Oude tuinbouwschool Frederiksoord wordt gerestaureerd en verbouwd tot hotel. 'Alle liefde en respect voor monument, maar gebouw moet wel functioneel zijn'
Minne Wiersma, directeur van de Maatschappij van Weldadigheid, in de bestuurskamer van de oude tuinbouwschool. ,,Het behang wordt geconserveerd." Foto: Martijn Bijzitter
Duizenden studenten hebben het vak van hovenier of boswachter geleerd in de klaslokalen van de oude tuinbouwschool in Frederiksoord. Het gebouw wordt binnenkort opgeknapt en verbouwd tot een hotel. Wij mochten even achter de voordeur kijken.
Met een ferme klik draait Minne Wiersma de deur van het slot. De directeur van de Maatschappij van Weldadigheid, sinds drie jaar eigenaar van het rijksmonument, had al gewaarschuwd: „Heb je een warme jas bij je? Het kan binnen nogal koud zijn. Het pand staat al jaren leeg.”
We staan binnen in de voormalige tuinbouwschool in Frederiksoord, gebouwd in 1884. Om precies te zijn in de hal van het oude schoolgebouw. Het er is inderdaad vochtig koud. De vloer in de hal is belegd met plavuizen. Zonder al te veel fantasie zie je tientallen studenten het vuil van hun schoenen stampen op de tegels en hun jassen ophangen aan de haakjes aan de wand.
Voorliefde voor antieke klokken
Maar de haakjes zijn er allang niet meer. Wat wel opvalt zijn de vele tralies voor de ramen. Tussen 1970 en 2022 woonde er een ouder echtpaar in het verwaarloosde pand. De man des huizes had een voorliefde voor antieke klokken en vestigde een klokkenmuseum in het monument. „Hij was angstig voor inbraken van zijn verzameling klokken en heeft overal tralies geplaatst”, zegt Wiersma.
Die metalen buizen voor de ramen moeten straks allemaal verwijderd worden als de tuinbouwschool wordt gerestaureerd en omgetoverd tot een modern hotel van de Enjoy-keten, volgens het all-inclusive concept.
De oude tuinbouwschool in Frederiksoord. Er mogen geen zonnepanelen straks op het dak. Die komen in de tuin te staan. Foto: Martijn Bijzitter
Hoe zuinig de voormalig huurder ook was op zijn klokken, naar de staat van het gebouw keek hij niet om. De man en zijn echtgenote moeten er in bijna Spartaanse omstandigheden hebben geleefd. De kamers, de toiletten, de keuken, de badkamer, het tapijt, alles maakt een desolate indruk.
Cappuccino met appeltaart
Lopend door het gebouw is het bijna niet voor te stellen dat in de zomer van 2026 gasten van het hotel zich te goed kunnen doen aan een cappuccino met appeltaart, genieten van een stortdouche of liggend op een luxe boxspring lekker tv kunnen kijken. Het gebouw is over ruim anderhalf jaar een dependance van Logement & Gasterij Frederiksoord, aan de overzijde van de Majoor van Swietenlaan in Frederiksoord.
Elk voormalig klaslokaal wordt straks een hotelkamer, legt Minne Wiersma uit. Wat opvalt: de klaslokalen van vroeger zijn een stuk kleiner dan de lokalen die nu gebruikelijk zijn in het onderwijs. „Tussen de 25 en 30 vierkante meter”, weet Wiersma. ,,We mogen ook niet schuiven met de muren. Alles moet in originele staat blijven.” Negen kamers worden er in de oude school gerealiseerd, vier in een nieuw bijgebouw, twee in de voormalige garage aan de achterzijde.
De voormalige lerarenkamer. Foto: Martijn Bijzitter
Het wordt dé grote uitdaging van de verbouwing. Hoe restaureer en verduurzaam je het voormalige schoolgebouw zonder dat de kosten uit de klauw gieren? De totale kosten van de restauratie van de tuinbouwschool worden nu becijferd op bijna 2,5 miljoen euro. De provincie Drenthe draagt daar 500.000 subsidie aan bij, de overige 2 miljoen euro wordt geleend van het landelijk Restauratiefonds en het Drents monumentenfonds.
„De totale kosten zijn zorgvuldig becijferd”, stelt Wiersma als opdrachtgever, „we hebben wel wat ervaringen met de ramingen van dit soort projecten. Het kan er een ton overheen gaan of 50.000 euro minder zijn, ik verwacht dat we niet heel ver de plank misslaan.” Toch moest hij geregeld op de rem trappen in de vele vergaderingen met de monumenten-experts, de restaurateurs, de architect en de aannemer.
