'Karakter hebben houdt soms ook in dat je moet weten wanneer je moet stoppen met doorzetten.' Foto: Corné Sparidaens
„Meneer Koops, u bent ontsnapt.” Die woorden van hoogleraar Hans Engels toen hij tijdens een college staatsrecht hoorde dat Peter Koops uit Valthermond kwam, zijn Koops bijgebleven. Veel vooroordelen over de Veenkoloniën zijn waar, vertelt de 41-jarige advocaat. Maar tegelijkertijd is hij trots op zijn roots en zijn taal.
„Ik hoorde laatst een professor op de radio vertellen dat nog ongeveer 1 procent van de ouders z’n kinderen opvoedt in een streektaal. Tjonge, dacht ik, dan zijn die dialecten over twee generaties verdwenen. De man vergeleek de veelheid aan talen en dialecten met een schilderspalet. Als er eentje wegvalt, is er een kleur minder. Dat is het precies!”
Hoe meer begeesterd advocaat Peter Koops raakt, hoe fanatieker hij klinkt. Hij behoort tot die ene procent, vertelt hij in een restaurant tegenover de rechtbank in Assen. „Ik praat Gronings, zeg ik altijd, ook al heet het officieel Veenkoloniaals. Wat trouwens niet wil zeggen dat ik een Groninger bén.”
Toen hij ruim acht jaar geleden voor het eerst vader werd, besprak hij met zijn toenmalige vrouw dat hij zijn kinderen graag de streektaal wilde meegeven. „Ik kan niet goed onder woorden brengen waarom. Het is een gevoel. Als ik ergens ben en ik kom iemand tegen die ook Gronings praat, is er gelijk herkenning en begrip. Ik heb onze beide zoons van het begin af aan Groningse verhaaltjes voorgelezen en liedjes voor ze gezongen van Ede Staal. De oudste heet ook Ede.” Een brede grijns. „Dat zegt genoeg, denk ik.”
Eerste rechtszaak
Koops werkt, los van een korte onderbreking, bijna 13 jaar bij Trip Advocaten, eerst in Assen, tegenwoordig in Groningen. De laatste driekwart jaar kwam hij in het nieuws als advocaat van de Groningse oud-burgemeester Koen Schuiling, maar de allereerste persoon die hij bijstond was zijn eigen moeder. Hij is dan begin 20 en studeert Bedrijfskunde in Groningen als zij haar uitkering dreigt te verliezen. „Toen ik 12 was, heeft ze een ernstig auto-ongeluk gehad. Als gevolg daarvan is ze arbeidsongeschikt verklaard. Dat zij die uitkering kreeg, betekende voor ons gezin het verschil tussen kunnen rondkomen of elk dubbeltje moeten omdraaien.”
Hij tekent bezwaar aan en een 3 jaar durende strijd met het UWV volgt, waarin hij zijn moeders belangen behartigt. Een advocaat is te duur. Koops zoekt alles zelf uit. Uiteindelijk belandt de zaak bij de bestuursrechter. „Nog voor de zitting kwam er in de hal van de rechtbank iemand van het UWV naar me toe. Hij zei dat ze op kantoor met zes juristen naar het dossier hadden gekeken en er niet meer uitkwamen. Daarom was hij van plan de rechter te vragen ons bezwaar gegrond te verklaren en alles terug te draaien.”
Peter Koops: 'Ik hoorde niet anders dan: 'Goud dien beste doun op school'.' Foto: Corné Sparidaens
„Toen we uiteindelijk wonnen, heb ik wel even gejuicht. Dat was de eerste keer dat ik op die manier streed tegen onrecht en ik merkte dat het me goed lag. Als ze me tegengas geven, ben ik op m’n best. Dan gaat mijn motor draaien. Dat komt ook omdat ik uit de Veenkoloniën kom, denk ik.”
Nooit hoger dan een 8
De Veenkoloniën staan bekend als een achterstandsgebied en zo was het ook in zijn jeugd, zegt Koops. Op de basisschool in Valthermond is hij een uitblinker. „Maar ze gaven me nooit hoger dan een 8, anders was het zielig voor de andere kinderen. Het was niet zo’n leuke school. Er waren verschrikkelijke pestkoppen en geweld werd ook niet geschuwd.”
