Jaap de Boer voor Herberg 't Plein in Meppel. Foto: Gerrit Boer
Ze zijn er nog, de dorpscafés. Wij bezoeken deze zomer oude kroegen op het Drentse platteland. Herberg ‘t Plein in Meppel, meer stadscafé dan dorpscafé, wordt al jaren gerund door Jaap de Boer.
Meppel is een buitenbeentje in Drenthe. Turf, jenever en achterdocht hebben er plaatsgemaakt voor een vleugje randstedelijke branie. Gevolg van de innige banden die Meppel als handelsstad in de Gouden Eeuw onderhield met Amsterdam; waar anders vind je de Herengracht, Keizersgracht en Prinsengracht? En ze liggen ook nog in dezelfde volgorde als in de hoofdstad.
Op 22 augustus is Herberg ’t Plein ‘the place to be’ tijdens Mokum in Meppel, de klassieker onder de Meppeldagen. Op die dag waan je je hier in een bruine kroeg in de Jordaan, inclusief meezingers. In dit ‘Mokum van het Noorden’ ligt ‘Bij Jaap’, zoals het sinds jaar en dag wordt genoemd.
Jaap is de 66-jarige Jaap de Boer, sinds 1986 uitbater en eigenaar van Herberg ’t Plein. Jaap is een begrip. Als hij door de Jordaan loopt, noemen ze hem ‘Jaap Meppel’. „Maar noem me geen ‘Mister Meppel’. Want iedereen in Meppel draagt bij aan de stad. Alleen heb ik meer kansen gehad. Of gegrepen.”
Tweede kopje koffie gratis
Als zoon van een cafetariahouder groeide Jaap de Boer op in de horeca. Twee jaar diende hij bij de mariniers. Ruim een jaar werkte hij in een ander café, voordat hij en zijn Petra in 1986 de hand wisten te leggen op de Drentse Heerlijkheid, wat voorheen Vrielink heette. Het werd Herberg ’t Plein, de plek waar een oude traditie terugkeerde; tot de dag van vandaag is het tweede kopje koffie er gratis.
Aan de bar drinkt een man met hoed zijn biertje. Achter hem leggen vier zestigers een kaartje. Achter de gokkast waagt een man in colbert nog een kans. Aan de tafel aan het raam nipt een echtpaar in fietskledij van koffie, vergezeld met appelgebak. Een twintiger met koptelefoon peuzelt zijn broodje kroket op terwijl hij in zijn studieboeken bladert. Op het terras spelen kinderen, terwijl twee moeders de week doornemen.
Hier mag iedereen zich thuis voelen. Op deze plek mag je jezelf zijn. Foto: Gerrit Boer
Hier mag iedereen zich thuis voelen. Op deze plek mag je jezelf zijn. „Het café is een kameleon”, verwoordt Jaap de Boer. Zijn herberg kleurt mee met de gast. Het Plein neemt moeiteloos de gewenste kleur aan. „Een café moet meebewegen op de golven.” Zijn herberg deint mee op de golven, maar er zijn vaste waarden in Herberg ’t Plein. „Herkenningspunten”, noemt Jaap de Boer ze.
‘Gespreksklaar’
Zo is het personeel ‘gespreksklaar’ op het moment dat de deur los gaat. „Dan hebben we de koppen in de krant gelezen en weten de weetjes van de stad. En dan hoor je geen stofzuiger meer. Dat thuisgevoel, daar zijn we dorps in.”
Nog zo’n vaste waarde: vóór 11 uur ’s ochtends wordt er geen alcohol geschonken. „Bij mijn vader werd ’s ochtends al gedronken. Maar ’s ochtends hoef je niet dronken te zijn. Vind ik. Iedereen mag anders vinden, maar ik vind van niet. De rest van de dag ben ik niet anti-alcohol, maar ik vind dat die huisvrouw of de vader met zijn dochter onbezorgd hier moet rondlopen.”
Jaap de Boer prent zijn personeel in: doe alsof de mensen die je serveert jouw opa en oma zijn. „Daar wil je alles goed voor doen. Je moet trots zijn. Als je in de stad loopt, heb je ‘Herberg ’t Plein’ op je voorhoofd staan." Foto: Gerrit Boer
Nog zo een: het personeel drinkt achter de bar geen druppel alcohol en altijd staat er een auto klaar mocht dat nodig zijn. En hij prent ze in: doe alsof de mensen die je serveert jouw opa en oma zijn. „Daar wil je alles goed voor doen. Je moet trots zijn. Als je in de stad loopt, heb je ‘Herberg ’t Plein’ op je voorhoofd staan. Daar moet je goed van doordrongen zijn.”
Lolly voor de kinderen
En de laatste: de lolly voor de kinderen die naar de wc gaan. „Kinderen zijn hier groot geworden. Kennen mij soms beter dan opa en oma. In die 38 jaar zijn de eerste kleinkinderen geboren van de opa’s en oma’s die destijds hier op stap gingen.”
De tijden zijn wel degelijk veranderd, betoogt Jaap de Boer. Ga maar na: je kreeg het rookverbod, mocht tot 16 jaar geen alcohol schenken, daarna tot 18 jaar. De Boer vindt dat niks. „Omdat je in de kroeg ondeugend mag zijn, gekke dingen mag doen. De jeugd moet opgroeien in de kroeg. Dronken worden. Beter vertrouwd over de schreef gaan dan stiekem, zoals je dat nu vaak ziet. Wij zijn gediplomeerd, je mag mij er altijd op aanspreken.”
Want als zijn kroeg ‘de huiskamer’ wordt genoemd, dan wil Jaap de Boer maar wat graag de betrouwbare heer des huizes zijn. „Natuurlijk worden mensen hier ladderzat en natuurlijk worden hier drugs gebruikt. Maar o wee als ik erachter kom. Want ik wil voor niemand wegkijken. Niemand. Als ik een vader tegenkom die zegt: mijn dochter kwam onder de drugs uit Het Plein. En ik wist het? Dan moet ik wegkijken. Dat wil ik niet. Ik wil ongelooflijk gelukkig door deze stad lopen.”
Kleinzoon
,,Want kijk nou eens wat Meppel mij gegeven heeft? Ik ben de stad. De stad ben ik. 100 procent.” Foto: Gerrit Boer
Vijf jaar geleden werd zijn kleinzoon geboren. Rond diezelfde tijd spiegelde de notaris hem voor hoe de toekomst eruit kon zien: hij kon verkopen of kijken naar opvolgers. Die vond hij in twee personeelsleden. „Ik had kunnen verkopen, maar weet je waarom ik dat niet wilde? Omdat ik hier over 10, 15 jaar wil langslopen met mijn kleinzoon en dan mag hier niets anders zijn dan mooi horecabedrijf. Dat doe ik ook voor de stad. Want kijk nou eens wat Meppel mij gegeven heeft? Ik ben de stad. De stad ben ik. 100 procent.”