Landbouwbedrijf Fernhout is weer gestart met het rooien van de leliebollen, zoals hier in de buurt van Bunne. Foto: Marcel Jurian de Jong
De lelieteelt in Drenthe is omstreden. ‘De telers de lusten, omwonenden de lasten’, zeggen sommige tegenstanders. Hebben zij gelijk? Zijn de leliebollen het goud in de Drentse zandgrond? Een inkijkje in de economie van de lelieteelt.
Vietnam, de maanden december, januari en februari. In aanloop naar de traditionele Tet-vieringen, onlosmakelijk verbonden aan het Chinees nieuwjaar, zijn er in tal van Vietnamese steden bloemen te koop op honderden meters lange markten. Chrysanten, goudsbloemen, bloesems en zonnebloemen, maar vooral ook lelies. Voortgekomen uit Nederlandse leliebollen.
„Aziaten zijn dol op de kleuren en de geuren van de lelie. De intensiteit van de leliebloem en de symbolische waarde die hij heeft, zit diepgeworteld in die culturen”, weet Mark-Jan Terwindt van Anthos, de koninklijke handelsbond voor boomkwekerij- en bolproducten.
Razend populair in China
Ook in China is de lelie razend populair. De volksrepubliek is met ruim 300 miljoen leliebollen per jaar de grootste afnemer van Nederlandse leliebollenexporteurs.
De pracht en praal van de grote, veelkleurige bloemen met de bekende meeldraden staat in schril contrast met de kale leliebol die in de laatste maanden van het jaar uit de Drentse akkers wordt getrokken.
Symbool voor gif
Voor tegenstanders van de lelieteelt staat deze bol simpelweg symbool voor gif. Vanwege de hoeveelheden gewasbeschermingsmiddelen die worden gebruikt bij de teelt van lelies.
De felste critici zouden het liefst zien dat de leliesector uit Drenthe compleet verdwijnt. In hun ogen is de sierteelt een overbodig, luxe gewas waaraan alleen de telers verdienen, maar dat schade toebrengt aan mens en natuur.
Een veld met lelies aan de rand van het Balloërveld. Foto: Marcel Jurian de Jong
Hoogste tijd om eens in die sector te duiken. Hoe lucratief is de lelieteelt eigenlijk? Zijn lelies het goud op de Drentse akkers? Of is dat beeld onterecht? „Als ik nu een boer die lelies wil gaan telen voor eigen rekening en risico een advies moet geven, dan zeg ik: begin er niet aan”, zegt Hans Tesselaar, ondernemerscoach en bedrijfsadviseur van Teska Agro Advies. „Voor contractteelt ligt dat anders. Dan zijn de risico’s voor de opdrachtgever.”
Eerst maar even wat gegevens. Er zijn achttien leliebedrijven actief in de provincie Drenthe. De telers hebben ook andere producten op hun percelen, zoals tulpen, pioenrozen, graan, mais, aardappelen, suikerbieten en zelfs kerstbomen. Een enkeling heeft een melkveebedrijf ernaast of verhuurt zich als loonwerker.
1000 voetbalvelden aan lelies
De lelieteelt in Drenthe beslaat in totaal zo’n 1400 hectare. Ter vergelijking: dat zijn bijna 1000 voetbalvelden. Het is minder dan 1 procent van de totale oppervlakte agrarische grond in Drenthe.
Het areaal aan lelies in de provincie Drenthe is de laatste vijf jaar stabiel en in ieder geval niet gestegen. Toch hebben omwonenden soms een andere indruk. Zij zien zich ineens geconfronteerd met lelies op landbouwpercelen pal naast hun huizen, terwijl er in de jaren daarvoor alleen maar mais, uien en aardappelen werden verbouwd.
Schimmels, insecten en aaltjes
Dat komt omdat de lelie onderdeel is van een rotatiesysteem. Lelies staan gemiddeld maar eens in de zes of zeven jaar op een perceel. De bollen zijn gevoelig voor bepaalde ziekten, virussen en plagen, die zich in de bodem ophopen.
Door doorgaans na zes of zeven jaar pas opnieuw te planten, krijgen deze problemen minder kans om de teelt aan te tasten. Sommige telers houden een langere periode aan, tot zelfs tien jaar. Schimmels, insecten en aaltjes zijn de grootste vijanden van de lelie. Aaltjes bijvoorbeeld tasten de wortels aan in de grond, waardoor de lelie geen kans krijgt te groeien.