Ruzies worden op de basisschool met de vuisten beslecht. Zelf krijgt hij klappen als zijn moeder zijn oude schoenen aan een meisje uit een arm gezin geeft, dat – weer of geen weer – op blote voeten op school komt. „Die jongens keken mij daarop aan. Loezenschooier noemden ze haar.”
Zijn moeder vindt het belangrijk dat hij sport. Koops zit op tennis en belandt in een talentklas, waarvoor hij drie keer per week traint. Ook stuurt ze hem op voetbal. „Op de middelbare school in Emmen had ik een conditie als een beer. Dagelijks fietste ik 20 kilometer heen en terug en daarnaast was ik vrijwel elke dag aan het sporten. Vond ik ook leuk, hoor! Mijn moeder vertelde laatst nog waarom ze dat zo wilde: ‘Ik mos doe nait bie ‘t straot hebben, want daor kwam vast gien gouds van’. Dat was vanwege de omgeving. Sommige jongens met wie ik op de basisschool zat, zijn al dood, sommigen hebben in de bak gezeten, anderen zijn alcohol- of drugsverslaafd en liggen in de goot…”
‘Dien best doun’
Als kind wil hij stratenmaker worden, net als zijn oom. „Maar opa zei: ‘Nee, doe most goud leren. Goud dien beste doun op school’. Ik hoorde niet anders. Zelf was opa na vier klassen lagere school aan het werk gegaan. Veel drinken, bier met een jenevertje ernaast, was in die tijd normaal in de Veenkoloniën. Alcohol was goed tegen de pijn, tegen verdriet, tegen de kou en tegen de warmte. Dat werd al tegen zíjn opa gezegd als de eerste schep het veen in stak.”
„Mijn opa is ermee gestopt. Hij vertelde me dat de kameraden met wie hij vroeger in het café zat allemaal waren overleden als gevolg van de drank. Toen ik op mijn 16de op stap ging, waarschuwde hij: ‘Nait drinken, hè. Dan breken we die de baide bainen’. Steeds als ik een slok bier nam – want stiekem deed ik dat natuurlijk wel – moest ik eraan denken.”
Tot hij een jaar of 4 is, wordt hij deels door zijn opa en oma Koops, de ouders van zijn moeder, opgevoed. Zij is tijdens haar zwangerschap door Koops’ vader het huis uit gezet en moet alleen voor haar zoon zorgen. Als zij aan het werk is, is Koops bij haar ouders.
Zijn biologische vader heeft nooit naar hem omgekeken. Als kind draagt hij officieel nog diens achternaam. „Maar iedereen in de familie en het dorp noemde me altijd al ‘klein Koopsie’ of ‘Koops’. Als ik mijn echte naam opschreef, snapte niemand hoe het zat. Toen ze me op m’n 12de vroegen of ik officieel Koops wilde heten, besloot ik dat te doen. Mijn vader is voor mij niet meer dan een verwekker. De man met wie mijn moeder later een relatie heeft gekregen, zie ik als mijn vader.”
Onbekende wereld
Hij pakt het koekje dat naast zijn kop koffie ligt, doopt het erin en kijkt op. „Kiek, dit heb ik van mien opa leerd; stippen.” Opa is apetrots als zijn kleinzoon advocaat wordt. „Hij is eerder dit jaar op 89-jarige leeftijd overleden, maar de eerste zitting in de zaak Schuiling, waarbij ik ook op de foto in de krant stond, heeft hij nog meegekregen. Och, mien jonge, hij liep met de krant het hele woonzorgcentrum door.”
Toch weet Koops op de middelbare school niet wat hij wil studeren. „Dat was een onbekende wereld voor mij en voor m’n familie ook. Niemand had gestudeerd, dus op het gebied van studiekeuze was er nul begeleiding.”
