Jaco Heeren uit Exloo in het Zuivelmuseum in Wapenveld, zo'n tien kilometer onder Zwolle. In het museum staan veel van zijn spullen. Foto: Frank Uijlenbroek
Voormalig melkboer Jaco Heeren (66) uit Exloo maakt zich grote zorgen. Het Zuivelmuseum in Wapenveld, vlak onder Zwolle, dreigt door geldgebrek niet meer open te gaan. Heeren stond mede aan de wieg van dit museum.
Goedendag Jaco Heeren, wat is er aan de hand?
,,Het Zuivelmuseum, dat in 2021 open ging voor publiek, kan de huur voor 2025 niet betalen. Het museum is gevestigd in Hoeve IJzerman in Wapenveld. Dit is een boerderij met drie grote schuren die enkele jaren geleden is gerestaureerd, maar waar bouwkundig gezien sinds de bouw in 1898 nauwelijks iets aan is veranderd. Een prachtige plek voor het Zuivelmuseum, onder meer omdat het pand een heel mooi beeld geeft van het boerenleven in de eerste helft van de vorige eeuw.’’
Maar nu hangen daar donkere wolken boven.
,,Klopt. Erve IJzerman is eigendom van de stichting BOEi. Tot en met 2023 konden we het als Zuivelmuseum huren tegen coulante voorwaarden, maar vanaf dit jaar wordt een marktconforme huur berekend. Voor dit jaar leverde dat nog geen problemen op, dankzij een eenmalige subsidie van de gemeente Heerde. Dat is de gemeente waar Wapenveld onder valt. Voor 2025 is er nog geen oplossing gevonden om de huur te kunnen betalen. Het betekent een verwacht tekort van 35.000 euro.’’
En nu?
Diverse partijen hebben de koppen bij elkaar gestoken. In deze groep zitten onder meer het Zuivelmuseum, de gemeente Heerde, BOEi, de provincie Gelderland, de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, maar ook twee organisaties uit de zuivelsector. Alle partijen hebben een goed gevoel bij het museum, maar het financiële probleem is daarmee niet opgelost. Het bestuur van het Zuivelmuseum heeft inmiddels met pijn in het hart moeten besluiten om de huur op te zeggen.’’
Kunnen grote zuivelbedrijven de beurs niet trekken? Voor hen is een bijdrage van 35.000 euro per jaar toch niet zo veel?
,,Daar zouden we inderdaad mee uit de brand zijn. Binnen de Nederlandse Zuivel Organisatie zijn dertien grote zuivelbedrijven vertegenwoordigd en als zij elk per jaar 5000 euro sponsoren, dan is het probleem ook opgelost. In het museum komen de zuivelbedrijven aan bod. We presenteren van gras tot glas, zeggen wij vaak. Ook de rol van de melkboer wordt uiteraard uitvoerig belicht. Melkboeren verdwijnen langzaam maar zeker compleet uit het straatbeeld. Er zijn nog maar heel weinig van. Wat wij laten zien, heeft echt een cultuurhistorische waarde.’’
Hoe heeft het museum zich de afgelopen jaren ontwikkeld?
,,Goed. We zijn inmiddels een erkend museum, waar je ook met een Museumjaarkaart naar binnen mag. Dit seizoen zijn er tussen de vier- en vijfduizend mensen geweest. Dat is meer dan een verdubbeling in vergelijking met 2022, ons eerste volledige seizoen. Het museum is open van de week voor Pasen tot en met de herfstvakantie. Het hele jaar door open kan niet vanwege de temperaturen in de schuren. Die schuren verwarmen in de winter kost echt kapitalen.’’
U bent niet alleen bestuurslid, maar toch ook inbrenger van een groot deel van de collectie?
,,Zeker. Ik denk dat 60 tot 70 procent van de spullen in eigendom zijn van mij. Op mijn veertiende ben ik begonnen met het sparen van alles wat met de zuivelindustrie te maken heeft. Van bijzondere melkflessen tot een oude hondenkar, van een lange melkfiets tot een SRV-wagen. Zelf ben ik tien jaar knecht geweest van een melkboer, daarna reed ik acht jaar als zelfstandig ondernemer rond op een SRV-wagen. Dat was in Rotterdam. Sinds 2010 woon ik in Exloo.’’
Wat staat er de komende tijd op het programma?
,,We blijven als museum strijden om het financieel gezien rond te krijgen. We hebben inmiddels een donatie binnen voor de huur van de eerste maand van 2025 en van BOEi hoeven we één maand geen huur te betalen. Het gaat dan om de maanden waarin bezoekers het museum nog niet in kunnen, maar achter de schermen gebeurt er dan wel van alles qua beheer en uitbreiding van de collectie. We hopen dat er partijen op staan die ons voor de maanden en de jaren daarna willen steunen. Nederland is het zuivelland bij uitstek, daar hoort gewoon een zuivelmuseum bij.’’