Lelietelers zoeken dus ieder jaar naarstig naar geschikte gronden voor hun verse plantgoed. Soms worden ze getipt door plaatselijke loonbedrijven, die geschikte akkers in hun omgeving spotten. Ook pachten/huren telers gronden van collega-boeren. Die kennen ze van oudsher uit boerennetwerken.
De achttien lelietelers in Drenthe tijdens een bijeenkomst op het terrein van de firma Timmermans in Smilde. Met op de onderste rij Tom Rispens van Fernhout (helemaal links) en Gert Veninga (derde van links). Foto: Rens Hooyenga
Grond wordt gepacht of onderling geruild en soms worden wederkerige afspraken gemaakt op het gebied van arbeid, de inzet van de machines of mestafzet.
De pacht/huurprijs voor de bollenteelt varieert lokaal sterk en is afhankelijk van de bodemkwaliteit, perceelgrootte en gemaakte afspraken. Voor lelieteelt op goede zandgrond ligt de gebruiksvergoeding doorgaans tussen de 2500 en 3500 euro per hectare per jaar. Een lelieperceel kan gauw 6 hectare beslaan.
Melkveehouders verhuren graag hun grasland
Melkveehouders in Drenthe verhuren graag een deel van hun graslanden aan lelietelers. Ze hebben daar ook om een andere reden belang bij. Het gras wordt weer vernieuwd. Dat bevordert de melkproductie van hun koeien met zeker 15 tot 20 procent. Na de lelies wordt er vaak eerst een voedingsgewas op het perceel gezet en het jaar daarop wordt nieuw gras in gezaaid.
Officiële cijfers van de kosten en opbrengsten van de sierteelt in Nederland zijn er niet of nauwelijks. Of ze zijn digitaal alleen toegankelijk voor de sector zelf. De Wageningen University & Research (WUR) publiceert jaarlijks de geschatte opbrengsten en kosten van akkerbouwbedrijven, fruittelers en ook bollentelers.
Dit is alsof je auto’s, brommers en fietsen bij elkaar op één hoop gooit
Lelieteler Gert Veninga uit Hijken herkent zich echter totaal niet in dat digitale huishoudboekje van de WUR. De verschillende bloembollen laten zich namelijk lastig met elkaar vergelijken, stelt Veninga. Het maakt namelijk nogal uit of je lelies teelt, pioenrozen of tulpen. „Dit is alsof je auto’s, brommers en fietsen bij elkaar op één hoop gooit.”
Om maar in deze vergelijking te blijven: de lelie is de auto onder de bloembollen. De lelie brengt ongeveer drie keer zoveel op als een tulp. De productiekosten zijn echter ook navenant hoger.
Gert Veninga, lelieteler in Hijken. Foto: Marcel Jurian de Jong
Laten we eens beginnen met de opbrengsten van de lelieteelt en daarbij inzoomen op de sector in Drenthe. De helft van de Drentse leliekramen betreft zogeheten contractteelt. Dat wil zeggen dat de teler werkt in opdracht van collega-bloembollenbedrijven, veelal gevestigd in Noord- en Zuid-Holland, die zelf niet over voldoende geschikte (zand)grond beschikken.
Deze bedrijven uit de kustprovincies leveren en planten doorgaans de bollen. De telers in Drenthe verzorgen en oogsten ze. Elke week checkt de opdrachtgever op het land hoe de lelies erbij staan. Zo wordt onder meer gecontroleerd of de bollen de gewenste maatvoering (omtrek in centimeters) hebben.
Mechanische onkruidbestrijding
De Maatschap Joling in Dwingeloo heeft –volgens gegevens op de eigen website– 100 hectare aan lelies. Daarvan is zo’n 80 hectare teelt op contractbasis.
De firma Fernhout in Smilde teelt voor een klein deel lelies in eigen beheer. Het overgrote deel van de hectares betreft contractteelt. Fernhout verricht de werkzaamheden op het land, de monitoring op ziekten en plagen, de bemesting, het watermanagement, de mechanische onkruidbestrijding (eggen) en het gebruik van bestrijdingsmiddelen.
Rijnlandse roedes
De bruto-opbrengst voor de Drentse telers bedraagt bij contractteelt zo’n 22.500 en 25.000 euro per hectare. Al is het sterk afhankelijk van de gemaakte afspraken. Zit bijvoorbeeld het beregenen erbij in of juist niet? Ter vergelijking: de bruto-opbrengst van bijvoorbeeld pootaardappelen ligt tussen 5500 tot 7000 euro per hectare. Bij uien en mais zijn die bedragen nog lager.
Overigens rekenen agrariërs zelf niet in euro’s per hectare. Zij spreken onderling liever over roeprijzen. Een Rijlandse roede is een oude oppervlaktemaat. Er gaat 700 roe in een hectare.
