Hoeven mannen uit Emmen niet voor de rechter te komen voor mislukte smokkel van ruim 70 kilo cocaïne uit Brazilië? OM en advocaten stevenen af op deal over straffen
De cocaïne verstopt in zakken zout. De container was onderweg naar Antwerpen. Verdachten uit Emmen zijn hierbij betrokken. Foto: Justitie Brazilië
Het Openbaar Ministerie en de advocaten van uit Emmen afkomstige verdachten van een onderschepte vracht cocaïne in Brazilië stevenen af op een deal. De zogeheten procesafspraken worden donderdag tijdens een regiezitting besproken in de rechtbank Assen.
Dat laat advocaat Guy Koppen van oud-ijzerhandelaar Willem B. (53) uit Emmen weten. Volgens Koppen liggen er concepten van voorstellen klaar voor zeven van de acht verdachten. Over de inhoud van de deals kan hij nog niets zeggen. Het Openbaar Ministerie (OM) laat weten helemaal niets te kunnen zeggen over de gemaakte afspraken. Daarover laat het zich pas uit op de zitting.
Een van de verdachten, Willems 23-jarige zoon Jozef B., wilde volgens Koppen geen afspraken maken met het OM, omdat hij zegt dat hij nergens mee te maken heeft gehad. Koppen: „De rechtbank moet dus beslissen of zij de zaak van de zoon apart gaat behandelen of dat de complete zaak alsnog op zitting moet komen.”
Alle verdachten zijn inmiddels vrijgelaten, zodat zij hun proces in vrijheid kunnen afwachten.
Dure auto’s, gouden horloges en vuurwapen in beslag genomen
Justitie verdenkt vader en zoon B. samen met Hendrik W. (53) en Jannes O. (49) uit Emmen ervan dat zij met vier andere mannen uit Den Haag, Amsterdam en Utrecht een criminele bende hebben gevormd. Ze zouden in 2019 kilo’s cocaïne in zoutzakken hebben willen smokkelen uit de Braziliaanse havenstad Port Natal.
In de zakken zat in totaal ruim 70 kilo cocaïne verstopt, met een straatwaarde van 3,5 miljoen euro, onderweg naar de haven van Antwerpen met Nederland als eindbestemming. De zending werd echter onderschept door de Braziliaanse douane. Bij invallen in onder meer Emmen werden vorig jaar mei vijf verdachten opgepakt, een zesde meldde zich de volgende dag.
Bij doorzoekingen zijn meerdere dure auto’s, gouden horloges, een grote hoeveelheid contant geld, munitie en een handvuurwapen in beslag genomen.
Willem B. werd afgeluisterd in onderzoek naar Kofferbakmoord, maar waarom?
Het Openbaar Ministerie kwam achter de mislukte smokkel, omdat de recherche afluisterapparatuur had opgehangen in de bedrijfsloods van Willem B. in Emmen. Die apparatuur bleek er al eerder te zijn opgehangen in het onderzoek naar de moord op 31-jarige Ralf Meinema uit Klazienaveen, beter bekend als de Kofferbakmoord. Voor betrokkenheid bij die moord werd verdachte Hans O. vorige week vrijgesproken.
De gesprekken die de politie opving over de smokkelpoging was bijvangst. B. werd afgeluisterd omdat daar kennelijk voldoende aanleiding voor was, een onderzoeksrechter gaf er destijds toestemming voor.
B. is nooit als verdachte aangemerkt in die zaak, maar wat de precieze reden is geweest om tot afluisteren over te gaan, wilde de officier van justitie afgelopen december niet toelichten. Dat zou bij een inhoudelijke behandeling van de strafzaak duidelijk kunnen worden. Volgens Koppen komen uit de getapte gesprekken ook geen aanwijzingen naar voren die duiden op B.’s betrokkenheid bij de dood van Meinema.
Voorstel ritalinzaak in april door rechtbank verworpen
Er kan voor zowel de rechtbank als justitie een belang zijn om in complexe strafzaken te ‘dealen’. In dit proces bekennen de verdachten een deel van de beschuldigingen, maar zijn zij het op bepaalde punten oneens met de verwijten van het OM. Daarvoor willen de advocaten van alle verdachten meerdere getuigen verhoren, wat veel tijd en capaciteit van de rechtbank vraagt. Daar komt bij dat eventuele hogere beroepen niet zijn uitgesloten, wat kan drukken op de agenda van het gerechtshof.
Maar hoe zeer het OM en advocaten het ook eens zijn over de straffen, de rechtbank besluit uiteindelijk of een afdoeningsvoorstel ook echt afdoende is.
Eind april keurde de rechtbank Groningen nog een deal tussen justitie en advocaten af in een proces dat draaide om grootschalige illegale verkoop van ritalin. In plaats van voorgestelde werkstraffen, verdwenen de daders tot maximaal 3 jaar achter de tralies.