Sander Oldert-Van der Lecq en Karina Groeneveld bij de rooms-katholieke kerk in Veenhuizen. Ze willen graag verder met het herbestemmen van kerken. Foto: Rens Hooyenga
Overal in Nederland staan kerken leeg. Interieurontwerpers in opleiding Karina en Sander buigen zich over mogelijke nieuwe bestemmingen voor drie noordelijke kerken en merken dat hun onderzoek veel losmaakt.
Een kerk een cadeautje noemen, raar? Niet als je Sander van der Lecq (23) uit Appingedam of Karina Groeneveld (22) uit Groningen bent. De twintigers, studenten interior design aan de Jan des Bouvrie Academy in Deventer, ontdekten de afgelopen maanden een nieuwe passie in het herbestemmen van oude kerkgebouwen.
Hun enthousiasme blijft op sociale media niet onopgemerkt. Wat begon met een studieopdracht over mogelijke nieuwe invullingen voor de rooms-katholieke kerk in Veenhuizen groeide door naar het maken van nieuwe plannen voor de kerk in Borgsweer en het meedenken over het aanpassen van het kerkgebouw in Grijpskerk.
Het einddoel voor de studenten is telkens het aanleveren van een ontwerp, waarna de gebouweigenaren kunnen beslissen wat ze ermee doen. Het zou voor de interieurontwerpers in opleiding het grootste compliment zijn als hun ideeën werkelijkheid worden, maar dat is nog allerminst gezegd. Toch maakt in kleine dorpen praten over mogelijke nieuwe functies van het kerkgebouw, vaak ankerpunt en hart van een gemeenschap, veel los. Daarom leggen ze graag uit wat ze doen.
Interieurontwerpers in opleiding Sander en Karina vinden hun studieopdracht over de kerk van Veenhuizen een cadeautje. Foto: Rens Hooyenga
Veel regels
De houten deur van de rooms-katholieke of ‘grote’ kerk in Veenhuizen gaat open met een enorme zilveren sleutel. De ogen van elke kersverse bezoeker worden meteen naar de indrukwekkende schildering van de hemelvaart van Jezus getrokken in het ‘koor’, achterin. De discipelen kijken toe hoe Jezus zich bij de engelen voegt. De schilder is een politieke gevangene die in de jaren 50 in het dorp was opgesloten.
Maar wie met de ogen van een interieurontwerper kijkt ziet nog veel meer. Kansen, zoals die schildering en de prachtig afgewerkte houten plafonds. Maar ook uitdagingen. „Met het herbestemmen van monumenten ben je aan veel regels gebonden”, legt Van der Lecq uit.
„In dit geval mogen de kerkbanken er niet uit. Je mag de muren opnieuw verven, maar de kleur mag nauwelijks afwijken van het origineel.” Ook het orgel behouden, hoewel die zowel qua maat als stijl niet bij de kerk lijkt te horen, is een must. „Dat vond ik lastig, ik heb er lang over nagedacht”, zegt Groeneveld.
In het ontwerp van Karina Groeneveld staat ontmoeting centraal Foto: Karina Groeneveld
Liefde op het eerste gezicht
De studenten kijken vanuit de voorste kerkbank, vroeger uitsluitend bedoeld voor de notabelen in het dorp, nog eens rond in de kerk waar ze het de laatste maanden zo druk mee hebben gehad. De kerk in Veenhuizen is een studieopdracht binnen het bijvak Redesign & Heritage.
Het gebouw is, net als veel andere gebouwen in het dorp, sinds halverwege 2021 eigendom van De Nieuwe Rentmeester. Het gebouw wordt, op een enkele voorstelling of lezing na amper gebruikt. „Toen we hier in september voor het eerst kwamen lagen overal dooie vliegen en hing er een muffe geur”, herinnert Groeneveld zich. Omdat beide studenten uit het Noorden komen krijgen zij met nog een paar anderen de opdracht toegewezen.
Het is liefde op het eerste gezicht. „Een cadeautje”, verzucht Van der Lecq. Ze pakken hun opdracht serieus aan. Voordat aan mogelijke nieuwe functies kan worden gedacht is het belangrijk om te weten wat de geschiedenis is van het gebouw en of inwoners van het dorp ideeën hebben over mogelijke nieuwe invullingen. Dat onderzoeksgedeelte doen de studenten samen.
Uitgebreid onderzoek
Later maken ze elk hun eigen ontwerpen voor de kerk. De interviews steken ze open in. Wat missen de inwoners in het dorp? Wat zien zij als het centrum? „We hebben een stuk of tien mensen gesproken. Ik was er graag nog even mee doorgegaan, er kwam heel veel uit”, zegt Van der Lecq. Wat tot de verbeelding spreekt is bijvoorbeeld het verhaal van één van de oudere bewoners van het dorp die wist als ze bewakers harder zag fietsen dat er weer een gevangene was ontsnapt.
Net als het feit dat dorpsbewoners, personeel van de gevangenissen en hun gezinnen, hier gezamenlijk met de gevangenen kerkten. Je ziet het nog terug aan de kleur van de kerkbanken. „Die voor de gevangenen zijn gemaakt van goedkoper hout”, weet Groeneveld. Wat ook opvalt: in tegenstelling tot veel andere dorpen staat de kerk hier niet in het midden van het dorp.