De leliesoort Oriental. Beeld: Shutterstock
De ‘eigen’ teelt beslaat ongeveer 700 hectare in Drenthe. De bruto-opbrengst per hectare is substantieel hoger dan contractteelt: ongeveer 50.000 euro. Maar voor wie nu enthousiast de rekenmachine pakt op zoek naar een getal met heel veel nullen, bespaar je de moeite. Zo eenvoudig is die rekensom niet.
Want voordat een leliebol wordt geoogst en kan worden verkocht, gaat er drie tot vier jaar ‘kraamkamer’ aan vooraf. Een leliebol is een soort ui die je kunt pellen, dit wordt schubben genoemd. „Deze schubben planten we in de grond, voor een periode van twee jaar. Het schubben en onderhoud kost ook geld”, legt Gert Veninga uit.
Na twee jaar worden de bollen geoogst, gesorteerd en opgeslagen. Dan gaan ze dan weer de grond in en worden daarna geoogst en afgeleverd bij de exporteur. „Dat betreft zo’n 75 tot 80 procent van de bollen. Het kleine plantgoed gaat opnieuw de grond in voor twee jaar en wordt dan pas geoogst”, aldus Veninga.
Kortom, de brutowinsten in de lelieteelt mogen dan fors hoger ligger dan bij andere gewassen, de teelt is complex en de risico’s zijn hoog. Daarover verderop in dit artikel meer.
80 procent inkomsten blijft in Drenthe
Veninga benadrukt dat de lelieteelt in Drenthe een breder economisch belang heeft dan alleen de portemonnee van de lelieteler. Zo’n 80 procent van de inkomsten blijft in Drenthe hangen, stelt hij. „Denk aan de inhuur van mechanisatie, de loonbedrijven, de transporteurs, de huisvesting van extra buitenlands personeel in oogsttijd en die mensen doen ook weer boodschappen in de omgeving. Dat wordt wel eens vergeten.”
Hoog risicoprofiel
Lelies zijn een gewas met een hoog risicoprofiel. „We zeggen meestal in de leliesector: je doet het goed als de helft van alle hectares überhaupt geld oplevert”, zegt teler Gert Veninga uit Hijken.
Tegenover de 50.000 aan bruto-opbrengst per hectare voor eigen teelt staat gemiddeld 40.000 tot soms zelfs 60.000 euro aan kosten, stelt Veninga. Een deel van de handel is verliesgevend. „Als het heel goed gaat, hou je er per hectare lelies 5.000 tot 10.000 euro aan over.”
‘Lelies zijn goud als het goed gaat’
Dat bevestigt Wijnand van der Kooij van De Jong Lelies in Andijk, een van de grootste exporteurs van Nederland „Lelies zijn goud als het goed gaat, maar de risico’s zijn hoog. Tegenover alle plussen staan veel minnen”, zegt hij. „Het is topsport”, beweert Tom Rispens van landbouwbedrijf Fernhout.
Het weer is heel bepalend. Een paar keer nachtvorst kan al desastreuze gevolgen hebben voor de oogst. Hagel en storm ook. Nog los van schimmels, virussen, luizen, aaltjes. Om die laatste bedreigingen het hoofd te bieden, worden chemische middelen gebruikt. 20 kilo per hectare ongeveer, volgens Hilbrands laboratorium (HLB) in Wijlster. Samen met de telers tracht HLB de milieu-impact van de leliebol drastisch te reduceren.
Een proefveld met lelies wordt bespoten. Foto: HLB
De sector moet ook flink investeren in mechanisatie. In een plantmachine, een speciale sorteermachine en steeds nauwkeuriger werkende spuiten, die zo weinig mogelijk vernevelen. „Als je de spuiten van tegenwoordig ziet, die zijn mega. Daar kun je onderdoor lopen. Maar de kosten van zo’n spuit zijn ook mega! Die kost enkele tonnen”, zegt Dennis Meijaard, directeur sector bloembollen van boerencoöperatie Agrifirm-GMN.
Sinds kort wordt er ook meer gevraagd van de lokale telers als het gaat om het spoelen van de leliebollen. Dat gebeurde vaak bij de exporteur, maar die verlangt nu steeds vaker dat de contractteler dat klusje op zich neemt.
Miljoenen euro’s in Drentse schuren
De bollen moeten grondvrij worden opgeleverd voor de export. Dat vergt betere en krachtiger spoelmachines. Bij elkaar opgeteld staat er zo maar voor miljoenen euro’s aan spullen in de Drentse schuren.
