Een standbeeld van Vrouwe Justitia in Groningen. Foto: Archief Corné Sparidaens
De rechtbank Groningen wijst een deal tussen het Openbaar Ministerie en advocaten in een omvangrijke fraude- en illegale medicijnhandelzaak af. In plaats van het uitvoeren van overeengekomen taakstraffen, verdwijnen vier verdachten tot maximaal 3 jaar in de cel.
Twee mannen uit Groningen en een vrouw uit Almere handelden tussen 2016 en 2018 illegaal in ritalin. Ze vervalsten recepten van een arts en bestelden bij verschillende apotheken in Nederland het kalmerende medicijn. Op illegale platformen op het darkweb verkochten ze de pillen, om ze daarna per post te versturen naar binnen- en buitenland. In totaal maakten de drie zo’n 150.000 euro winst, volgens de rechtbank.
In opgevangen telefoongesprekken van de verdachten wordt besproken welke labels er op de doosjes moeten worden geplakt, hoeveel tabletten er per zending moeten worden verzonden en waar de winst van de ritalin naartoe moet. ‘Wij willen op vakantie, dus laten we maar even voor het weekend prikken. (...) Alles ingepakt en weg alles. Dat we dat niet in het weekend nog moeten doen. Mooi even wat extra. Ja toch?’
Schilders, glaszetters, hoveniers aan het werk voor renovatie. Facturen nooit betaald
In diezelfde periode lichtte de hoofdverdachte van de ritalinzwendel samen met een andere Groninger lokale bouwbedrijven op voor duizenden euro’s, zo niet tienduizenden euro’s. Als toenmalige beheerder van vakantiepark Onnenstaete in Onnen en een hotel in Oosterhesselen liet hij schilders, glaszetters, hoveniers en installateurs werken voor een grondige renovatie, maar facturen werden nooit betaald.
De man gaf op zitting afgelopen maart toe dat hij vooraf wist dat er onvoldoende geld was voor de klussen. Volgens de rechtbank schoof de man constant met bv’s, stichtingen en directeuren. Zo vaak, dat het voor gedupeerde ondernemers een haast onmogelijke taak werd om bij de juiste persoon hun geld op te eisen. Een gedupeerde ondernemer uit Drenthe stond zelfs aan de deur bij het bedrijf waarmee hij dacht zaken te doen: het betreffende pand stond leeg.
Deal tussen justitie en advocaten
Begin dit jaar kwam het Openbaar Ministerie tot een deal met de advocaten van de betrokkenen, een zogeheten afdoeningsvoorstel. Een deal zou de druk op de overvolle rechtbankcapaciteit wat verlichten, ook omdat – als de rechtbank het voorstel zou volgen – er geen hoger beroep zou worden aangetekend. In de deal kwamen de partijen overeen dat de verdachten alle feiten zouden ‘erkennen’ en de officier van justitie een celstraf zou eisen die gelijk stond aan de tijd die de verdachten al in voorarrest hadden gezeten.
Verder zou de officier taakstraffen eisen. Het opgestreken ritalingeld zou in termijnen worden terugbetaald en met de gedupeerde ondernemers waren al betalingsafspraken gemaakt.
Van ‘erkennen van feiten’ kwam weinig terecht
Toch besloot de rechtbank Groningen niet mee te gaan in de deal en gewoon uitspraak te doen. Deels ook omdat van het ‘erkennen van de feiten’ door de verdachten niet veel terechtkwam. Op sommige punten bleef de hoofdverdachte uit Groningen (die inmiddels in Amsterdam woont) stellig ontkennen, terwijl veel strafbare feiten bewezen konden worden.
De rechtbank heeft alle verdachten een hogere straf opgelegd dan geëist in de deal tussen OM en de advocaten. Het gaat om onvoorwaardelijke gevangenisstraffen van 3 jaar en 12 maanden, een deels voorwaardelijke gevangenisstraf van 280 dagen met daarbij een taakstraf van 150 uur en een voorwaardelijke taakstraf van 80 uur.
Omdat er betalingsregelingen zijn getroffen, hoeven zij geen schadevergoeding te betalen.