Dierenarts Otto van der Velden onderzoekt een hond in zijn praktijk in Eelde. Foto: Jaspar Moulijn
Steeds meer mensen maken zich zorgen over de kosten van de dierenarts. Wat is een huisdier (je) waard? Dagblad van het Noorden duikt in de wereld van de dierenzorg. Aflevering 6: de vertrouwensrelatie tussen dierenarts- en eigenaar.
Kies je een prijzige artrosebehandeling voor een poes van 15 jaar oud, of is het al tijd voor een spuitje? En wanneer laat je wel of niet een CT-scan à duizend euro maken van je zieke hond?
Iedere dierenbezitter komt op een zeker moment voor moeilijke beslissingen over geld en gezondheid te staan. De tijd dat de dierenarts die knopen doorhakte is voorbij. Mondige klanten en het veterinair tuchtcollege (daarover later meer) maken dat een besluit over het lot van een huisdier uitgebreid besproken moet worden.
Kop van jut
De deur van het kantoortje achterin Dierenartsenpraktijk Ommelanden gaat voorzichtig open. Dierenarts Otto van der Velden (60) stopt midden in een zin met praten en kijkt vragend naar de assistente die haar hoofd naar binnen steekt. „Wat is er, moet ik een kat vangen?” Hij staat op en trekt een grote, gewatteerde handschoen aan. „Momentje.”
Al meer dan dertig jaar is Van der Velden dierenarts. Sinds 1994 werkt hij voor Ommelanden in Eelde, waarvan hij nu eigenaar is. Na een korte worsteling met de poes komt hij ongeschonden weer aan tafel zitten.
Dierenarts Otto van der Velden maakt een röntgenfoto in zijn praktijk. Foto: Jaspar Moulijn
Over de tarieven wil hij het eigenlijk niet hebben, die discussie heeft hij al te vaak gevoerd. „Nu zijn wij aan de beurt als kop van jut, straks zijn het de tandartsen en daarna komt er weer een nieuwe beroepsgroep. Ik doe dit werk nu al heel lang. Het gaat in golfbewegingen.”
Meer mogelijkheden
Want ja, een bezoek aan de dierenarts kost geld. „Het is altijd een kostenpost geweest. Tegenwoordig zijn er veel meer behandelingen mogelijk, maar daar hangt wel een prijskaartje aan. Een kat met artrose kan nu iedere maand een injectie krijgen. Dat kost alleen wel 70 euro per keer.”
Aan die behandelingen is desondanks behoefte, ziet Van der Velden. „De hond of kat is een volwaardig gezinslid geworden. Hoe vaak ik niet hoor dat een dier als ‘mijn kind’ wordt aangeduid. Mensen zijn veeleisender geworden en verwachten dat we elk kwaaltje kunnen oplossen.”
Uitleggen, uitleggen, uitleggen
De diereneigenaren in zijn praktijk zijn – mede dankzij hun eigen online research – veel mondiger geworden. De grootste verandering bemerkt Van der Velden in de gesprekken die hij voert in zijn behandelkamer.
"Je moet uitleggen wat je doet", zegt dierenarts Otto van der Velden. "En dat kost tijd." Foto: Jaspar Moulijn
„De ouderwetse dierenarts besliste gewoon wat er moest gebeuren. Vroeger kwam een hond voor een vaccinatie en drukte je er zo, hup, een spuit in. Tegenwoordig trekken we daar tot 20 minuten voor uit. Je moet uitleggen wat je doet, waarom dat nodig is en wat zo’n prik voor effect heeft.”
Online vinden mensen vaak ‘bizarre diagnoses’, zegt Van der Velden. „Meestal hoef ik maar één ding tegen te spreken om te bewijzen dat het iets anders is. Gelukkig weet ik meestal meer dan Google. Maar die uitleg kost allemaal wel extra tijd.”
Koningin van de zelfdiagnose
Ook Sam Dijkstra (27) en Luna Stukkien (22) uit Groningen zoeken eerst online voordat ze de dierenarts bellen. „Ik ben de koningin van de zelfdiagnose”, roept Stukkien uit. Poedel Lilou ligt te slapen op een kussen in de hoek van hun kledingwinkel in de binnenstad, thuis hebben ze nog kater Gember en poes Kato. „De kosten voor een consult zijn best hoog, en de assistente laat je al snel langskomen.”