Hij kiest voor Bedrijfskunde. „Dat bleek een heel domme studie. Elke dag dat ik in de collegebanken zat, dacht ik: er klopt iets niet. Het ging over winstmaximalisatie, continuïteit en welvaart; begrippen waar ik niks mee heb. Waar zijn welzijn, geluk, humor en verbinding, dacht ik. Ik zat er tussen de geldwolven, vond het helemaal niks. Ik deed er weinig voor en haalde de studie met het lezen van samenvattingen.”
‘Karakter’
Omdat hij zich verveelt, neemt hij allerlei bijbaantjes. „Soms was ik haast dag en nacht bezig. Van werken bij de Akzo in Emmen, waar mijn vader in dienst was, tot straten maken en afwassen; ik pakte alles aan. Hoe het me lukte ondertussen die studie af te ronden? Doorzettingsvermogen. Daar ontbreekt het me niet aan. Heeft ook met m’n afkomst te maken, denk ik. En ik ben geboren met een onmetelijke hoeveelheid energie.”
Koops: 'Vanaf de eerste dag vond ik de studie Rechten fascinerend.' Foto: Corné Sparidaens
„Na mijn scheiding, een paar jaar terug, ben ik naar een coach gegaan. ‘Wat vind je bij jezelf?’, vroeg hij. Ik vond het een zeurvraag, maar ik zei dat ik voor de grap wel eens roep dat ik een T-shirt heb met de opdruk ‘Puur op karakter’. Doorzettingsvermogen dus. Die coach leerde me dat karakter hebben ook inhoudt dat je soms moet weten wanneer je moet stoppen met doorzetten. Dat wordt in de Veenkoloniën nog wel eens vergeten.”
Hij grinnikt. „Met voetballen had ik er ook altijd last van. Het heeft ervoor gezorgd dat ik regelmatig met rood van het veld ben gestuurd. Ik maakte domme overtredingen als ik vond dat de tegenstanders gemene acties uithaalden. De rol van enforcer bij het ijshockey had wat dat betreft goed bij mij gepast. Die beschermt z’n team en duwt de tegenstander over de boarding als die een gemene overtreding maakt.” Hij lacht hard. „Ik zei pas nog tegen m’n moeder: ‘Ik deed de verkeerde sport!’”
Sherlock Holmes
Met het bijstaan van zijn moeder in de zaak tegen het UWV wordt de jurist in hem wakker. Als hij later met z’n toenmalige vriendin in Brabant woont en via een uitzendbureau bij de rechtbank in Eindhoven aan de slag kan, wordt het zaadje voor de studie Rechten gepland. Hij gaat terug naar het Noorden en doet zijn tweede studie aan de RUG.
„Vanaf de eerste dag vond ik het fascinerend. Alle vakken waren interessant. Het was net een heelal: er kwam geen einde aan. Er was altijd nog meer te leren. En nog steeds. Puzzelen vind ik mooi. Ik doe in mijn praktijk bijna alleen maar bijzonder strafrecht, zoals fiscale fraude, douanerecht, arbeidsongevallen en allerhande economische delicten. Dat is ook veel gepuzzel, geweldig!”
Soms zit Koops 2 weken bij een cliënt op kantoor te werken, schetst hij. „Dan werk ik als een soort Sherlock Holmes in een dossier om uit te zoeken of dat waar de klant van wordt verdacht wel of niet is gebeurd. En als het dan lukt om het plaatje rond te krijgen en er niks blijkt te kloppen van wat het Openbaar Ministerie beweert; ja dat is prachtig! Laatst had ik zo’n zaak. De officier van justitie kwam tot de conclusie dat ze de zaak moest seponeren. Daar kan ik een jaar op teren hoor!”
Pijnlijk
De zaak Schuiling, de oud-burgemeester die is veroordeeld voor het tonen van zijn geslachtsdeel tijdens het autorijden, valt niet onder het bijzonder strafrecht en is een atypische zaak in Koops’ praktijk. De veroordeling zit hem niet lekker. „Het bewijs berust op één melding van een vrachtwagenchauffeur. Het is woord tegen woord, wie geloof je? Ik geloof er helemaal niets van dat hij schennis heeft gepleegd en blijf pal achter hem staan.”