‘Wie betaalt bepaalt’
„Soms had ik het gevoel dat ik als patiënt dertien chirurgen om mijn bed had staan en dat ze allemaal over mij oordeelden. Maar de patiënt zelf werd niks gevraagd. Maar het is nog altijd zo: wie betaalt bepaalt. Als je de experts hun gang laat gaan, wordt het zo gerestaureerd dat je er niks meer mee kunt. Alle liefde en respect voor het monumentale pand, maar het moet straks ook functioneel zijn in gebruik”, stelt Wiersma.
Al blijven bepaalde beperkingen in functionaliteit wel bestaan. Het nieuwe hotel is ongeschikt voor mensen die slecht ter been zijn of in een rolstoel zitten. Ze komen de trap voor de ingang niet op. De vele drempels in het pand moeten ook intact blijven en er komt geen lift in. „Gelukkig bestaat het hotel uit meerdere gebouwen. In een ander gedeelte kunnen deze mensen wel terecht”, weet Wiersma.
Kunststukje van de restauratie
We hebben ondertussen de trap beklommen naar de eerste verdieping. En kijken rond in de vroegere bestuurskamer. De ruimte straalt nog steeds enige grandeur uit, al is de staat van onderhoud erbarmelijk. Het behang is vies, verkleurd, gescheurd en op bepaalde plekken zelfs verdwenen.
Toch vindt in deze ruimte het grootste kunststukje van de restauratie plaats. Het behang wordt volledig in oude staat hersteld. Wiersma ziet het ongeloof op de gezichten van zijn bezoekers. „Ja, het behang vindt men van grote waarde. Dus dat wordt helemaal geconserveerd en hersteld. Dat gaan ze ieder geval proberen.”
Zoals ook de serre aan de achterzijde van het pand in oorspronkelijke staat wordt teruggebracht. De restauratie-specialisten waren zelfs enthousiast over een oude -overigens defecte- verwarmingsgenerator op stookolie in de kelder. „Ik had al lopen piekeren hoe ik dat ding in hemelsnaam uit het gebouw kon krijgen”, zegt Minne Wiersma, „maar nu blijkt het een grote monumentale waarde te hebben en moet het erin blijven.”
De defecte verwarmingsgenerator in de kelder van het gebouw blijft staan. Foto: Martijn Bijzitter
Over verwarming gesproken. Een van de grote uitdagingen van de verbouwing wordt het compleet verduurzamen van de tuinbouwschool, die stamt uit de 19de eeuw. „Het gebouw krijgt zonnepanelen, maar die mogen dan weer niet op het dak liggen, maar krijgen een plek in de tuin.”
Neem bijvoorbeeld ook de huidige ramen in de kozijnen. Superdun, enkel glas, zonder enige vorm van isolatie. Energiezuinig HR++ glas is te dik en nieuwe kozijnen zijn uit den boze. Dus is speciaal glas besteld. Het zogenaamde BENGglas is superdun vacuümglas met een hoge isolatiewaarde. Belangrijkste voorwaarde: het past in de oorspronkelijke sponningen. „Dat glas is superduur. Maar de levertijd is minimaal een jaar, dus we hebben het al besteld.”
De serre wordt weer in oorspronkelijke staat teruggebracht. Foto: Martijn Bijzitter
Het zijn niet de enige hobbels in het verbouwtraject. Er moet asbest verwijderd worden op verschillende plaatsen en een in het pand genesteld vleermuizenvolkje moet tijdelijk naar elders verplaatst, zodat ze niet bruut schrikken van het geluid van klopboren of zaagmachines. En dat zijn niet de enige dieren waar de Maatschappij van Weldadigheid zich om moet bekommeren.
Broedseizoen
„We hopen dat in maart de bouwvergunning rond is. Dan kunnen we nog net even een paar weken aan de slag voordat het broedseizoen begint. Want in die periode mogen we geen trillingsgevoelige werkzaamheden doen in verband met de verschillende diersoorten die hier leven.”
De directeur haalt berustend zijn schouders op. „Tja, dat zijn nu eenmaal de regels, wij houden ons daar netjes aan. Als de vergunning niet op tijd is, dan kunnen we pas in augustus starten met alle werkzaamheden.”
Maatschappij van Weldadigheid
De tuinbouwschool in Frederiksoord (1883) is eigendom van de Maatschappij van Weldadigheid. De stichting draagt de unieke geschiedenis uit van één van de Koloniën van Weldadigheid die in juli 2021 de Unesco Werelderfgoedstatus verkregen.
In Frederiksoord en Wilhelminaoord realiseerde de stichting het bezoekerscentrum Huis van Weldadigheid en museum De Proefkolonie. Ook werden Koloniewoningen van de Toekomst gebouwd en werd de Mandenmakerij omgeturnd tot een complex met zorgappartementen. De stichting bezit 56 monumentale panden, 439 voormalige koloniewoningen, bos, natuur, landbouwgronden en openbare wegen.
Andere Koloniën van Weldadigheid bevinden zich in Veenhuizen, Willemsoord, Ommerschans en het Belgische Wortel en Merksplas.