„Lelies zijn een kapitaalintensieve teelt”, weet bedrijfsadviseur Hans Tesselaar, „er moet meer energie in worden gestopt om lelies tot wasdom te laten komen. De risico’s in de teelt zijn hoog, de exportmarkt is instabiel. Banken zijn door strengere regelgeving minder genegen leningen te verstrekken. Vanwege de wisselende voorraden is de waardering van de bollenkramen lastig.”
Een volle kist met leliebollen van exporteur De Jong Lelies. In de plastic zakjes zitten schubben die net van een bol zijn gehaald. Met deze schubben kunnen weer lelies worden vermeerderd. Foto: DvhN
Teler Tom Rispens van Fernhout wijst naar het scherm van zijn computer en laat het financieel jaarverslag zien van de eigen teelt in het boekjaar 2024. Er staat een min onder de streep. Een negatief resultaat dus.
Dat heeft ermee te maken dat het bedrijf de omslag maakt naar nieuwe, meer resistente soorten. „We stoten minder duurzame soorten af”, aldus de teler uit Smilde. Nieuwe soorten worden geïmplementeerd in de bedrijfsvoering, maar de weg naar de duurzame Drentse leliebol duurt lang en kost de eerste jaren alleen maar geld.
Licentie kost meer dan 100.000 euro
Een teler kan overigens niet zomaar een nieuwe, veelbelovende bollensoort in de grond stoppen. Daarvoor moet hij of zij eerst een licentie verwerven bij de de veredelaar, de partij die de nieuwe bollensoort heeft ontwikkeld. Dat kan aardig in de papieren lopen.
Een vaste fee voor de licentie kan afhankelijk van de soort en mate van exclusiviteit oplopen tot boven de 100.000 euro. Daar bovenop betaalt de teler elk jaar zo’n 4500 tot 7000 euro per hectare aan royalties aan de rechtenhouder.
Overstap naar duurzaam is kostbaar
Het is om die reden ook een kostbare aangelegenheid voor de achttien Drentse telers om de overstap te maken naar meer duurzamere soorten, zoals zij hebben afgesproken met de provincie Drenthe. De eerste jaren van de leliekraam zijn verlieslijdend.
Ondanks dat Fernhout ook aardappelen, graan, uien, bieten en kerstbomen op het land heeft staan, zijn de lelies wel cruciaal voor de bedrijfsvoering. „Lelies vertegenwoordigen een economisch belang”, zegt Tom Rispens, wiens drie zonen ook werkzaam zijn in het bedrijf. „Zonder de lelies vallen we terug tot een eenmansbedrijf.”
In de koelcellen bij de Jong Lelies in Andijk worden de bollen bij een temperatuur van -0,5 graden bewaard. Foto: De Jong
Garanties op succes heb je niet. „Soms ga je aan de gang met een nieuwe soort en werkt het na een paar jaar niet. Dan heeft het alleen maar geld gekost”, weet Veninga.
Het verschilt per soort, maar een succesvolle oogst levert tussen de 350.000 en 500.000 leliebollen op per hectare. In Drenthe worden voornamelijk de soorten LA’s, OT’s en Orientals geteeld. Per bol wordt tussen de 0,05 en 0,35 euro betaald, afhankelijk van de soort, de grootte en kwaliteit. Hoe dikker de bol, hoe meer knoppen per steel.
Directeur Wijnand van der Kooij van De Jong Lelies pakt een handvol bollen uit een van de vele kisten. Foto: DvhN
„De markt voor de LA’s is redelijk stabiel”, weet exporteur Wijnand van der Kooij, „het risico is relatief laag, maar de marges zijn ook kleiner. Voor de andere soorten wordt veel meer betaald per bol, maar de risico’s zijn ook hoger. Meerdere factoren spelen een rol, het kan snel fout gaan.”
Goed, de lelieteler heeft aan het eind van het jaar de bollen geoogst, schoongespoeld, gesorteerd, in kratjes gestopt en op transport gezet. Wat gebeurt er daarna? De vrachtwagens met leliebollen rijden dan af en aan tussen Drenthe en het westen van het land. Daar hebben zich de grote exportbedrijven voor bloembollen gevestigd, zoals bijvoorbeeld De Jong Lelies in Andijk.
Bollenkisten
Het zijn de eerste dagen van de oogst en directeur Wijnand van der Kooij wijst naar een grote en bijna lege hal die grenst aan een aantal koelcellen. „Over een paar weken staat deze hal helemaal vol bollenkisten”, weet hij.
