Leliebollenteelt in de buurt van Hooghalen. Foto: Kees van de Veen
De Raad van State moet een uitspraak terugdraaien van de rechtbank Noord-Nederland waarbij Milieudefensie gelijk heeft gekregen over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen naast natuurgebied Holtingerveld door een lelieteler.
Dit eiste het provinciebestuur van Drenthe maandag in hoger beroep.
Volgens de provincie boert de lelieteler op bestaande agrarische percelen waar wisselteelt normaal is. Daar mag hij van alles laten groeien. Het gaat om voortgezet gebruik en de toepassing van bestrijdingsmiddelen hoort daarbij. Om de zoveel jaar zijn het lelies, zegt de provincie.
Met een spuitzone van 250 meter breed is volgens het provinciebestuur aannemelijk dat geen landbouwgif in het beschermde natuurgebied Holtingerveld terecht komt. De schadelijkheid van bestrijdingsmiddelen is overigens een zaak van de Commissie voor de toelating van de gewasbeschermingsmiddelen en biociden, vindt de provincie.
Hoger beroep
De rechtbank Noord-Nederland maakte drie jaar geleden korte metten met deze redenering. De rechtbank vond dat de provincie onderzoek moest doet naar de effecten van de lelieteelt waar veel bestrijdingsmiddelen in omgaan. Na de uitspraak van de rechtbank gebeurde er echter niets. Maandag stonden Milieudefensie en de provincie in hoger beroep in de rechtszaal van de Raad van State.
De rechtbank besliste op 18 juni 2021 dat Drenthe een zogeheten passende beoordeling moet maken. Zijn er belangrijke negatieve effecten van gewasbeschermingsmiddelen op het natuurgebied? Volgens de rechtbank is de lelieteelt aan de Middenweg sinds 1990 zo groot geworden dat er sprake is van een project dat valt onder de Habitatrichtlijn en de natuurbeschermingswet. Daarom moet er een onderzoek komen. Verder bepaalde de rechtbank dat er geen enkel wetenschappelijke onderbouwing is van de 250 meterzone.
Volgens de rechtbank zijn restanten van bestrijdingsmiddelen teruggevonden op afstanden van 500 meter. Milieudefensie stelt dat de middelen zich met stofdeeltjes zelfs kilometers door de lucht kunnen verplaatsen. De agrariër schaart zich volledig achter de provincie.
‘Geen reden om lelieteelt anders te benaderen dan teelt van aardappelen’
Al ver voordat de Habitatrichtlijn bestond wordt op de percelen al gewas verbouwd en met beschermingsmiddelen gespoten, zegt hij. „Er is geen reden om de lelieteelt anders te benaderen dan de teelt van aardappelen’’.
Omwonenden die de lelieteler met de spuit bezig zagen begonnen zich een paar jaar geleden zorgen te maken en trokken aan de bel. Milieudefensie vroeg vervolgens de provincie in 2018 om handhaving. Dat verzoek werd afgewezen.
Woordvoerder Henk Baptist van Milieudefensie Afdeling Westerveld gaf aan dat het handhavingsverzoek verder gaat dan alleen de lelieteelt. De milieuclub wil eigenlijk dat agrariër elke keer als ze van teelt wisselen aan de provincie doorgeven welke bestrijdingsmiddelen ze gaan gebruiken en hoeveel. „Een soort AERIUS zoals bij stikstof, maar dan voor bestrijdingsmiddelen’’, zei een woordvoerder.
De uitspraak van de Raad van State volgt over enkele maanden.