„De rechter is één ding vergeten bij de uitspraak te betrekken: zijn medische dossier. Toen ik dat zelf las, wist ik: we moeten deze zaak aan de rechter voorleggen. Zij had alle informatie over zijn klachten – ik kan daar in het openbaar niks over zeggen – en ze heeft er in haar uitspraak niks mee gedaan. Dat snap ik niet. Het is vooral een heel pijnlijke en nare zaak. Koen Schuiling is een ontzettend aardige man, die in feite voor de rechtszaak al veroordeeld was.”
Levenskunst
Op zijn werk praat Koops vrijwel niet plat, hooguit met cliënten die dat doen. „Ik pas me uiteraard aan, maar met familie en vrienden doe ik het altijd. Dan krijg je wel eens met vooroordelen te maken, zoals vroeger met meisjes. Ging ik met kameraden stappen bij Bermuda in Ter Apel, vroegen ze wat ik deed. Als ik dan zei dat ik Rechten studeerde, was het van: ‘Dat kan niet, want je praat plat’. ‘Ja en dan kun je niet studeren?!’ reageerde ik. Dan dacht ik: bekijk het ook maar.”
Ondanks zijn drukke leven sport Koops nog elke dag. „Anders gaat alles zeer doen. In mijn werk zit ik heel veel en dat is volgens mij net zo dodelijk als roken.” Zijn ex-vrouw en hij hebben co-ouderschap over hun zoons en hij heeft een nieuwe vriendin. Met strak plannen lukt dat allemaal prima, zegt hij. „Ik ben veel beter gaan nadenken over hoe ik mijn tijd indeel. Ik ben me de afgelopen jaren gaan verdiepen in mindfulness en lees op dat vlak heel veel, ook in verband met de opvoeding van de kinderen.”
Koops: 'Dommigheid heeft niks te maken met in welke taal je bent opgevoed.' Foto: Corné Sparidaens
„Weet je, op school leren we allemaal wiskunde, aardrijkskunde en talen, maar het vak levenskunst bestaat niet. Over het hebben van een relatie en het opvoeden van kinderen wordt ons weinig tot niks geleerd. Het gevolg is dat we vaak maar wat aanmodderen, met de beste bedoelingen overigens. Dat deed ik ook en daar was ik flauw van.” Een brede grijns. „Ja ja, de wijsheid komt met de jaren.”
‘Nait soezen’
Dat veel van zijn leeftijdsgenoten, die zelf plat praten, dat niet doen tegen hun kinderen, vindt Koops zonde. „Ik gaf leesles op de basisschool van mijn kinderen en dan praatte ik de laatste 5 minuten Gronings. Toen zei ik een keer tegen de oudste: ‘Moi Ede, most dien gymtas nait vergeten, hè!’ Keken ze mij aan; ze hadden geen idee! Echt waar, elk en ain verdomt het om de kinder in dialect op te voeden, omdat ze bang zijn als dom weggezet te worden. Alsof ze een achterstand zouden hebben. In wat dan? Dommigheid heeft niks te maken met in welke taal je opgevoed bent, maar met heel andere zaken.”
„Ik vind alle dialecten schitterend, in binnen- en buitenland. Mijn kinderen vinden het ook mooi. Ook zij zien al de humor ervan in. Laatst zei ik tegen Ede: ‘Mien jong, wost dien potloden wel even oprumen?’ Zegt ie: ‘Hé pa, mien jong, most nait zo soezen’. Haha, 8 jaar oud! Dat wilde ik hem meegeven.
Paspoort
Naam: Pieter (Peter) Koops Geboren: 18 april 1984 in Emmen Opleiding: Bedrijfskunde en Rechten aan de Rijksuniversiteit Groningen Carrière: 2012 – 2015: advocaat bij Trip Advocaten in Assen; 2015-2016: advocaat bij Rechtshulp Advocaten in Assen; 2016-heden: advocaat en partner (sinds 2023) bij Trip Advocaten in Groningen. Privé: woont in Stadskanaal, heeft een relatie en is vader van Ede (8) en Louw (6).