Het is Jaco Heeren, voormalig melkboer uit Exloo, na jaren dan eindelijk gelukt. Het Nationale Zuivelmuseum opent de deuren (in een uniek pand in Wapenveld, bij Zwolle)
Jaco Heeren in de voormalige stal met een oude handkar. Foto: Frank Uijlenbroek
Nederland is zuivelland bij uitstek, maar een museum waarin melk en melkproducten centraal staan was er nog niet. Tot enkele weken geleden. Toen gingen in Wapenveld, bij Zwolle, de deuren open van het Nationale Zuivelmuseum. Voormalig SRV-man Jaco Heeren (63) uit Exloo is er dolblij mee. Hij zette zich hier al sinds 2001 voor in.
Wat wil je later worden? Vraag het tien jochies en de kans is groot dat in ieder geval de beroepen profvoetballer, politieagent en brandweerman worden genoemd. Jaco Heeren gaf als kind een heel ander antwoord: melkboer. Nee, zijn vader verdiende niet op die manier de kost. Het was de melkboer bij hem in de buurt die hem inspireerde. Een man die van aanpakken wist en ogenschijnlijk zonder veel moeite met grote hoeveelheden zuivel in de weer was.
Heeren, die opgroeide in Den Haag, ziet hem nog lopen. Met een mand vol flessen melk op de galerijen van grote flats. Met zijn voet drukte hij onderweg de deuren open.
Heeren maakte zijn droom waar. Hij werd zelf melkboer, of beter gezegd SRV-man. Na als kind en puber jarenlang melkboeren te hebben geholpen, maakte hij als 20-jarige zijn eerste eigen ronde als zelfstandig ondernemer. Hij woonde toen in Rotterdam.
‘SRV-mannen leken op doktoren, altijd gekleed in hagelwitte jassen’
De zestiger heeft nog prachtige foto’s uit die tijd. ,,Kijk, deze plaat is genomen op mijn allereerste werkdag als SRV-man, op 4 januari 1979. Rechts staat mijn moeder, die iedere ochtend de winkelwagen schoonmaakte en zorgde dat er steeds een schone en gestreken witte jas voor mij klaar hing. Want zo zagen SRV-mannen er in die tijd uit, hè? Als doktoren, altijd gekleed in hagelwitte jassen.’’
Jaco Heeren in 1979, op zijn eerste dag als SRV-man. Naast hem zijn moeder, die 's ochtends de winkelwagen schoonmaakte en haar zoon voorzag van hagelwitte jassen. Foto: Familie Heeren
Op zijn 28ste stopte Heeren als SRV-man om een eigen supermarkt te gaan runnen in Rotterdam-Zuid. Daarna had hij nog meerdere andere beroepen, zo begon hij in 2006 in Drenthe als commercieel manager van een versgroothandel en leverancier aan winkels. Maar de liefde voor zuivel liet hem niet los. In 2001 nam hij zich voor dat er in Nederland een Nationaal Zuivelmuseum moest komen. Het was in zijn ogen te gek voor woorden dat zo’n museum er nog niet was, in een land waar ooit ruim 1600 zuivelfabrieken stonden.
Heeren had toen zelf al een flinke collectie van spullen die met de branche te maken hebben. Hij begon op zijn veertiende met verzamelen. In het Gelderse Oosterhout, bij Nijmegen, bleek iemand te wonen met dezelfde passie: Peter van Moerkerk. De mannen namen voor om de collecties samen te voegen en die tentoon te stellen in een nog te openen Nationaal Zuivelmuseum.
‘Of ik er wel eens moedeloos van werd? Ja, hoor’
Heeren, die sinds 2010 in Drenthe woont, en Van Moerkerk legden de lat hoog. Het museum moest op een aantrekkelijke plek staan en diende meer te zijn dan een hoeveelheid spullen uit de enorme collecties van beide mannen. Nee, in het museum zou het hele verhaal over de zuivel in Nederland op een aantrekkelijke manier getoond en verteld moeten worden.
Het bleek geen makkelijke klus. De eerste stap, het bemachtigen van een geschikte locatie, werd steeds maar niet genomen. ,,Meerdere plekken kwamen in beeld, maar vielen om uiteenlopende redenen toch weer af. Of ik er wel eens moedeloos van werd? Ja hoor, af en toe had ik echt het gevoel aan een dood paard te trekken. Het duurde allemaal lang, maar gelukkig is het allemaal goed gekomen. Op een locatie waar we eigenlijk alleen maar van konden dromen.’’