In een hal ernaast staan tientallen dames op twee ‘lijnen’ bollen te sorteren. In een rap tempo raken de leliekistjes vol. Een heftruck rijdt heen en weer voor het transport van de bollen tussen de verschillende hallen.
Tijdelijke seizoenskrachten, veelal dames afkomstig uit Polen, Hongarije en Oekraïne, sorteren de leliebollen in Andijk. Foto: DvhN
De kisten worden nog een keer gespoeld en dan worden de bollen ingepakt, ingevroren en gereed gemaakt voor de export. De bollenoogst is de drukste periode van het jaar voor De Jong. Maar de exporteur slaat de bollen op voor een heel jaar, zodat ze op elk gewenst moment geleverd kunnen worden aan de klant.
„Elke maand of om de paar weken bestellen onze klanten een container aan de hand van een bepaalde planning. Die schema’s zijn gericht op kleur en soort bloem, maar hebben vooral een focus op de verkoop rond speciale feestdagen”, aldus Van der Kooij.
Genetische kennis
De afzetmarkt is grillig. Wat vandaag in is, kan morgen weer helemaal uit zijn. Maar de leliemarkt springt volgens Mark-Jan Terwindt van exportorganisatie Anthos goed in op de trends. „De veredelingstechnieken zijn zo verbeterd, dat het vermeerderen van bollen heel snel kan. En daarmee kun je accuraat inspelen op kleuren, op vormen en op de vraag in de markt.”
Dit veredelen, zeg maar: het ontwikkelen van nieuwe soorten, doet De Jong Lelies ook zelf. Daarmee kan de leverancier ook de afnemer perfect adviseren. „Wij hebben de genetische kennis zelf in huis. Dus kunnen we exclusief nieuwe soorten aanbieden. Die onderscheiden zich in diversiteit, dubbelbloemigheid, met of zonder stuifmeel, wel of geen geur en betere resistentie tegen virussen en schimmels.”
Ontsmetten, verpakken en invriezen
De grootste afnemers wereldwijd zijn China, Colombia, Mexico, Vietnam en de Verenigde Staten, waar de bollen naar ‘broeiers’ gaan, om opgekweekt te worden tot volwassen bloemen. Dat kunnen kleine familiebedrijven zijn, maar ook grote bijna industrieel opererende kwekers. Een-derde van de leliebollen gaat naar bloemenkwekers in Nederland.
De exporteur neemt gemiddeld een marge van 30 tot 40 procent op de inkoopprijs van een leliebol. Ook worden er kosten gemaakt voor het ontsmetten, verpakken en invriezen van de bollen. De kosten van het transport over zee in containers, komen voor rekening van de afnemers.
Een Vietnamese kweker op weg naar de lokale bloemenmarkt met een fietsmand vol lelies. Foto: Shutterstock
Onafhankelijke inspecteurs van de Bloembollen Keuringsdienst (BKD) zien er bijna dagelijks op toe of de bollen in goede staat over de grens gaan. Zij geven (inter)nationale waarborgen af voor de kwaliteit van de bollen.
In de ontwikkeling van een bol wordt al rekening gehouden met specifieke omstandigheden in een land, zoals het warme klimaat en het lokale transport. „Soms zijn de bloemen uren onderweg naar de markten. En niet in een gekoelde wagen, maar ook gewoon op een fiets”, weet Van der Kooij, „het mag niet zo zijn dat de koppen dan al gaan hangen.”
Geen gouden business
Terug naar het land waar we dit artikel mee begonnen, Vietnam. De verkoopprijs van lelies op de bloemenmarkten van Hanoi, Ho Chi Ming City of Da Lat schommelt tussen de 30.000 tot 60.000 Vietnamese dong, wat neerkomt op zo’n 1 tot 2 euro per steel.
Een lokale kweker verdient verhoudingsgewijs weinig, vergeleken met andere beroepen. Zijn gemiddeld maandinkomen is nog geen 250 euro per maand. De lelie is in Vietnam in elk geval geen gouden business.
Nieuws van alle kanten
In een serie interviews en artikelen buigt DVHN zich over de discussie rond de bollenteelt. Daarbij belichten we het onderwerp vanuit zoveel mogelijk verschillende invalshoeken. Eerder interviewden we huisarts Evelien van Soldt uit Wapserveen, spraken we met natuurbeschermer Geert Starre, de Belgische toxicoloog Jan Tytgat, wetenschapsjournalist Simon Rozendaal, assistent-Professor Lolke Braaksma, wetenschappers van het RIVM en Ctgb, laboratorium HLB en burgerinitiatief Meten=Weten.