Kunstenaar Arie Fonk instrueert de grote operatie om herkenningspunt De Baak op het Balloërveld te herbouwen. Marcel Jurian de Jong
Het is een behoorlijke klus: enorme zwerfkeien, tussen de 5 en 8 ton zwaar, op hun plek leggen. Ze vormen het vernieuwde herkenningspunt op het Balloërveld langs het Pieterpad. „De hunebedbouwers zouden jaloers zijn geweest op onze machines.”
„Nee, zo kantelt ie.” Kunstenaar Arie Fonk inspecteert de boel, maar is nog niet tevreden. „Iets meer deze kant op!” schreeuwt hij naar de machinist in de heftruck.
Een enorme kei hangt aan twee touwen en wordt met zwaar materieel en hulp van Fonk en drie anderen op zijn plek gelegd. „De hunebedbouwers zouden vast jaloers zijn geweest op onze machines”, zegt een van hen. „Fijn dat wij die wél hebben. Anders hadden we deze klus vast niet gedaan.”
5 tot 8 ton
Stuk voor stuk komen de paar grote zwerfkeien – zo’n 5 tot 8 duizend kilo zwaar – en tientallen kleinere stenen in een cirkel op het Balloërveld te liggen. Samen markeren ze een bestaand kunstwerk, De Baak, en dienen ze als herkenningspunt langs het populaire Pieterpad. Midden in die cirkel staat een menhir – een rechtopstaande steen, zoals stripfiguur Obelix vaak op zijn rug draagt. Erop staat een wegwijzer: vanaf hier is het 67 kilometer naar Pieterburen en 415 kilometer naar de Sint-Pietersberg in Limburg.
Het kunstwerk staat hier sinds 2013. Her en der staan nog wat oude stenen op hun plek, maar het kunstwerk kon wel een opknapbeurt gebruiken. „We zijn de boel aan het herbouwen. De grond en daarmee de keien zijn verzakt, doordat paarden rond de cirkel lopen”, legt Fonk uit.
‘Niet zo groot als Stonehenge’
Acht jaar lang is de kunstenaar bezig geweest met verzamelen. „Er is haast geen kei te vinden. Als je er al een vindt, dan staan er nog tien andere liefhebbers voor in de rij. Om er een vlaggenmasthouder van te maken, bijvoorbeeld”, zegt Fonk, die zelf gek is op keien.
De zwerfkeien komen uit heel Drenthe: onder meer uit Nooitgedacht, Schoonloo en Eelde. „En twee uit Assen, die ik ruilde met de gemeente”, zegt Fonk. Dat zit zo: „Ik had thuis nog een menhir staan. Die stond ooit voor de ingang van de in 2007 gesloopte melkfabriek op het Acmesa-terrein in Assen. Ik knap de steen op en dan komt ie daar weer te liggen. Maar ik wilde er wel iets voor terug.”
Zo. De grootste steen ligt op zijn plek. Nu de rest nog. „Aan het einde van de dag moet de klus geklaard zijn”, besluit Fonk. „Dat lukt vast. Zo groot als Stonehenge wordt ‘t niet, hoor.”
Herkenningspunt De Baak op het Balloërveld wordt herbouwd. Op de achtergrond de Jacobuskerk in Rolde. Marcel Jurian de Jong