Erve IJzerman vanuit de lucht, sinds kort het onderkomen van het Nationaal Zuivelmuseum. Foto: Nationaal Zuivelmuseum
De plek is er inderdaad eentje om van te watertanden: Erve IJzerman in Wapenveld, zo’n tien kilometer onder Zwolle. Een hoeve met drie grote schuren die sinds de bouw in 1898 nauwelijks bouwkundige ingrepen onderging. Door de sobere leefwijze van de bewoners ging bijna elke vorm van modernisering aan de hoeve voorbij. ,,Het geeft hierdoor een heel mooi beeld van het boerenleven in de eerste helft van de vorige eeuw’’, verduidelijkt Heeren.
Rosmolen, bedstedes en meiden- en knechtenkamers
Bijzonder is onder meer de rosmolen in het gebouw, een molen die in beweging werd gehouden door een paard of ezel die steeds rondjes liep. ,,Rosmolens werden gebruikt voor het malen van graan, het uitpersen van zaden, maar ook voor het karnen van boter. We zijn geen landbouwmuseum, maar de hoeve past om meerdere redenen heel goed bij het thema waar wij ons op richten: de historie van de zuivelindustrie.’’
De hoeve, die ook nog beschikt over een bakoven, bedstedes en meiden- en knechtenkamers, kwam in 2010 leeg te staan. Toen overleed de 91-jarige Dina IJzerman, de laatste bewoner. De erfgenamen, vier neven, bleken bereid om mee te werken aan plannen voor behoud van Erve IJzerman in combinatie met een publieke functie. Zij verkochten het gebouw met de bijbehorende 1,8 hectare grond aan een stichting, die vervolgens met behulp van andere organisaties geld bijeen sprokkelde voor een grote onderhoudsbeurt van de monumentale hoeve.
Voor 1,2 miljoen euro werd vanaf 2015 onder meer het dak en het houtwerk onder handen genomen. De provincie Gelderland stelde twee ton beschikbaar voor de inrichting van het Nationaal Zuivelmuseum. ,,Van dat geld hebben we onder meer een deskundige op dit gebied ingehuurd om ons daarbij te helpen’’, zegt Heeren.
Van melkwinning tot consumptie, ofwel van gras tot glas
Met zichtbaar plezier geeft de inwoner van Exloo een rondleiding. In de voormalige stallen staan acht units die steeds een zuivelgerelateerd thema behandelen: van melkwinning tot consumptie, ofwel van gras tot glas. Ook het ambacht van de melkboer en de campagnes om mensen meer melk te laten drinken, komen uiteraard aan bod.
Melk is goed voor elk, een van de slogans waarmee melk in de loop der jaren werd gepromoot. Foto: DvhN
De hoeve mag dan oud zijn, het museum maakt gebruikt van de modernste middelen om bezoekers te boeien. Er zijn filmpjes te zien, er staat touchscreens waarbij bezoekers zelf van alles op kunnen zoeken en uiteraard zijn er attributen te bewonderen uit de omvangrijke collecties van Heeren en Van Moerkerk, ook wel De Melkmaten genoemd. Opvallend zijn onder meer de transportmiddelen: de hondenkar, de handkar, de lange melkfiets, de bakfiets en de ijzeren hondjes, de drie wielen tellende karretjes die vroeger door zoveel melkboeren werden gebruikt.
Voor jonge bezoekers is er een speciale kubusroute, waarbij zij spelenderwijs de wereld van melk kunnen ontdekken. ,,De basis staat, de komende tijd gaan wij dit verder finetunen’’, zegt Heeren. Inmiddels zijn er een paar honderd bezoekers geweest en die waren volgens Heeren enthousiast. ,,Dat horen we van hen en we krijgen ook steeds goede beoordelingen.’’
Omdat de stallen niet verwarmd zijn, is het museum in de koudste maanden van het jaar voor regulier bezoek gesloten. In de herfstvakantieweken - van 19 tot en met 30 oktober - is het museum wel open: van dinsdag tot en met vrijdag, van 13.00 tot 16.00 uur en op zaterdag van 10:30 tot 16.00 uur. Er is dan ook een apart kinderprogramma, door de vrijwilligers opgezet. Heeren: ,,Daar ben ik ook zo blij om! Dat we ook al tientallen vrijwilligers hebben die mee willen helpen om het Nationaal Zuivelmuseum op deze geweldige plek tot een succes te maken. Ik heb er in ieder geval alle vertrouwen in.’’
Meer informatie: www.zuivelmuseum.nl. Mensen die materialen ter beschikking willen stellen aan het museum, kunnen contact opnemen met Jaco Heeren: jacoheeren@ziggo.nl.