„Toch zien veel mensen dit wel als een kern”, zegt Groeneveld. „Een nieuwe dorpskern ontwikkelen was ook wel een wens van veel ondernemers.” Toch is er verder niet echt een rode draad. De ene ondervraagde ziet het liefst dat de kerk wordt omgebouwd tot zorgappartementen, terwijl een andere dorpsbewoner een cultureel centrum oppert. Na veel nadenken kiest Van der Lecq ervoor om een whiskybar- en restaurant te kiezen als invulling.
Sander Oldert-Van der Lecq bedacht een restaurant en whiskeybar als nieuwe invulling voor de kerk. Foto: Sander Oldert-Van der Lecq
Whisky en ontmoeting
„Alcohol in de gevangenis was natuurlijk verboden”, vertelt de student. „Gevangenen deden dan brood, fruit en suiker in een ton en dat ging gisten. Zo maakten ze zelf alcohol.” Grinnikend: „Tot de ton openklapte en ze betrapt werden.”
Het achterliggende idee is dat bezoekers van Veenhuizen een route door het dorp kunnen volgen, waarbij ze kunnen beginnen en afsluiten met een hapje en een drankje. „In het dorp heb je ook al een bierbrouwerij, Maallust. Ik ontdekte dat het proces van whisky maken erg op bierbrouwen lijkt. Het leek me een mooie aanvulling”, motiveert de student.
Groeneveld leverde een heel ander ontwerp in. Het valt haar op dat het voor bezoekers moeilijk te ontdekken is wat er in Veenhuizen te doen is. Zij wil in de kerk een welkomstpunt maken voor bezoekers van het dorp, met een lunchruimte en een plek waar ondernemers zichzelf kunnen presenteren. Ook het verhaal van de kerk zelf moest meer tot zijn recht komen, vond ze.
Om alles in te passen schoof ze eindeloos met blokken in een maquette van de kerk. „Ik vond het orgel een heel lastig onderdeel. Ik heb er uiteindelijk voor gekozen om daar een lunchruimte van te maken.” Uiteindelijk werd het juist een eye catcher in haar ontwerp, met achter het instrument een lunchruimte. „Daarnaast heb ik tribunes gemaakt waardoor je, als je naar achteren loopt, steeds meer van de kerk ziet.”
De kerkbanken zijn in het ontwerp van Groeneveld weggewerkt in tribunes. Foto: Karina Groeneveld
Werk van maken
Enthousiast deelden Groeneveld en Van der Lecq hun ideeën op sociale media. Dat zag ook de stichting Nicolaus Gillot, verantwoordelijk voor het beheer van het kerkje in Borgsweer, in gebruik als dorpshuis. En hoewel het eigenlijk niet meer nodig was voor hun studie besloten de studenten toch mee te denken met de stichting. „Het is zo leuk om te doen”, zegt Van der Lecq. „Je maakt niet alleen een ontwerp voor de opdrachtgever, maar voor het hele dorp.”
Ze kijken elkaar kort aan. „Zullen we het zeggen?”, oppert Groeneveld. Het duo wil ook in de toekomst graag samenwerken aan het herinrichten van historische panden. „We worden heel enthousiast van het werken aan zo’n monument. En we merken dat we een aanvulling zijn op elkaar”, zegt Van der Lecq.
Op dit moment maken ze nog een paar kleine aanpassingen in hun gezamenlijke ontwerp voor de inrichting van de kerk in Borgsweer. Daarnaast zijn ze aangeschoven bij de werkgroep van de kerk in Grijpskerk, waar Groeneveld vandaan komt. „Daar willen ze graag de kerkfunctie behouden, maar de kerkgemeenschap slinkt.”
De opdracht daar: hoe zorgen we ervoor dat de kerk het hart van de geloofsgemeenschap blijft? Van der Lecq: „We maken daar twee ontwerpen, maar door al het overleg dat we nu al hebben gaat dat erg op elkaar lijken. Of het ook wordt uitgevoerd weten we niet, maar dat zou een groot compliment zijn.”
Wie nieuwsgierig is naar de ideeën van de studenten voor de kerk in Veenhuizen is op 15 juni welkom aan de Kerklaan 6. Van 18.00-21.00 laten de studenten hun werk zien en beantwoorden ze vragen. Gebouweigenaar De Nieuwe Rentmeester is blij met het enthousiasme en de ideeën van de studenten. De ideeën worden niet uitgevoerd, maar helpen wel bij het nadenken over mogelijke invullingen, stelt directeur Bas Morsink.
Nederland telt ruimt 7110 kerkgebouwen. Daarvan zijn 5.258 religieus in gebruik. Meer dan 1500 van die kerken hebben een andere bestemming gekregen, blijkt uit cijfers van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed. De cijfers zijn van 2020, op dat moment waren bijna 300 kerken ‘in transitie’ naar een andere vorm van gebruik. De afgelopen decennia zijn bovendien honderden kerken gesloopt. Nieuwe invullingen van kerken lopen erg uiteen, maar nieuwe functies zijn het vaakst cultureel of maatschappelijk van aard.