Jannes O. en Willem B. uit Emmen gaan akkoord met 3 jaar cel voor mislukte cokesmokkel tussen Drenthe en Brazilië. 'Ik voorzie gedonder, mevrouw de voorzitter'
De cocaïne verstopt in zakken zout. De container was onderweg naar Antwerpen. Verdachten uit Emmen zijn hierbij betrokken. Foto: Justitie Brazilië
Jannes O. en Willem B. uit Emmen hebben hun handtekening gezet onder een deal met het Openbaar Ministerie waarin zij 3 jaar cel accepteren voor hun rol in een vermeende criminele organisatie en de mislukte smokkel van een partij cocaïne uit Brazilië.
Dat bleek donderdagochtend tijdens een zogeheten regiezitting tegen acht verdachten uit Emmen, Hilversum, Amsterdam en Utrecht. Drie andere verdachten in deze drugszaak hebben eenzelfde deal gemaakt.
Justitie verdenkt B. en O. ervan dat zij met zes andere mannen een criminele bende vormden die in 2019 cocaïne in zoutzakken hebben willen smokkelen vanuit de Braziliaanse havenstad Port Natal naar Antwerpen met Nederland als eindbestemming. In de zakken zat in totaal ruim 70 kilo cocaïne verstopt, met een straatwaarde van 3,5 miljoen euro. De zending werd onderschept door de Braziliaanse douane.
Jannes O. blijkt broer van hoofdverdachte in kofferbakmoord
De zaak kwam aan het rollen na een afluisteroperatie in het onderzoek naar de moord op de 31-jarige Ralf Meinema uit Klazienaveen in maart 2017, beter bekend als de kofferbakmoord. De recherche kreeg van een onderzoeksrechter toestemming om in de bedrijfslood van Willem B. in Emmen afluisterapparatuur op te hangen.
Jannes O. blijkt de oudere broer te zijn van de hoofdverdachte in de kofferbakmoord: Hans O. (43) uit Emmen. Die werd vorige week vrijgesproken van betrokkenheid bij de moord. Het OM gaat in hoger beroep in deze zaak.
De gesprekken die de politie opving over de smokkelpoging was bijvangst uit de tapgesprekken die waren bedoeld voor het onderzoek naar de kofferbakmoord. Willem B. is nooit als verdachte aangemerkt in die zaak. Volgens zijn advocaat Guy Koppen komen uit de getapte gesprekken geen aanwijzingen naar voren die duiden op B.’s betrokkenheid bij de dood van Meinema.
Afspraak: Niet in hoger beroep gaan
Het akkoord met het OM houdt voor deze vijf verdachten in dat zij - naast het aanvaarden van hun straf - beloven geen nieuwe getuigen te laten horen bij de rechtbank en niet in hoger beroep zullen gaan tegen hun straf. Dat laatste is dan ook wel weer mogelijk.
Jannes O. gaf op zitting aan dat er sprake is van een bandbreedte: hij mag wel in hoger beroep gaan als de rechters zes maanden boven de afgesproken deal gaan zitten. „Een half jaar meer en ik mag in hoger beroep, zes maanden eronder zal het het OM in hoger beroep gaan.”
Donderdag kwam ook naar voren dat O. het geld dat bij zijn arrestatie in beslag was genomen weer wordt teruggegeven. Ook zal hij worden vrijgesproken van witwassen. Mits de deal wordt goedgekeurd.
In deze procesafspraken, zoals de deals formeel heten, wordt geen geen verschil gemaakt in de zwaarte van de straffen. Drie verdachten zagen juist vanwege het principe gelijke monniken, gelijke kappen niets in die deal met justitie. Zij zien hun rol in de organisatie veel kleiner dan justitie schetst. Of ze ontkennen zelfs elke vorm van betrokkenheid.
‘Ik voorzie gedonder’
Het OM en de advocaten zien voordelen aan het maken van de procesafspraken, om veel capaciteit en tijd van justitie de rechtbank te besparen. Het is aan de rechtbank of zij ook daadwerkelijk het akkoord goedkeurt. De rechters gaven op voorhand al wel aan dat het een complexe aangelegenheid is geworden. Advocaat Patrick van der Meij, die de enige verdachte uit Hilversum bijstaat, vatte het donderdag samen: „Ik voorzie gedonder, mevrouw de voorzitter.”
Dergelijke deals tussen justitie en verdachten zijn voor zowel het OM Noord-Nederland als de rechtspraak tamelijk nieuw. Een stevige wettelijke basis hebben ze (nog) niet in Nederland. Sommige overeenkomsten zijn door andere rechtbanken in het land afgewezen. Een van die zaken ligt momenteel voor in cassatie bij de Hoge Raad. De uitspraak daarvan zou serieuze consequenties kunnen hebben voor de afspraken in deze zaak of voor deals tussen OM en verdachten in het algemeen.
Mocht de deal doorgang vinden, bestaat de kans dat het strafdossier minder diepgaand in de openbaarheid zal worden behandeld. Zo zou het onduidelijk kunnen blijven waarom Willem B. werd afgeluisterd.
De rechtbank zal een voorlopig standpunt innemen over de procesafspraken. Die maakt zij 31 mei bekend.