Sam Dijkstra (links), Luna Stukkien en poedel Lilou. Foto: Nienke Maat
Bij ernstige twijfel bellen ze. Dat zo’n bezoek niet goedkoop is, zeker in de avonduren, weten ze. Daar sparen ze voor. „Je stelt je daar op in, we vragen eigenlijk nooit wat een behandeling kost”, zegt Dijkstra. „Maar denken wel kritisch na voor we bellen. Wat kan die arts doen wat wij niet zelf kunnen? Laatst verloor Gember een nagel. Dat zag er niet fris uit, maar de dierenarts zet die niet terug. Een wondje schoonhouden moet je uiteindelijk toch zelf doen.”
Tuchtcollege
Het beeld dat dierenartsen graag dure onderzoeken voorschrijven die niet nodig zijn weerspreekt dierenarts Van der Velden. In tegendeel, sinds de komst van het veterinair tuchtcollege in 1992 moet hij nog uitgebreider in gesprek met zijn klanten. „Dertig jaar geleden zei je over een kat, dit beest is op. Hem laten inslapen is de beste optie. Daar kraaide geen haan naar. Nu krijg je achteraf klachten, dat er in Amsterdam nog een mogelijkheid was voor een operatie. Je loopt het risico om voor het college gedaagd te worden als je die mogelijkheid niet genoemd hebt.”
Het tuchtcollege is het enige waar ik als dierenarts stress van krijg.
Dat overkwam hem in zijn carrière één keer. „Maar bevriende collega’s in het westen krijgen wel drie tot vier zaken per jaar. Het is het enige waar ik als dierenarts stress van krijg. Diergeneeskunde is kansberekening. Als een mens hoofdpijn heeft kan het een tumor zijn, maar de kans is klein. Meestal is het spanning. Zo is het met dieren ook.”
Liefde voor dier en het vak
Het belangrijkste vindt Sam Dijkstra dat een dierenarts empathisch is, zowel richting dier als baasje. „Dat er de tijd voor je wordt genomen. Je komt met stress binnen, je bent bezorgd. Dan wil je duidelijke informatie en de tijd om die te begrijpen.”
Haar vriendin Stukkien knikt. „Liefde voor het dier, en een hart voor het vak.” Bij de praktijk in Groningen waar ze zijn ingeschreven werken sinds kort twee jonge vrouwen. „Meiden van onze leeftijd, die overduidelijk het beste met onze katten voorhebben.”
Luna Stukkien en Sam Dijkstra vinden kwaliteit van leven het belangrijkste. "Een dier leeft niet alleen voor ons." Foto: Nienke Maat
Het stel wil best diep in de buidel tasten voor de gezondheid van hun viervoeters. „Als er dure behandelingen nodig zijn zullen we het doen, zo lang we het kunnen betalen”, zegt Stukkien beslist. „Maar een dier leeft niet alleen voor ons, kwaliteit van leven is het belangrijkste.” Het advies van een dierenarts is daarin leidend. „Mits je een goede band hebt. Je vertrouwt iemand als diegene je zorgen serieus neemt. Dat is een gevoelskwestie.”
‘Niet alles wat kan, moet ook’
Van der Velden bespreekt altijd alle mogelijkheden met de bezoekers van zijn praktijk. „Veel uitleggen, tot in detail. Dat heb ik altijd gedaan, duidelijk maken waarom een keuze de beste is. Maar niet alles wat kan, moet ook. Driekwart van ons vak is psychologie. Mensen moeten achter een beslissing kunnen staan.”
Nog steeds vindt hij het zijn taak om te sturen bij een beslissing. „Wij hebben er het beste zicht op als een dier lijdt. Maar dankzij het internet en sociale media denken mensen dat er altijd nog opties zijn. Google weet alles beter.”
Hopen op een klik
Veel van zijn patiënten in Eelde komen al sinds ze puppy of kitten zijn bij hem in de praktijk. „Ik heb een eigen klantenkring, die weet hoe ik er in sta. Vaak denken we hetzelfde over de eindigheid van het dierenleven. Maar je kan niet bij mensen in de portemonnee kijken, dat wil ik ook helemaal niet. Ze moeten zelf beslissen.”
Uiteindelijk beslist de eigenaar, zegt dierenarts Otto van der Velden. Jaspar Moulijn
Uiteindelijk trek je als dierenarts de klanten aan die bij jouw werkwijze passen, zegt hij. „Een goede verstandhouding met een dierenarts is als die met een huisarts. Je hoopt dat je elkaar zo min mogelijk ziet. Als je dan toch moet langskomen, wil je dat er een klik is.”