectare in gemeenten die meebetalen. Voor akkerbouwers gaat het om 10 hectare, of 15 hectare in die meewerkende gemeenten.
Urgenda
Urgenda is de organisatie voor innovatie en duurzaamheid die Nederland samen met bedrijven, overheden, maatschappelijke organisaties en particulieren sneller duurzaam wil maken. Dat doen ze aan de hand van hun visie op het gebied van energie en hun visie op het gebied van landbouw, met concrete oplossingsgerichte projecten.