Sympany-directeur Charles Graft samen met Esther Mutsaars (midden) en Kiki Boreel (rechts) op een grote kledingbult, tijdens aftrap van consortium 'Sorted'. Foto: DVHN/Wouter Hoving
In grote kledinghallen klotst de hoeveelheid afgedankte textiel tegen de plinten op. De komende jaren wordt dat alleen maar meer. Een grote Europese geldinjectie moet textielverwerking in Noord-Nederland een steun in de rug geven.
De Oekraïense Diana Ohnianyk spreidt een afgedankt zwart T-shirt uit op een tafel met grote lampen erboven. Ze werkt voor kledinginzamelaar Sympany in Assen. Op een scherm naast de tafel verschijnt een foto van het shirt. Ohnianyk vinkt aan voor welk seizoen de kleding is, welke kleur het heeft, of er vlekken in zitten, enzovoort. Ze heeft al ruim 5000 kledingstukken op deze manier gedigitaliseerd en voedt het AI-systeem dat straks zelf moeten kunnen bedenken wat er met de tweedehandsjes moet gebeuren.
Ketenaanpak ‘Sorted’
Dit apparaat is aangeschaft met subsidie vanuit het consortium ‘Sorted’. Dat is een samenwerking van 21 overheden, kennisinstellingen en textielverwerkings- en technologiebedrijven. De inzet: een volledige verwerkingsketen voor textiel maken in Noord-Nederland. In totaal krijgt het consortium 15 miljoen euro subsidie. Nog eens 15 miljoen moeten de deelnemers zelf bijleggen.
Diana Ohnianyk 'voedt' slim systeem voor het sorteren van kleding. Het apparaat is door Demcom uit Groningen ontwikkeld. Foto: DVHN/Wouter Hoving
De aftrap van ‘Sorted’ vond vrijdag plaats bij Sympany in Assen. Een deel van de miljoenen gaat naar automatisering van afval door robots en AI. Een ander deel naar hoogwaardige recycling van afgedankt textiel. Ook gedragsverandering is van belang in het project: hoe kunnen consumenten bewuster en minder kopen? Kennisinstellingen Rijksuniversiteit Groningen, Hanze en DC Terra doen onderzoek.
Textieloverschotten stijgen
De noodzaak voor zulk onderzoek is groot. Het textieloverschot stijgt, omdat producenten door Europese regels worden verplicht kleding in te zamelen. Vanuit de ‘uitgebreide producentenverantwoordelijkheid’ (UPV) dragen zij de kosten voor de inzameling, sortering en recycling van ingezameld textiel en schoenen.
Dat betekent ook dat er steeds meer binnenkomt bij een bedrijf als Sympany. De stichting in Assen verdient geld met het aanbieden van tweedehandskleding, maar door het enorme aanbod zijn de partijen eigenlijk niks waard. „We draaien verlies”, vertelt directeur Charles Graft. „Onze kostprijs moet met 80 procent omlaag.” Daar moeten de robots bij helpen.
Een andere uitdaging is dat er weinig afnemers zijn die kleding willen recyclen. Het zijn vaak nog start-ups die hierover nadenken Zo is Cure in Emmen bezig met technologie om moeilijk te recyclen polyester toch opnieuw te gebruiken. Sympany-directeur Graft hoopt dat zulke technieken de komende jaren leidt tot de komst van verschillende verwerkingsbedrijven die de diverse afgeschreven textielstromen aankunnen.
Bewustwording
Iets anders is nog veel belangrijker vanuit circulair opzicht: consumenten moeten minder en kwalitatievere kleding kopen. Dat is iets waar ook Esther Mutsaars en Kiki Boreel voor strijden. Ook zij kwamen vrijdag op het textielfeestje, speciaal uit Amsterdam. Mutsaars maakt kleding van afgedankt materiaal en struint vaker rond deze kledinghal in Assen. „Het is niet fris, maar zie prachtige kledingstukken. Ik verbaas me steeds: wat zijn we aan het doen? Laten we nadenken over wat we weggooien en kopen.”
Boreel was ooit model en werkte voor merken als Mango en Zara. Ze deed het met steeds minder plezier. „Ik was klaar met die rotte peren. Achter de schermen lachten we de merken uit, het zat voor geen meter. We gebruikten klemmetjes of stopten wc-rolletjes bij de broek in om het goed te laten zitten.” Ze brak met het modellenwerk door zulke merken en werd milieuactivist. Daarvoor initieerde ze tien maanden geleden een bewustwordingsproject in de Kalverstraat in Amsterdam waarbij ze twee vrachtwagens vol fast fashion midden op straat dumpte.
„Het was niet moeilijk om aan die kleding te komen”, vertelt Boreel. „Het grootste probleem: alle bedrijven die we vroegen stelden de voorwaarde dat ze de kleding niet meer terug wilden. Ze zitten ermee omhoog.”
Miljoenen uit het Transition Fund
Het geld komt uit het Transition Fund (JTF). Dat is een Europees subsidieprogramma met financiële steun aan regio’s die economisch en sociaal het zwaarst worden geraakt door de overgang naar een klimaatneutrale economie. In Nederland zijn zes gebieden aangewezen, waaronder Groningen en Emmen. Het fonds richt zich op het stimuleren van innovatie, het creëren van duurzame werkgelegenheid en het ondersteunen van de transitie naar een groenere en concurrerende industrie.